Column

Alle vrouwen van Mosul besnijden

Heeft u het al gehoord? De nieuwe kalief van de hoofdenafhakkers heeft gedecreteerd dat alle meisjes en vrouwen in het gebied van Mosul tussen 11 en 46 jaar oud moeten worden besneden. Verminken noemen wij hier dat liever, maar hij sprak van een „geschenk” aan Mosul, de Iraakse miljoenenstad die in juni in zijn handen viel. Wie geen gehoor gaf aan zijn fatwa was immoreel en zou streng worden gestraft. Nou, dan weten wij wel hoe laat het is.

Maar is het eigenlijk wel waar?

Het bericht kreeg vorige week brede internationale aandacht toen de plaatsvervangend humanitair coördinator van de Verenigde Naties in Irak, Jacqueline Badcock, er bezorgd melding van maakte. VN, dat merk geeft zulk nieuws immers meteen een stempel van betrouwbaarheid. Maar wat de aanhangers van de kalief zelden doen, deden ze nu wel: ze ontkenden het. Journalisten van The Guardian ontdekten dat de fatwa een jaar geleden in de Syrische stad Aleppo was opgedoken, en dat het document werd beschouwd als gefotoshopt. Een inhoudelijk bezwaar tegen deze fatwa is dat vrouwenbesnijdenis eerder als een culturele dan als religieuze traditie geldt. Maar de kalief zou er natuurlijk een eigen interpretatie op na kunnen houden.

Mijn punt: de Islamitische Staat, de organisatie waaruit het kalifaat voortkomt, is zo bewezen extreem dat je elk bericht over nieuwe misdaden zonder meer gelooft. Ja toch? Een organisatie die de christenen van Mosul voor de keus stelt tussen bekeren, vertrek of de dood, die is tot alles in staat. Die shi’ieten massaal executeert waar ze die tegenkomt, dieven de handen afhakt en beelden sloopt.

Ik kwam vorige week een boodschap tegen van dr. Saad Eskander, directeur van de Iraakse Nationale Bibliotheek. Daarin ging hij tekeer tegen iedereen die valse of onbetrouwbare informatie verspreidt over wat er in IS-gebied aan de hand is: „de officiële propagandamachine, hoge ambtenaren op het Iraakse ministerie van Toerisme en Oudheden, sommige vertegenwoordigers van de Iraakse christelijke gemeenschap binnen en buiten het land, en bepaalde amateur-journalisten, zowel binnen- als buitenlands”. Het ging hem onder andere om beelden van het in brand steken van de Chaldeeuwse kathedraal in Mosul – die dat niet te zien gaven. Dergelijke berichten, schreef Eskander, „moedigen de bloeddorstige strijders van de kalief alleen maar aan om nog meer misdrijven te plegen tegen zowel de minderheden als het Iraakse cultureel erfgoed”. Ze worden op ideeën gebracht.

Het is ook de vraag wat die propagandamachines ermee opschieten. De kalief heeft vijanden te over, maar niemand is bereid het voortouw te nemen in een offensief – het Iraakse leger kan het niet, de Koerdische peshmerga kijken de kat uit de boom, Obama wil geen nieuw buitenlands avontuur en Iran gaat evenmin de kastanjes uit het vuur halen. Hij kan voorlopig gewoon doen waar hij zin in heeft.