Column

Knapperige korreltjes en een lap soja

Een verhaal, vanmorgen aan me verteld: „Ik stond zojuist mijn sojamelk te koken, en toen was hij eindelijk aan de kook, en toen merkte ik dat de havermout op was. Nou, toen heb ik er maar blauwe besjes en walnoten ingedaan.”

Waarna een veelbetekenende blik in mijn richting volgde. Want ik had de dag ervoor boodschappen gedaan. Ik had wél ribbelchips – een zak die na een paar handjes voor mijn neus verzegeld werd met een wasknijper, maar dit terzijde – en géén havermout gekocht.

Havermout, ik wist niet eens hoe zo’n zak eruitzag.

Een maand woonde ik met de vriendin samen in Betondorp, een periode waarin je bevestigd ziet wat je leuk vindt aan elkaar, maar waarin je ook ontdekt op welke kruispunten je een andere afslag neemt. Bij ons is dat bij het eten, het compromis zit ’m erin dat we om beurten ‘vies’ voor elkaar koken. Zij houdt van soja en groenvoer, ik zweer bij normaal eten: iets van vlees, een aardappelproduct en, pak ’m beet, sla.

Eergisteren bakte ik een schnitzel voor mezelf en voor haar een kaasburger – merk: Edammer – die nogal bruin uitpakte omdat die dingen veel sneller garen, wat ik niet wist, want in wezen sta ik gewoon een paar honderd gram kaas te bakken. In de salade die volledig uit groenten bestond, miste ze ‘de gezonde groenten’, waarmee ze ongetwijfeld avocado bedoelde, want die stopt ze zelf overal in.

Mijn maaltijd werd uitgebreid gefotografeerd.

Vandaag nam ze wraak met ‘knapperige korreltjes die in je buikje veel verbindingen leggen’ – zilvervliesrijst – ‘een burger die voor kleur op je wangen gaat zorgen’ – een lap soja – en iets wat ik – want ja, als we zo gaan beginnen – groene wormen en zij sperzieboontjes noemt.

Ik at het zo smaakvol mogelijk op, me ervan bewust dat verzet geen enkele zin had, waarna zij doorpakte met het becommentariëren van de manier waarop ik ‘haar eten’ at.

„Met lange tanden naar de slotfase, en die begon al na de sojaburger.”

„Daarvoor heb je een mes, goed hersteld.”

„Lekker proppen, dan is het sneller weg.”

En het ergste: commentaar op de volgorde waarop ik de dingen at.

De kleine koude oorlog was een nieuwe fase ingegaan, er waren nieuwe dodelijke wapens ingezet – het zag er niet best uit.