Achter de chaos in Libië zit toch echt een plan

De Moslimbroederschap is in het nauw gedreven door het offensief van een oud-generaal en door verlies bij de verkiezingen. „Hun aanval op de luchthaven van Tripoli is een wanhopige de macht te behouden.”

Brand bij een oliedepot, gisteren in de buurt van Tripoli. Foto AFP

De Libische hoofdstad kwam bijna ongeschonden uit de oorlog die Gaddafi van de troon stootte; drie jaar later is Tripoli een slagveld.

Sinds twee weken wordt er fel gevochten rond de luchthaven. Tientallen vliegtuigen zijn beschadigd of vernield. Kosten: twee miljard dollar. De luchthaven is buiten gebruik. Benzine is bijna niet te krijgen, elektriciteit en water zijn ook schaars. Nadat zondag een oliedepot met 6,6 miljoen liter in brand vloog deed de regering een oproep om internationale hulp.

Wat is er loos? Een journaliste van de Amerikaanse zender PRI maakte een vergelijking met tv-serie Games of Thrones. Dat is niet zo gek: stadsstaatjes die in steeds wisselende allianties territoriale oorlogjes uitvechten; het vat Libië goed samen. Met dit verschil: in Libië worden alle strijdende partijen betaald door de overheid.

Dat is het gevolg van de catastrofale beslissing de strijders die tegen Gaddafi vochten op de loonlijst te zetten. De overheid schiep een monster: in 2011 waren er zo’n 20.000 militieleden; nu circa 300.000.

Maar achter de chaos zit wel een plan, zegt Mohamed Eljarh, een politiek analist verbonden aan het Rafik Hariri Center for the Middle East. Hij ziet de aanval op de luchthaven als een wanhopige poging van de Moslimbroederschap de macht te behouden. „Die voelt zich in het nauw gedreven, niet alleen door het Haftar-offensief, ook door de verkiezingen van 25 juni”, zegt hij aan de telefoon vanuit Oost-Libië.

Blijft u bij de les? Khalifa Haftar is de oud-generaal die in mei een offensief lanceerde tegen de fundamentalistische milities die in Benghazi (Oost-Libië) de baas zijn.

Het vliegveld van Tripoli is sinds 2011 in handen van de Zintan-militie, genoemd naar het stadje in de Westelijke Bergen waar zij vandaan komt. Voor Zintan is het een aardige bron van inkomsten. Maar Zintan is ook een bondgenoot van Haftar.

De aanval werd gelanceerd door een alliantie van fundamentalistische milities onder leiding van Salah Badi, een ex-parlementslid uit Misrata. Deze stadsstaat kiest nu de kant van de Moslimbroederschap.

Verkiezingen zonder uitslag

Eljarh wijst erop dat leiders van de Moslimbroederschap de aanval hebben geprezen. Eljarh: „Ze zeggen dat de gevechten doorgaan tot Haftar wordt teruggefloten.”

In deze chaos werden vorige week de uitslagen van de parlementsverkiezingen bekend. Nergens was een nieuwsbericht te lezen, zelfs met de uitslag in de hand is het heel moeilijk een winnaar aan te wijzen. Er mochten namelijk geen partijen meedoen, alleen onafhankelijke kandidaten.

Om te weten wat de Libische kiezer heeft gezegd, is het nodig de achtergrond van elke kandidaat te bestuderen. Eljarh heeft dat gedaan en zijn conclusie is dat de fundamentalisten een geweldige klap hebben gekregen. „Zij hebben deze verkiezingen nooit gewild, wisten dat ze gingen verliezen. Vervolgens hebben ze er alles aan gedaan de uitslag te vertragen. Daarna vielen ze de luchthaven aan. Ze hopen dat de chaos verhindert dat het nieuwe parlement bijeen kan komen.”

Wat de zaak compliceert is dat het nieuwe parlement volgens de wet moet vergaderen in... Benghazi. Dat was ooit een antwoord op de kritiek dat politici in Libië nooit op de plek van de problemen zijn.

Maar het vliegveld van Benghazi is dicht sinds het begin van Haftars offensief. Deze krant reisde eerder deze maand naar het vliegveld van Labraq en van daaruit naar El-Marj, vlakbij Benghazi, waar zich het achterhoofdkwartier van Haftar bevindt.

