Column

Eerst de feiten op tafel, dan pas geldt het vrije woord

Ik heb geen behoefte aan filosofische bespiegelingen. Daarin lijk ik sprekend op onze premier. Die zei bij een persconferentie exact hetzelfde. „Ik heb geen behoefte aan filosofische bespiegelingen.”

De weerzin tegen bespiegelingen leeft bij mij al langer; de weerzin tegen filosofie wast tegelijk aan met die maar steeds wassende stroom van onfalsifieerbare luimen en humeuren die moet doorgaan voor wijsbegeerte. Je hoort beschouwers wel klagen over feitenvrije politiek – fact free politics – maar het beschouwen zelf is vaak nog stukken feitenvrijer.

Terwijl de wereld van de feiten toch zoveel heeft te bieden. In de afgelopen jaren heb ik vanaf de zijlijn veel achting opgevat voor de buitengewone precisie waarmee onderzoek naar luchtvaartongevallen wordt uitgevoerd. Dat geldt voor onderzoek van luchtvaartmaatschappijen naar de feitelijke toedracht. Het geldt ook voor het politieonderzoek dat ik ooit van dichtbij heb kunnen bekijken.

Onvermoeibaar wordt iedere snipper van elke gebeurtenis bekeken, iedere fractie van elke seconde, afzonderlijk en in samenhang. Om dan na een jaar van gepuzzel ten minste op één punt in tijd en ruimte te ontdekken hoe de wereld in elkaar steekt. Indrukwekkend.

Nu haast ik me te zeggen dat de academische filosofie zulke precisie ook kent. Accuratesse in het argumenteren en definiëren. Het is niet alles zouteloze brij wat de klok slaat. Maar toen ik deze week een filmpje kreeg toegestuurd waarin valt te zien hoe de Duitse filosoof Markus Gabriel dit voorjaar een zaal toesprak vol Nederlandse belangstellenden, werd het me toch droef te moede. Gabriel is een serieus te nemen hoogleraar kennistheorie, maar op zo’n podium is ernst kennelijk niet een eerste vereiste.

„Postmodernism never really happened”, zei de denker bijvoorbeeld. Als toeschouwer kun je op geen enkele manier voorstellen wat zo’n uitspraak betekent, maar het klinkt inderdaad heel filosofisch. Vinden mensen het van belang, vroeg de filosoof, dat ze uit Duitsland of Nederland komen? Foute boel. „Bad views”. Bovendien ideologisch. „En ideologieën kunnen ons schaden, daarom houden we er niet van.” Nou ja, dat niveau van argumenteren. De wijsneuzigheid deed me denken aan praatjes bij conferenties over Technology, Entertainment, Design. De TED-talk-toon van het gelijk. Zoals mensen op de televisie hun carrière danken aan het feit dat ze heel hard praten, zo is op het podium van de opinie volume ook al een pre. Praat met overtuiging en iedereen volgt je. Been wilskrachtig over het podium en je vergeet wat je over het hoofd ziet. Dit is niet de wereld van het onderzoek, maar van de ideeën die je kunt verheffen tot praatje. „Ideas worth spreading”, zoals TED zegt.

Bij het zien van het filosofische filmpje dacht ik opnieuw aan de woorden van de premier. „Ik heb geen behoefte aan filosofische bespiegelingen.” Dat kon ik me opeens heel goed voorstellen. De vraag die hem was gesteld leed ook al aan die wijsneuzige TED-talk-toon waarop mensen opiniërende uitspraken doen die niet te weerleggen zijn. Of hij spijt had van de royale manier waarop Poetin was binnengehaald tijdens het Nederland-Ruslandjaar, vroeg een verslaggever.

Er was een vliegtuig neergeschoten, de spanning tussen Nederland en Rusland liep op, en achter dat ene punt in tijd en ruimte zag je de complexiteit zich ontvouwen. Jaren van grondig onderzoek naar de toedracht, kwetsbaar diplomatiek overleg met partijen wier steun je niet kunt missen in conflicten elders ter wereld, inspanningen van onbeschermde marechaussees, indrukwekkend gepuzzel met brokstukken en gegevens. En de premier krijgt de vraag of hij spijt heeft van zijn welkom aan Poetin. „Ik heb geen behoefte aan filosofische bespiegelingen”, zei hij.

Eigenlijk heb ik ook niet zo’n behoefte meer aan filosofische bespiegelingen. Het is niet dat ik tegen het vrije woord ben en de ongebonden uitwisseling van ideeën. Maar je zou willen dat iedereen het vrije woord een tijdje binnen hield totdat er wat gegevens op tafel liggen.

En ja, natuurlijk, dat geldt voor mij net zo goed als voor ieder ander. Toen ik indertijd meekeek met het politieonderzoek naar een luchtvaartongeval moest ik een verklaring ondertekenen: lopende het onderzoek mocht ik er niets over zeggen. Dat was maar goed ook. Anders had ik vast allerlei onvoltooide meningen de wereld in geslingerd. Zoals u vandaag ziet, laat ook ik me meer leiden door mijn humeuren dan door mijn verstand.

Daarom is het hoopgevend te weten dat er beroepen zijn waarin accuratesse, nieuwsgierigheid en dienstbaarheid voorop staan. Dit is mijn geruststellende boodschap van vandaag. Gelukkig hebben we de politie en de marechaussee en zijn we niet overgeleverd aan het vrije woord.