Homofoob Oeganda helpen met Gay Pride boot

Zaterdag vieren we Gay Pride. Ondertussen belastert Oeganda onze homo’s. Nodig hun valse voorlichters uit, betoogt Arne Doornebal.

Illustratie Taylor Jones

Oeganda’s beroemdste pastoor Martin Ssempa denkt dat homo’s poep etende seksmaniakken zijn. Hij is een drijvende kracht achter de Oegandese anti-homowetgeving. Hoog tijd om hem uit te nodigen voor de Amsterdamse Gay Pride.

Pastoor doctor Martin Ssempa noemt hij zich, in het YouTube-filmpje dat zo’n 8 miljoen keer bekeken werd. Hij deed research op internet, zegt hij. Nadat hij kinderen de zaal uitstuurde („this is a parental guidance moment”) toont hij beelden van mannen die aan fisting en aan poepseks doen. „Zie je wel. Ze eten elkaars poep. Alsof het ijs is. Dit willen we toch niet in Oeganda?”

De Westerse woede over Oeganda’s anti-homowetgeving is een half jaar na de invoering ervan nog altijd groot. Sinds het land een levenslange celstraf heeft voor homoseksualiteit is hulp van diverse landen, waaronder Nederland, opgeschort. Inmiddels is de economie zwaar getroffen en zucht de bevolking onder extra belastingen. Nog is het niet genoeg voor Westerse politici, die schendingen van homorechten in Rusland en Saoedi-Arabië lekker links laten liggen maar tegen het onbeduidende Oeganda opeens daadkrachtig optreden.

Acceptatie komt met kennis, ruimdenkendheid met een reizende geest. Oeganda is een onderontwikkeld land, waar het onderwijs in puin ligt. Het zit in een neerwaartse spiraal van hoge bevolkingsgroei, grote armoede en ontevredenheid over de lang zittende president. Wie daar vandaan komt, is tegen homoseksualiteit met een heftigheid die je kan vergelijken met onze houding tegen pedoseksuelen. Volkert van der Graaf als buurman? Prima, zolang het maar geen pedo is.

Ook mijn Oegandese echtgenote moest niets hebben van homo’s. Totdat ze eens naar Nederland kwam en op een feestje een herenstel ontmoette. De ontgoocheling was groot. „Die mannen hadden niet eens hoorntjes op hun hoofd zoals ze bij ons in de kerk zeggen. Als deze vriendelijke kerels homoseksuelen waren, waarom maken we ons in Oeganda dan zo druk?”

Oegandezen de toegang tot het Westen ontzeggen zal in hun denken over homo’s niets veranderen. Het zal ze alleen maar bitterder maken. Het terugpakken van blanken in Oeganda is al begonnen. Werkvergunningen voor buitenlanders zijn opeens drie keer zo duur.

Ooit heeft pastoor Ssempa voor ons land gebeden. Ik stond als enige blanke verslaggever in zijn kerkdienst, te midden van honderden door de heer bezeten studenten van de staatsuniversiteit. Met gevoel voor dramatiek ontbood hij me op het podium. „Deze jongeman komt uit het verdorven Nederland, waar mannen met mannen mogen trouwen en vrouwen met vrouwen.”

De gelovigen slaakten kreten van ontzetting. Het gebed begon. „We bidden in de hoop dat de Nederlanders hun fouten in zien.” Opeens wees hij weer naar mij. „Gelukkig zijn er ook nog Nederlanders die wel met iemand van het tegengestelde geslacht trouwen.” Hij boog het hoofd. De zaal klapte.

Ssempa heeft wekelijks urenlang toegang tot universiteitsstudenten. Zijn invloed is groot en reikt zelfs tot in de VS, waar hij omarmd is door het groepje dubieuze geestelijken dat het Oegandese anti-homo vuurtje nu en dan opstookt.

Heb uw vijanden lief, zeggen de christenen die Oeganda domineren, en op dit punt ben ik het met ze eens. Nederlandse politici en clubs als het COC moeten begrijpen dat keihard optreden tegen Oeganda geen enkele homo zal helpen. Ok, het land heeft de wet knarsetandend wat afgezwakt – er was eerst sprake van de doodstraf – maar dat is niet hetzelfde als een daadwerkelijke verandering in ‘hearts and minds’.

Er studeren haast geen Oegandezen in Nederland, omdat het te duur en te moeilijk is. Visa worden nauwelijks verstrekt, behalve aan homo’s. We zeggen eigenlijk tegen de mensen in Oeganda: verander je mening over homo’s, maar blijf vooral in je eigen land. Dat kan simpelweg niet. Daarom roep ik de organisatie van de Gay Pride op om een uitnodiging te sturen naar pastor Martin Ssempa, zodat hij hier zijn ‘onderzoek’ naar wat homo’s doen kan voortzetten. Nodig gelijk David Bahati uit, bedenker van deze wetgeving. Stuur ook een invitatie naar een groep politici, studenten en andere opiniemakers uit de Parel van Afrika.

Wanneer Ssempa en zijn geestverwanten het spektakelstuk van met bootjes rondvarende feestvierders hebben aanschouwd, zou hun geest geopend kunnen worden. Dat homo’s niet eng zijn, kunnen ze dan zelf zien. Een wereldbeeld kantelen doe je niet door keihard op een zwak land in te slaan, maar juist door het aan de hand te nemen en te laten zien hoe het anders kan.