Zo wordt AOW bijstandsuitkering

Door die fiscalisering van de AOW leveren mensen met aanvullend pensioen bijna alles in, schrijft Martin van Rooijen.

Illustratie Marian Kamensky

Het kabinet komt nog voor het eind van de zomer met een standpunt over belastinghervorming. De fiscalisering van de AOW is hierbij een belangrijk punt. Deze ‘AOW’ers-taks’ grijpt in op het inkomen van iedereen met een aanvullend pensioen. Naarmate het pensioen hoger is, wordt de netto AOW lager en voor sommigen zelfs nul.

Het kabinet zal bij zijn plannen voor het aanpassing van het belastingstelsel putten uit het advies van de Commissie Van Dijkhuizen (2012) over aanpassing van het belastingstelsel en het advies van de Commissie Don (2013), die alle specifieke regelingen voor ouderen onder de loep heeft genomen en 15 miljard euro aan mogelijke bezuinigingen signaleert.

De AOW is vanaf de invoering in 1956 een volksverzekering. Ze biedt iedereen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een gelijke uitkering tot zijn overlijden. We betalen allemaal AOW-verzekeringspremies tot het moment van ingang van de AOW-uitkering. De AOW-premie bedraagt 18 procent over maximaal bijna 34.000 euro inkomen (het eind van de tweede belastingschijf). De maximale AOW-premie is dus 6.000 euro.

Het idee is nu de AOW-premie achttien jaar op rij met 1 procentpunt te laten dalen en de inkomstenbelasting elk jaar met 1 procent te verhogen in de eerste en tweede belastingschijf. Na achttien jaar betaalt dan niemand meer de oude 18 procent AOW-premie en iedereen 18 procent meer belasting.

Mensen met een AOW-uitkering hoeven geen AOW-premie meer te betalen. Zij profiteren dus niet van de stapsgewijze afschaffing van de 18 procent premie, maar zij betalen wel achttien jaar lang jaarlijks de met 1 procent stijgende belasting. Over de volle 18 jaar gaan de gepensioneerden zo 30 miljard euro meer belasting betalen. Daarna levert de extra aanslag op gepensioneerden de schatkist elk jaar 3 miljard euro op.

Mensen met alleen AOW - nu 9.000 euro - hebben niks te vrezen van de fiscalisering van de AOW vanwege de zogenaamde netto-netto-koppeling; dat is de afspraak dat de netto AOW gelijk is aan het netto minimumloon. Om die reden wordt hun AOW achttien jaar lang verhoogd met 1 procent van die 9.000 euro.

Mensen die naast hun AOW een aanvullend pensioen hebben, zijn wel de klos. Zij gaan de komende 18 jaar elk jaar 1 procent meer belasting betalen over hun aanvullend pensioen tot 25.000 euro (samen met de AOW is dat ongeveer de huidige premiegrens van 34.000 euro). De AOW’ers-taks is in het eerste jaar maximaal 250 euro, maar loopt op tot maximaal 4.500 euro na achttien jaar. Dat is bijna evenveel als de 5.400 euro die iemand die gemiddeld 42 procent belasting betaalt na achttien jaar netto overhoudt van de AOW van 9.000 euro.

Het belasten van de AOW-uitkering betekent voor de middengroepen een aderlating van maximaal 4.500 euro netto. Mensen die gemiddeld 52 procent belasting betalen, houden netto helemaal niets meer over van hun AOW. Was de AOW eerst een oudedagsverzekering voor iedereen, vanaf dat moment is de AOW alleen nog een bijstandsuitkering voor mensen zonder of met slechts een klein aanvullend pensioen.

De AOW’ers-taks is de zoveelste extra aanslag op de inkomens van gepensioneerden. Ze komt bovenop de invoering van het middelloon-pensioen, het jaren achtereen niet indexeren van de pensioenen (in veel gevallen ook pensioenkortingen), grote bezuinigingen in de zorg en bovenop het achterwege blijven van indexering in de komende vijf tot tien jaar (vanwege strengere regels voor de indexering van pensioenen, die binnenkort bekend worden gemaakt). Bedenk daarbij dat het gemiddelde aanvullend pensioen in Nederland slechts 700 euro bruto per maand is. Dat is na achttien jaar 140 euro per maand lager.

Voor jongeren valt de welvaartsklap door de AOW’ers-taks samen met het effect van de lagere opbouwmogelijkheid van het aanvullend pensioen waartoe dit kabinet kort geleden heeft besloten. De commissie-Don adviseerde juist dat fiscalisering van de AOW gepaard zou moeten gaan met een hogere pensioenopbouw.

Omdat AOW’ers vandaag geen premie betalen voor de AOW-verzekering is de algemene heffingskorting voor de inkomstenbelasting voor 65-plussers de helft van die van de 65-minners, namelijk 1.000 euro in plaats van 2.000 euro. Als AOW’ers straks wel mee gaan betalen aan hun AOW, is niet meer dan billijk dat ook voor hen de heffingskorting naar 2.000 euro gaat. Dat kost de schatkist weliswaar miljarden, maar een fiscaal aparte behandeling van ouderen is discriminatie en kan niet bestaan.

Fiscalisering van de AOW is een onzalige gedachte, omdat dit de verzekeringsgedachte onder de AOW uit slaat en ouderen discrimineert. Het geld dat het kabinet bij de ouderen zoekt, kan gevonden worden door het elimineren van het oerwoud aan fiscale aftrekposten en heffingskortingen bij de bepaling van de toeslagen (zorg- en huurderstoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag), die ruim 11 miljard euro kosten. Maak die toeslagen gewoon afhankelijk van het bruto inkomen zonder al die aftrekposten en kortingen. Dat levert een grote besparing op. Zo’n maatregel is ook begrijpelijker dan het blijven stapelen van nieuwe lasten op de schouders van de ouderen.