Aanslag of pech, dat telt voor de verzekeraar

Wie moet het neergehaalde vliegtuig vergoeden? Dat hangt ervan af of de ramp in de categorie oorlogsschade valt.

Het maakt voor luchtvaartverzekeraars nogal wat uit wat de oorzaak is van een vliegtuigramp: pech of kwade opzet. Voor deze scenario’s hebben luchtvaartmaatschappijen namelijk verschillende verzekeraars.

Zo heeft Malaysia Airlines een ‘all-risk’-verzekering bij de Duitse verzekeraar Allianz. Die dekt de vergoedingen voor nabestaanden van passagiers. Maar voor de dekking van materiële schade is de situatie ingewikkelder. Voor zulke schade heeft het Maleisische bedrijf zich ook verzekerd bij Allianz. Daarnaast heeft het nog een ‘war risk’-verzekering bij de Britse verzekeraar Atrium. Zo’n verzekering dekt materiële schade als gevolg van oorlog of terrorisme.

Daarmee is het onderzoek naar de exacte toedracht van de vliegtuigramp ook voor deze verzekeraars van groot belang. De uitkomst daarvan geeft ze definitief antwoord op de vraag wie de kosten voor het neergehaalde toestel – naar schatting ruim 70 miljoen euro – moet vergoeden: Allianz of Atrium?

Rampzalige schade

De afgelopen jaren zijn de premies voor luchtvaartverzekeringen gedaald, blijkt uit cijfers van Aon, een makelaar die voor luchtvaartmaatschappijen onderhandelt met verzekeraars. Vorig jaar betaalden de in totaal bijna 250 airlines 1,1 miljard euro aan premie. Dat is 10 procent minder dan het jaar ervoor. De lagere premies hangen samen met minder claims. Deze trend, zo voorspelde Aon begin dit jaar, zet door – tenzij dit jaar een jaar wordt met „rampzalige schade”.

Dat is het geworden. Want behalve de ramp met vlucht MH17 verdween eerder dit jaar een vliegtuig van Malaysia Airlines, vlucht MH370. Het toestel is nog altijd spoorloos. De kosten voor verzekeraars zullen dit jaar het hoogst zijn sinds 2001, het jaar van de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten, zo meldde de Britse zakenkrant Financial Times gisteren.

Verzekeraars nemen maatregelen, meldt de krant: de premies voor een ‘war risk’-verzekering stijgen – tot wel het drievoudige – en sommige verzekeraars overwegen vluchten over bepaalde risicogebieden niet meer te dekken.

Ook na de aanslagen op 11 september 2001 schoten de verzekeringspremies omhoog. De twee vliegtuigen die opzettelijk in het World Trade Center vlogen, veroorzaakten verliezen die door luchtvaartverzekeraars „nooit voor mogelijk werden gehouden”, schrijft de Internationale Unie van Luchtverzekeraars op zijn website. De prijzen die verzekeraars rekenen, begonnen nu eindelijk weer in de buurt te komen van de niveaus voor 2001.

Wanneer schade in de categorie ‘war risk’ valt, is niet altijd helder. Zo is nog onduidelijk wat de oorzaak is van de verdwijning van vlucht MH370: een ongeluk of terrorisme? In zo’n geval delen de ‘all risk’-verzekeraar en de ‘war risk’-verzekeraar de kosten in eerste instantie, zodat de luchtvaartmaatschappij niet te lang op zijn geld hoeft te wachten. Als er genoeg informatie beschikbaar is, bepalen de verzekeraars wie er moet betalen – of zetten ze een onafhankelijke arbitragecommissie aan het werk om dat te beoordelen.

In het geval van vlucht MH17 lijkt het erop dat verzekeraar Atrium de schade voor het neergehaalde toestel moet vergoeden. Daar gaat het bedrijf zelf ook vanuit, zo blijkt uit een verklaring op de website. Tenminste, als de „vroege aanname over de belangrijkste feiten” overeind blijft. Die vroege aanname gaat er vanuit dat het neerstorten van MH17 het gevolg is van een oorlogsdaad.

Helemaal alleen hoeft Atrium die kosten overigens niet te betalen. Verzekeraars van zulke dure goederen spreiden doorgaans het risico en zijn zelf ook verzekerd bij een externe partij – die soms ook weer verzekerd is. Wie als laatste steen in dit dominospel de grootste financiële schade lijdt, blijft meestal onbekend.