Als je er geld voor krijgt, is het ook geen uitlenen

Delen schijnt het nieuwe hebben te zijn, signaleert Clara van de Wiel. Maar als je goed kijkt, gaat het toch gewoon om een aanbod in ruil voor geld.

Illustratie Veronique de jong

Heb je net een nieuwe auto gekocht? Of een hotelkamer geboekt? Wat hopeloos ouderwets. Wie mee wil in de vaart der volkeren, haakt tegenwoordig aan bij de deeleconomie. Het is het antwoord op alle grote problemen van deze tijd, als we de believers mogen geloven. Want waarom zou je nog afhankelijk zijn van bedrijven die je allerlei spullen en diensten aansmeren, als je het met een medeburger onderling net zo goed kunt regelen? Alles wat je in het leven nodig hebt, heeft een ander immers ook wel in huis.

Gewoon voor de aardigheid. Toch?

Aanvoerder in de revolutie was twee jaar geleden de website Airbnb, waar mensen hun leegstaande rommelzolder met de wereld konden ‘delen’ als slaapplek. De aanhakers schoten daarna als paddestoelen uit de grond. Inmiddels kun je ook je parkeerplek uitlenen, een amateurkok in je keuken uitnodigen en je buurman regelen om de hond uit te laten. Van echt delen is bij dat laatste natuurlijk geen sprake, maar een kniesoor die daarover valt. In de nieuwe deeleconomie gaat het bovenal om het principe. We doen het peer-to-peer; als gelijken onder elkaar; niet voor de kost maar gewoon omdat we er aardigheid in hebben. En tja, als je er dan ook nog een zakcentje mee kunt verdienen...

Eerlijk zullen we alles delen, nietwaar? Maar wanneer we dat delen goed bekijken, gaat het meestal toch gewoon om een aanbod in ruil voor geld. In de duistere wereld vóór dit nieuwe tijdperk noemden we dat nog verkopen of verhuren. Verschil is dat het tussen ‘gelijken’ gebeurt. En dat het door talloze internetapplicaties simpeler dan ooit is geworden. Waar je vroeger eerst flink wat deuren af moest om een klopboor te lenen, zie je nu direct waar je wezen moet.

Bemiddelingsdiensten op internet maken dus plotseling van alles mogelijk. Maar dat kun je ook omdraaien. Want allerlei dingen die al plaatsvonden, krijgen tegelijkertijd een zakelijke saus, die het er niet altijd leuker op maakt. Schonk je je appartement in de vakantie normaal aan een kleinbehuisde familie, tegenwoordig kun je er met hetzelfde gemak een goed betalende Koreaan inzetten. En die krijgt dan toch voorrang boven ome Ko. En hé: die huiswerkhulp aan de zoon van de buurvrouw kun je eigenlijk net zo goed betaald aanbieden. En waarom dat kopje suiker niet? In de deeleconomie is eigenlijk alles te koop. Je zou wel gek zijn iets voor niets te doen.

Niet alleen alle mensen in je omgeving kunnen zo opeens een zakenpartner worden. Ook de openbare ruimte kan zomaar in commercieel terrein veranderen. Delen van de stad die met goede reden tot woongebied zijn aangemerkt, worden met enthousiasme ‘uitgeleend’ aan toeristen. In San Francisco zijn er al wijken waar de meeste huizen door de bewoners haast permanent in ‘bruikleen’ zijn gezet. En geef ze eens ongelijk, gezien het geld dat ze ervoor kunnen krijgen. Airbnb geeft zelfs toe dat tweederde van de gebruikers in San Francisco geen zolder aanbiedt, maar een appartement waar ze zelf het grootste gedeelte van de tijd niet wonen. Echt eerlijk delen is dat niet.

Een van de gevaren van de deeleconomie is dat alles in potentie een commerciële transactie kan worden. En daarmee een conflict. Want als delen, ruilen en uitlenen door derden gearrangeerd en gemanaged wordt, is de vrijblijvendheid er wel vanaf. Zo’n gemedieerde gelegenheidsverbinding schept verwachtingen.

Profiteren van generositeit

Opeens stoort de haperende koppeling in de professioneel gedeelde auto je toch een stuk meer. Om nog maar niet te spreken over conflicten die ontstaan als de auto er plotseling helemaal mee ophoudt. Het is maar de vraag of al die pas gesloten deelverbondschappen wel tegen dat soort confrontaties zijn opgewassen.

Zonder twijfel zitten er mooie kanten aan bepaalde deelinitiatieven, bijvoorbeeld als het buren bij elkaar brengt of verspilling tegengaat. Maar het heilige geloof dat delen de toekomst is en een eind maakt aan de hegemonie van grote bedrijven, zoals Airbnb regelmatig betoogt, verdient veel argwaan. Alleen al omdat zij het meest van de georganiseerde generositeit profiteren.

Maar daarnaast moeten we ook oppassen dat het ons niet allemaal kleinkapitalisten maakt, constant op zoek naar een nieuwe manier om heitjes voor karweitjes en spullen op te strijken. Uiteindelijk levert dat waarschijnlijk meer bonje op dan een gewone burenruzie.