Verdi-tenor Carlo Bergonzi (90) overleden

De Italiaanse tenor Carlo Bergonzi is afgelopen vrijdag op 90-jarige leeftijd overleden. Hij wordt gezien als een van de beste tenoren van de 20ste eeuw.

Carlo Bergonzi werd op 13 juli 1924 geboren in Vidalenzo, in de buurt van Parma. Toen hij 14 was, begon hij aan zijn opleiding als zanger. In eerste instantie werd zijn stem ingeschat als een bariton. Hij maakte dan ook zijn officiële debuut op het toneel als Figaro in Rossini’s Il Barbiere di Siviglia, in 1948.

Na een omscholing tot tenor trad hij aan als Giordano’s Andrea Chénier, in 1951. Kort daarna kwam zijn doorbraak: om de vijftigste sterfdag van componist Giuseppe Verdi te vieren, wilde de Italiaanse omroep RAI een aantal – toen vergeten – werken uitzenden. Bergonzi zong de tenorrol in alle drie: I due Foscari, Giovanna d’Arco en Simon Boccanegra.

Bergonzi’s stem van delicate schoonheid, met fraaie frasering en prachtige dictie voerde hem over de hele wereld naar alle beroemde operahuizen. Velen vonden dat er geen betere tenor was voor de opera’s van Donizetti, Puccini en Verdi. Vooral het werk van de laatste zong Bergonzi graag: hij is tot nu toe de enige die alle 31 tenoraria’s van Verdi op de plaat heeft gezet.

Bergonzi stond tot op hoge leeftijd op het podium. Bij het 25-jarig jubileum van Metropolitan Opera-dirigent James Levine in 1996 zong hij een aria uit Verdi’s Luisa Miller. Het publiek bleef applaudisseren en de zanger terugroepen.

In 2000 verliep een poging om de zeer veeleisende rol van Verdi’s Otello op zich te nemen minder voorspoedig. Bergonzi had de partij nooit eerder live gezongen. Hij kon het concert niet afmaken, naar eigen zeggen omdat hij door de airco in zijn kleedkamer last had gekregen van zijn stem.

Na zijn afscheid runde hij het hotel I due Foscari in het Italiaanse plaatsje Busseto, de geboorteplaats van zijn favoriet Verdi. Ook leidde hij daar, in de Accademia Verdiana, zangers op.