De toekomst is lief en zorgzaam

In Zeist kunnen dementerende bejaarden knuffelen met een robotzeehondje. Ze praten en zingen tegen het robotje. Geven we zo de zorg uit handen aan machines? „Het brengt het zorgen in de mensen naar boven.”

Cobie Markus (89) met robotzeehondje Ariël. Het interactieve beest helpt dementerende ouderen contact te maken. Foto Olivier Middendorp

Cobie Markus zit zwijgend in haar stoel bij het raam. Mylène Mosterd komt aanlopen en legt Ariël op haar schoot – een hagelwitte pluchen zeehond. Cobie begint meteen honderduit te praten tegen de zeehond – onverstaanbare teksten – en te knuffelen, te lachen, te aaien. Het zeehondje piept en beweegt en knijpt zijn grote ogen dicht.

Cobie reageert op de zeehond als een klein kind dat gelooft dat een knuffelbeest echt is. Van de omstanders is ze zich amper bewust. Cobie (89) dementeert.

Spontane kinderliedjes

Verpleeghuis Amandelhof in Zeist heeft sinds januari Ariël in huis, een robotzeehondje. Hij biedt – mits opgeladen – gezelschap en troost aan demente bewoners. Hij reageert op aanraking en geluid. Activiteitenbegeleider Mylène Mosterd: „De zeehond maakt veel los. Het brengt het zorgen in de mensen naar boven. Ze gaan spontaan kinderliedjes zingen tegen het beest. Een man heeft er laatst een uur tegen zitten praten.”

Cobie woont met 31 andere dementerende ouderen op de gesloten afdeling van Amandelhof. Als de deur van de afdeling niet op slot gaat, lopen de bewoners weg.

Ruim honderd Ariëls zijn er al verkocht in Nederland, vertelt de importeur, Focal Meditech in Tilburg. Aan zorginstellingen voor ouderen, verstandelijk gehandicapten en mensen met autisme. Snel gaat het nog niet – de robotzeehond kost 5.500 euro per stuk – maar robots zijn hoe dan ook de toekomst voor de zorg, zeggen kenners.

Getest op ouderen

Er zijn verschillende robots die worden getest op ouderen die nog niet te koop zijn. Ze bieden praktische hulp. Er is een robot met 16 vingers die haren wast. Er is een robot die de verzorger helpt om zwakke mensen in en uit het bed of de rolstoel te tillen. En er is een robot, de Mobiserv, die rondrijdt in huis (of de instelling) en vraagt of de bewoner al gegeten heeft. Of de medicijnen al zijn ingenomen. Of er bewogen moet worden. Of het gas wel uit is, de deur op slot zit en de ramen dicht zijn. Hij meldt het wanneer er iemand voor de deur staat en wanneer het favoriete televisieprogramma begint.

De robots komen veelal uit Japan, Italië en Amerika – landen die er al vijftien jaar mee bezig zijn. De robotzeehond, vertelt men bij Focal Meditech, wordt alsmaar verbeterd – inmiddels is de achtste versie al verschenen. De bejaarde van de toekomst woont dus thuis, heeft een moestuin en een robot.

Randall van Poelvoorde, business consultant, is enthousiast over robots. Hij richtte de site robots.nu op en houdt alle ontwikkelingen bij. „De robot is de culminatie van aparte technologische ontwikkelingen die invloed hebben op de samenleving.” Wat als de alleenstaande oudere afhankelijk is van de robot en het apparaat er plots mee ophoudt? Van Poelvoorde: „De robot leert sms’en wanneer dat gebeurt: ‘Ik merk dat ik niet meer werk, wil jij mevrouw Pieterse overnemen?’ Of: ‘Mijn sensoren doen het niet, ik moet gerepareerd worden.’ Het meest tijdrovende in de zorg voor ouderen, zegt Van Poelvoorde, is immers het monitoren. „Alles in de gaten houden. Dat kán een robot. Zo ontlast hij de omgeving.”

Echte huisdieren

Hollywood maakt van de robot meestal de tegenstander van de mens, zegt Van Poelvoorde. „In films legt de mens het af tegen robots. Maar in Azië leven ze samen met mensen, ze krijgen een ziel toegekend. En dan is het oké.”

Kil hoor, zeggen sceptici. Dat snapt Van Poelvoorde wel. „We moeten ons als samenleving ook wel afvragen of we dit willen. Het is dubbel, ja. Aan de ene kant handig, maar misschien ook treurig. Dat eenzame ouderen door een robot in de gaten worden gehouden.”

Er waren weleens bewoners die echte huisdieren meenamen bij de verhuizing naar Amandelhof, vertelt Mylène Mosterd. Maar eigenlijk gaat dat niet. „In het begin kunnen ze er nog wel voor zorgen, maar op het laatst moeten wij alles doen: voeren, schoon houden, uitlaten.

Gezoem verstoort de illusie

Toen heeft Mosterd geregeld dat de robot Ariël er kwam. Ze had een reportage gezien op de televisie over een ander verpleeghuis waar hij was geïntroduceerd. Maar het ding paste eigenlijk niet in de begroting. Ze organiseerde een bazaar en riep alle familieleden van bewoners op te doneren. In januari kon ze Ariël aanschaffen. De hardware is peperduur. Het beestje mag bijvoorbeeld niet zoemen, want dan verdwijnt de illusie dat hij echt is.

Cobie is nooit getrouwd geweest en heeft geen kinderen. Haar belangrijkste naaste is haar buurvrouw van 71 die haar elke week bezoekt. Ze vertelt dat Cobie jarenlang op twaalfhoog woonde in een flat in Zeist en twee keer werd beroofd op de galerij. Na de tweede keer is ze naar de begane grond verhuisd. Zo’n tien jaar geleden begon de tocht langs verzorgingshuizen: drieënhalf jaar in een aanleunwoning, drie jaar in een verzorgingshuis – „waar niemand naar haar omkeek” – en sinds drie jaar in dit verpleeghuis.

Ze hebben hier geluk met de zeer betrokken Mosterd die allerlei activiteiten heeft opgezet, zoals uitjes naar het zwembad, het tuincentrum, de ijssalon. Een van de verzorgers heeft onlangs een baby gekregen en die komt ze weleens in bad doen te midden van de dementerende vrouwen. Mosterd: „Dan kirren ze allemaal van geluk.”

Is de hulpbehoevende oudere van de toekomst echt aangewezen op robots? Nee, verwacht Mosterd. „Het is bedoeld als aanvulling. We hebben ook een snoezelruimte maar mensen tot rust kunnen komen. Het is niet de bedoeling dat de robot menselijk contact vervangt.”