Er was ons een interview beloofd met de man zelf. Maar eenmaal ter plaatse weigert Haftar drie dagen lang elk gesprek. In zijn plaats zit kolonel Mohamed Al-Hijazi in een lege conferentiezaal in het enige, en verder gesloten hotel in El Marj. „Wij herstellen hier de waardigheid van de revolutie”, zegt Hijazi, keurig in uniform met een gemillimeterd baardje, verwijzend naar de naam van de operatie: karama, waardigheid.

Discipline is het handelsmerk van Haftars mannen, die voor het merendeel uit het oude Libische leger stammen. Groot verschil met de wetteloze milities en een reden waarom veel Libiërs Haftar steunen. Legereenheden liepen bij het begin van de opstand tegen Gaddafi naar de rebellen over, zeker nadat Abdul Fatah Younis, Gaddafi’s nummer twee, het voorbeeld gaf.

Extremisten

Younis werd op 28 juli 2011 vermoord door fundamentalisten, „sindsdien zijn pogingen ons te verwoesten niet gestopt”, aldus Hijazi. Hij doelt op de moorden op legerofficieren van de voorbije jaren die toegeschreven worden aan oudgedienden van de Libische Islamitische Gevechtsgroep, een extremistische beweging die in de jaren 90 streed tegen het Libische leger.

„De revolutie is gekaapt door deze extremistische groeperingen. Zij hebben met ons meegevochten tegen Gaddafi, alleen om wapens te bemachtigen om achteraf hun eigen agenda te kunnen uitvoeren.”

Die agenda is volgens Hijazi: geld van de Libische olie gebruiken om de regionale agenda van de Moslimbroederschap te financieren. Hijazi maakt daarbij geen onderscheid: „Alle extremisten vallen onder de abaya van de Moslimbroederschap.”

Hijazi zegt dat Operatie Waardigheid „60 procent van zijn doelstellingen heeft bereikt”. Na tweeënhalve maand, en ondanks het feit dat Haftar over een luchtmacht beschikt, lijkt er weinig schot in te zitten.

Benghazi zelf is meer dan ooit aan zichzelf overgeleverd. „Niemand heeft de controle”, zegt Mohamed Abujana aan de telefoon vanuit Benghazi. „Haftar is niet sterk genoeg de stad in te nemen. Benghazi is opgedeeld in pro- of anti-Haftarbuurten.”

Abujanah is baas van de radiozender Shabaab Libya FM. In 2012 stond hij mede aan de basis van de volksopstand in Benghazi tegen de fundamentalistische milities na de dodelijke aanslag tegen het Amerikaanse consulaat daar.

Maar juist Abujanah is fel gekant tegen Haftars operatie. „Haftar heeft de zaken erger gemaakt, de fundamentalisten met de rug tegen de muur gezet. Waarom zouden zij hun wapens opgeven als Haftar gezworen heeft hen uit te roeien? Zij vechten voor hun leven nu. En door alle fundamentalisten over dezelfde kam te scheren heeft hij de gematigden onder hen juist naar het radicale kamp gedreven.”

En toch ligt in het oosten mogelijk ook de oplossing voor Libië. In Bayda wordt sinds april gewerkt aan een nieuwe grondwet. „De verwachtingen zijn hooggespannen”, zegt Ali Tarhouni, de gewezen minister van Olie en Financiën en (heel even) premier die de vergadering leidt. „Veel mensen denken dat alle problemen van Libië zullen verdwijnen zodra er een grondwet is.”

Het doorgaans rustige Bayda was een bewuste keuze: het is onmogelijk werken als elke politicus een gewapende milities kan sommeren zijn woorden kracht bij te zetten. Maar de realiteit is nooit ver weg. Daags voor het gesprek ontplofte een autobom voor het gebouw waar de groep vergadert.

„Libië is nu als een stel tieners van wie de ouders met vakantie zijn, met dit verschil dat zij geld en wapens in overvloed hebben”, zucht Tarhouni. Dat een grondwet er iets kan veranderen lijkt een utopie.

„Als er straks in de grondwet staat dat wapenbezit verboden is, zullen de milities daardoor niet meteen verdwijnen”, geeft Tarhouni toe. „Maar het zal wel de wet van het land zijn. Dat is nu niet het geval. De grondwet, dat is een reeks afspraken die wij met elkaar maken over het Libië dat wij uiteindelijk willen. Het vergt tijd, maar we moeten ergens beginnen.”