Zelfs de renners vonden Tour opeens onbelangrijk

De concurrentie van het WK voetbal en vervolgens de MH17-ramp degradeerden de Franse ronde tot een bijzaak.

De Tour de France van 2014, die gisteren zijn laatste etappe beleefde, leek in niets op die van 2013. Zo eindigden alleen Bauke Mollema (Belkin) en de Spanjaard Alejandro Valverde (Movistar) beide jaren in de toptien.

Waar de editie van vorig jaar geheel zonnig verliep, regende het dit jaar de helft van de tijd. Bovendien leek de Tour dit jaar in Nederland lang niet zo tot de verbeelding te spreken als een jaar geleden. Hoe komt dat?

1 Concurrentie om de aandacht – eerst van het WK voetbal, daarna van de vliegramp

De Tour begon al een week later dan normaal, om zo min mogelijk overlap te hebben met het WK voetbal in Brazilië. Toch viel in de eerste week, toen het WK in de beslissende fase was, te merken dat de aandacht voor de Tour beperkt bleef. Een goed voorbeeld hiervan was de knappe ritzege van Lars Boom (Belkin) in Arenberg, de eerste keer in negen jaar dat een Nederlander zegevierend over de finish kwam in de Tour. Het was een prachtige prestatie dat Boom in de regen op de kasseienstroken van Noord-Frankrijk solo over de streep kwam. Maar diezelfde avond stond Nederland-Argentinië op het programma. Zonder die wedstrijd had Boom alle voorpagina’s gehaald, nu moest hij het meestal doen met een verhaal binnenin.

En vier dagen na het WK stortte het toestel van Malaysia Airlines in Oost-Oekraïne neer. Zowel in Nederland als bij veel Nederlandse Tour-deelnemers en -volgers in Frankrijk was het wielrennen van het ene op het andere moment onbelangrijk geworden. Zoals Belkin-renner Bram Tankink zei: „Dan weet je weer dat wij met onzin bezig zijn.”

2 Het uitvallen van de twee topfavorieten Froome en Contador.

Het is knap dat de Italiaan Vincenzo Nibali (Astana) de Tour beëindigde met bijna acht minuten voorsprong op de nummer twee, de Fransman Jean-Christophe Péraud (AG2R). Maar over zijn zege hangt de sluier van het uitvallen van zijn twee voornaamste concurrenten, de Brit Chris Froome (Sky) en de Spanjaard Alberto Contador (Tinkoff). Alleen met hen had hij in de bergen echt de strijd moeten aangaan, was de verwachting. Doordat zij met botbreuken uitvielen, kwam de overwinning van Nibali geen moment in gevaar. Dat maakte de Tour enigszins saai. Ook om de groene trui is nooit echt gestreden: de Slowaak Peter Sagan (Cannondale) was veel te sterk voor zijn tegenstrevers.

3 De prestaties van ‘Bau en Lau’

De jaren 2011 en 2012 waren zeer magere jaren geweest voor het Nederlandse wielrennen, zonder ook maar één renner bij de beste twintig in de eindklassering. En toen was daar ineens Bauke Mollema, met in zijn kielzog ploeg- en landgenoot Laurens ten Dam. In de Pyreneeën bleken beiden met de besten omhoog te kunnen, met als gevolg dat ze zelfs even tweede en vijfde stonden in het klassement. Dit jaar deden ze het ook goed: negende en tiende zijn ze geworden. Maar omdat ze nooit ook maar in de buurt kwamen van het geel, werden hun prestaties toch lager ingeschat.