Column

Energie, politiek en het rollenspel van Shell

Bedrijven houden niet van belemmeringen. Dat is maar hinderlijk voor vrij ondernemerschap. Bedrijven houden al helemaal niet van sancties. Dat geeft belemmeringen een politieke dimensie. En politiek is altijd ongewis. Emoties. Ideologie. Topmanagers die zeggen op rationale gronden beslissingen te nemen, ervaren dat als extra irritant.

Tot zover de theorie, want politiek, economie en bedrijfsleven hebben alles met elkaar te maken. Overheidspolitiek, van sociale wetgeving tot belastingen, stimuleert of hindert bedrijven en economie. Bedrijven proberen dat zelf of via hun branchevereniging vooraf te beïnvloeden. Multinationals overwegen mede op basis daarvan waar zij belangrijke vestigingen (hoofdkantoor, onderzoekscentra) opzetten.

Nergens is de relatie tussen staat en bedrijfsleven zo hecht als in de energiewereld. Energie is te belangrijk om aan zakenmensen over te laten. Daarin staan de Russen met ‘hun’ Gazprom niet alleen. In Nederland is de staat aandeelhouder in Gasunie (opslag, transport) en Gasterra (levering en handel). Politici kijken altijd mee. Tijdens de ceremonie in 2007 ter gelegenheid van de deelname van de Gasunie in de Nord Stream-pijpleiding voor gas van Rusland naar Noord-Duitsland, tekenden de directievoorzitters van Gasunie en Gazprom. Achter hen op de foto staan de regeringsleiders: Balkenende en Poetin.

Particuliere bedrijven kunnen niet zonder politieke connecties. De Brits-Nederlandse Shell is een fijn voorbeeld. Wim Kok (PvdA) was er jarenlang commissaris, nu is VVD-erelid Gerrit Zalm (bestuursvoorzitter ‘staatsbank’ ABN Amro) dat. Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft een uitwisseling met Shell, waarbij een diplomaat tijdelijk bij Shell is gedetacheerd. Voormalige politici werken bij Shell (Benschop, Albayrak), voormalig Shell-leider Jeroen van der Veer adviseerde in een expertcommissie over de toekomst(strategie) van de NAVO.

Maar politieke connecties zijn geen cordon. De Russische overheid zette Shell in 2006 onder druk om de helft van zijn investering in het grote Sachalin-veld te verkopen aan Gazprom. Shell verzette zich, maar dat maakte de Russen niks uit. Energie is staatsbelang. De vergelijking met het politiek-economische machtsmisbruik in de Yukos-zaak en de 37 miljard euro schadevergoeding dringen zich op.

Een wezenlijk, maar miskend aspect van de politiek-economische afhankelijkheid zijn de fiscale zaken. Shell betaalt belasting over zijn winst, royalty’s voor het winnen van energie én int belastingen aan de pomp, zoals accijnzen.

Over 2013 betaalde Shell Nederland BV 685 miljoen euro winstbelasting, blijkt uit het jaarverslag. Shell Nederland is daarmee in zijn eentje goed voor meer dan 5 procent van de winstbelasting van álle Nederlandse bedrijven. Ook betaalde Shell Nederland hier bijna 3 miljard euro royalty’s.

Shell rapporteert als multinational jaarlijks in welke landen het bedrijf de meeste belasting afdraagt. Op die lijst staat Nederland alleen in een voetnoot. Shell verklaart dat uit het feit dat het concern hier niet via dochters, maar vooral via samenwerkingsverbanden werkt. Shell becijfert zijn Nederlandse belastingbijdrage, omgerekend, op ruim 7 miljard euro. Dat is ruim 5 procent van de totále opbrengst van de directe en indirecte belastingen (BTW, accijnzen, loon- en inkomstenbelasting, winstbelasting) in Nederland.

Shell is afhankelijk van overheden, maar overheden kunnen niet zonder partijen als Shell. Eén bedrijf, zoveel rollen: energieproducent, investeerder, belastingbetaler en ‘belastingdienst’. Dat maakt de positie van Shell in een politiek-diplomatieke crisis als nu tussen Nederland, Europa en Rusland zo ongrijpbaar.