De familie Riemens wil juist terug naar Libië

Nederlanders worden verzocht Libië te verlaten. Sommigen proberen het land juist in te komen.

Grootste steden

‘Verlaat dit land onmiddellijk’. Dat was zondag de boodschap van de Nederlandse ambassade in hoofdstad Tripoli aan alle Nederlanders in Libië. Sindsdien heeft niemand zich gemeld bij de ambassade voor hulp, vertelt ambassadeur Ton Lansink. „Onze indruk is; iedereen die weg wil, is al weg. De situatie in Tripoli en Benghazi is gevaarlijk en onvoorspelbaar. Er wordt hier al weken zwaar gevochten. Het openbare leven is stilgevallen. De meeste mensen en bedrijven hebben al eieren voor hun geld gekozen.”

De veertig Nederlanders die bij de ambassade in Tripoli geregistreerd zijn, kregen een waarschuwing per mail en sms. Gisteren probeerde de ambassade iedereen die bij hen bekend is telefonisch te bereiken. „Zodoende hopen we dat er geen mensen achterblijven die door ons geholpen zouden willen worden”, zegt ambassadeur Lansink.

Gisterochtend nog zijn twee Nederlanders naar de Tunesische grens gereden, vertelt hij. „Die zijn inmiddels in veiligheid. Nederlanders her en der in de woestijn kunnen gebruik maken van vliegtuigen die door hun werkgever geregeld zijn. Anderen kiezen ervoor in Libië te blijven.” Dat zijn vaak vrouwen met een Libische man, aldus Lansink. Het merendeel van de naar schatting zeventig Nederlanders in Libië, ongeveer driekwart, woont met partner of gezin in Tripoli.

Henrieke Riemens is zo iemand. In 2012 verhuisde ze met haar Libische man en drie dochters naar de stad Nalut, aan de grens met Tunesië. Terwijl iedereen wordt opgeroepen Libië te verlaten, probeert de familie Riemens het land juist in te komen. „Door familieomstandigheden zijn we nu ruim een maand in Nederland. We willen weleens naar huis. Over een maand begint de school van de kinderen.”

Volgens Riemens is de situatie rustig aan de Tunesische grens. „Als wij het idee hadden dat het niet veilig was om daar naar toe te reizen, hadden we het hier nog wel even uitgezongen. En als we in Tripoli hadden gewoond, waren we echt niet teruggegaan.”

Libië binnenkomen blijkt lastig. Riemens: „Een week geleden zouden we vliegen, maar tot twee keer toe is onze vlucht met Afriqiyah Airlines geannuleerd.” Libische luchtvaartmaatschappijen krijgen hun vergunningen om van en naar Europa te vliegen niet op orde. „Nu kopen we een auto en pakken de boot van Genua naar Tunis. De auto verkopen we daarna weer, zodat we geen extra kosten maken. Dat is mijn man nu allemaal aan het regelen”, vertelt Riemens.

Hoe moeilijk is het dan om weg te komen? Door gevechten zijn de vliegvelden van Tripoli en Benghazi dicht. Lansink: „Er wordt gevlogen via Misrata, de wegen naar Tunesië en Egypte zijn open. Via twee landsgrensposten kun je het land in en uit gaan.”

Intussen is de ambassade in Tripoli alleen nog bereikbaar via een noodnummer. Lansink: „Wij bereiden ons voor op vertrek. Nog deze week.”

Volgens de ambassadeur is functioneren „zo goed als onmogelijk geworden” nu verschillende strijdgroepen Libië ‘regeren’. „Het is kiezen tussen twee kwaden. Hier blijven en risico lopen of reizen en risico lopen.”