Het ligt aan de wisselkoersen. Het weer. Hoe Pasen valt. Nooit aan de baas.

Beeld iStock

Philips weet de tegenvallende resultaten over het laatste kwartaal aan “wisselkoerseffecten”. BAM gaf de schuld aan het weer. Als het slecht gaat met een beursgenoteerd bedrijf, lijkt er altijd wel een externe oorzaak mee te spelen. Als het goed gaat, noemen bedrijven die factoren veel minder vaak.

Vier externe verklaringen voor slechte cijfers en hoe je erdoorheen prikt:

1. Wisselkoersen

Gehoord bij: chemieconcerns AkzoNobel (“5 procent negatieve valuta-effecten”) en BASF (“negatief effect 4 procent”), Philips (“Als gevolg van wisselkoerseffecten daalde de omzet met 5 procent”) en Unilever (“negatief valuta-effect van 413 miljoen euro”).

Valuta-effecten zijn niet zo vaag als ze klinken, zegt financieel analist Tom Muller van Theodoor Gilissen:

“Vorig jaar in het derde kwartaal zijn de wisselkoersen in Azië ingezakt. En dat zie je nu terug in de resultaten. Wie daar verkoopt, ziet zo de omzet met 20 procent dalen vergeleken met een jaar geleden. Pas in het derde kwartaal zijn de cijfers weer beter te vergelijken.”

De vraag die je moet stellen: produceert of verkoopt een bedrijf ook minder spullen of diensten? Dan ligt het nooit alleen aan de koers.

2. Slecht weer

Gehoord bij: BAM’s winstalarm (“een combinatie van tegenvallende grondcondities en slecht weer”), Harley-Davidson (“slecht weer in de Verenigde Staten beïnvloedde de verkoop”), bij Coca-Cola (“ik vind het vervelend om te zeggen dat het door het weer kwam, maar veel kwam door het weer“).

Rabobank-analist David Tailleur:

“Veel bedrijven noemden vorig kwartaal wel het slechte weer in de Verenigde Staten, maar niet het milde weer in Europa. En na een zware Amerikaanse winter zou je dit kwartaal verwachten dat er een inhaalvraag is, maar dat hoor je zelden.”

Hoe je erdoorheen prikt: kijk of het bedrijf ook wel eens “goed weer” of “zomerweer” noemt bij de kwartaalcijfers. Zoals Heineken en fietsenmaker Accell bijvoorbeeld.

3. De markt

Onder meer gehoord bij: Philips (“zachte markten”), Unilever (“uitdagende markten”).

Sybren Brouwer, hoofd aandelenresearch bij ABN AMRO:

“In Amerika staat bijvoorbeeld de hele gezondheidssector op zijn kop. Dat merkt een bedrijf als Philips zeker. Maar: dit is de markt die zij zélf hebben opgezocht en waar zij zelf zijn gaan uitbreiden. Je kunt je afvragen of het management de juiste keuzes heeft gemaakt.”

De vraag die je moet stellen: rollen er koppen? Dan is het meer dan alleen de markt. Philips-topman Frans van Houten wijst niet alleen naar externe factoren, maar zet ook topvrouw Deborah DiSanzo aan de kant.

4. Vrije dagen

Gehoord bij: ICT-bedrijf Ordina (“twee werkdagen minder, 1,7 miljoen euro”), projectmanager Brunel (“impact van 2 werkdagen minder”), Sligro (“het kalendereffect van Pasen”).

Het kan uitmaken wanneer, en hoeveel dagen we vrij zijn. “Of een kwartaal 90 of 88 werkdagen heeft, kan voor ketens met een lage marge, zoals Albert Heijn, 2 procent schelen”, zegt Muller. Maar het maakt voor bijvoorbeeld luchtvaartmaatschappijen ook veel uit of Pasen in maart of april valt, omdat die dan doorgaans een “Paaspiek” hebben, voegt Brouwer toe.

Hoe je erdoorheen prikt: kijk naar de voor werkdagen gecorrigeerde cijfers. Verder geldt net als bij het weer: noemt het bedrijf de vakantiedagen in andere jaren als succesfactor? Easyjet kwam er bijvoorbeeld dit kwartaal eerlijk voor uit dat de passagiersgroei grotendeels was te danken aan dat Pasen dit jaar laat viel.