Waarom het nu toch echt gedaan is met je oude rekeningnummer

DEN HAAG - Minister Jeroen Dijsselbloem van Financien bezoekt de OveropIBAN-bus voor het Binnenhof. Nederland gaat op 1 februari 2014 helemaal over op het Europese betalingssysteem SEPA. Door de invoering van SEPA (Single Euro Payments Area) vervallen de vertrouwde Nederlandse rekeningnummers en worden ze vervangen door hun Europese tegenhanger IBAN. ANP ROBIN UTRECHT Foto ANP

Het is voorbij. Je oude, makkelijke rekeningnummer ziet er vanaf komende vrijdag voorgoed anders uit. Dan moet namelijk heel Nederland - consument én bedrijf - over zijn op het IBAN-systeem.

Eigenlijk had dat per 1 februari al zo moeten zijn, maar de invoering werd met een half jaar uitgesteld.

Vier vragen over achttien belangrijke cijfers en letters.

1. Wat is een IBAN-nummer eigenlijk? En waarom willen we dat?

IBAN staat voor International Banking Account Number. Op Europees niveau is besloten dat alle bankrekeningennummers in Europa gelijk getrokken moeten worden. Ze moeten allemaal op dezelfde manier zijn opgebouwd. Dit om het betalingsverkeer in Europa soepeler te laten verlopen.

In Europa moet één betaalmarkt komen, de Single Euro Payments Area (SEPA). In feite is dat een soort Schengenzone voor geld: dat moet vrij kunnen stromen, zonder oponthoud. Dat zou het betalingsverkeer eenvoudiger maken. En vooral goedkoper.

2. Wordt het ook eenvoudiger en goedkoper?

Dat hangt er maar vanaf wie je het vraagt. Er zijn genoeg consumenten die het erg ingewikkeld vinden. Een IBAN-nummer bestaat uit 18 cijfers en letters, een hoop om te onthouden.

Tegelijkertijd: zo moeilijk is het niet. Het nummer bestaat uit een landencode, een controlegetal, de naam van de bank en het oude rekeningnummer. Veel mensen weten hun nummer nu ook niet uit hun hoofd. En IBAN is niet nieuw: wie nu internationale betalingen wil doen, moet het al gebruiken.

Wat de kosten betreft: in theorie kan het goedkoper worden. Maar dan moeten banken hun besparingen wél doorberekenen. En banken kunnen alle winst momenteel goed gebruiken.

3. Voor wie is de overgang dan wel lastig?

Met name voor bedrijven, en dan vooral voor bedrijven die niet veel buitenlandse betalingen doen. Zij worden op kosten gejaagd door het nieuwe systeem. Ze moeten hun administratie aanpassen, hun briefpapier. Kappers en horecazaken doen amper betalingen naar het buitenland dus profiteren niet als die goedkoper worden. Maar ze moeten wel uitgaven doen om zich ‘IBAN-proof’ te maken.

Naar schatting doet het gros van de ondernemingen in Nederland geen tot weinig betalingen naar het buitenland. Die ondernemers klagen dat vooral softwarebedrijven, banken en consultants verdienen aan IBAN.

Goede doelen vormen als enige een uitzondering. Zij mogen hun verkorte rekeningnummers - denk aan Giro 555 - voorlopig houden.

4. Is op 1 augustus echt iedereen over?

Nee, De Nederlandsche Bank (DNB) denkt dat ongeveer 20.000 Nederlandse bedrijven - op een totaal van 1,2 miljoen - na deze week nog niet zullen zijn overgestapt. En dat kan voor problemen zorgen, zeker als ze veel transacties moeten doen.

Volgens Remko Vellenga van DNB hebben bedrijven echter lang genoeg de tijd gehad om hun zaakjes op orde te maken. “Het is nu hun eigen verantwoordelijkheid, zeker na een half jaar extra uitstel.”