Bijvangst

illustratie jet peters

Bijvangst is op dit moment een heikel punt binnen de visserij: die moet van ‘Brussel’ aan wal worden gebracht en niet, zoals nu gebruikelijk is, kansloos over de reling worden gekieperd. Op papier is die ‘discard ban’ een aardig idee, maar niet op zee. Het verplichte aanlanden van ondermaatse visjes kost manuren en koelruimte, precies waarom de eurocraten denken dat de vissers er alles aan zullen doen om bijvangst te voorkomen. Daar is het laatste woord niet over gezegd.

Wij garnalenvissers van de Noordzeebranding hebben ook bijvangst: tussen de garnalen in de kor zit postzegelplatvis en klein zilver: bliek, jonge haring, en soms wat kleine zeebaars.

Die jeugdige baars, minitarbot, dwergschar en madurodamschol kun je zo aan het ruime sop kwijt. Een slag met de staart, en weg. Zo niet die bliek. Die geeft onmiddellijk de geest, en heeft de schrik vaak nog in de ogen.

Je kunt ze – soms heb je een hele school te pakken – dus wel als krabbenvoer teruggooien in zee, maar netter is het om – ‘Brussel’, letten we even op? – er ‘fritto misto’ van te maken, maar dan ‘ongemengd’.

Nu is duidelijk dat niet elke lezer met netten kan gaan lopen slepen en dit moet toch een ruim toegankelijke servicerubriek zijn.

Daarom een suggestie: koop bij de marktman gewoon kleine spiering, ansjovis of jonge horsmakreel. Er is altijd wel een vistype dat er, desnoods gehalveerd, voor in aanmerking komt.

Nog een laatste tip: wie nu op vakantie is in Frankrijk of Spanje treft soms smelt – respectievelijk lançon en lanzon – aan, aalachtige beestjes, waarvan de kiloprijs lachwekkend is. Ook die lenen zich, in mootjes gesneden, goed voor de frituur, mét aioli.