Tragedie MH17 legt systeemfout in informatie voor luchtvaart bloot

Luchtvaartmaatschappijen houden graag zelf de regie.

Een ramp is nodig om de veiligheid in de luchtvaart te versterken. Oktober, 1992. Een vliegtuig van de Israëlische maatschappij El Al stort neer op flats in de Bijlmer en kost 43 mensen het leven. Het onderzoek duurt jaren. Een van de analyses destijds: partijen in de luchtvaart opereren naast elkaar en hebben te veel dezelfde belangen. Dat brengt passagiers en mensen op de grond in gevaar.

De Rijksluchtvaartdienst, een onderdeel van het ministerie van Verkeer en Waterstaat waar alle kennis en verantwoordelijkheid is ondergebracht, wordt daarom opgesplitst in afdelingen voor uitvoering, voor beleid en voor handhaving. Ze moeten zelfstandig opereren. De ministeries reorganiseren intussen en veranderen van naam. De afstand tussen de overheid en de nationale luchtvaartmaatschappij KLM wordt al groter. Steeds minder landen hebben nog een flagcarrier. En dan legt het neerhalen van het toestel van Malaysia Airlines opeens de huidige zwaktes bloot.

KLM bleef tot de ramp in tegenstelling tot bijvoorbeeld British Airways over Oost-Oekraïne vliegen, ondanks alarmerende berichten van de NAVO, de Britten en de Amerikanen dat het er niet veilig was. Nadat het toestel – een gecombineerde vlucht met KLM – uit de lucht was geschoten, kwamen verschillende luchtvaartmaatschappijen in actie. Morgen vindt daarom een internationaal overleg plaats over veiliger vliegroutes, bij de luchtvaartorganisatie van de Verenigde Naties, in Montréal.

In Nederland blijkt niemand te weten wie KLM eigenlijk had moeten waarschuwen voor de geavanceerde raketten die in handen waren gevallen van rebellen. Ook KLM zelf niet. Een woordvoerder verwees naar de Inspectie, die verwees naar de AIVD, die er ook niet over bleek te gaan. Een systeemfout die volgens piloten, hoogleraren en andere betrokkenen acuut moet worden opgelost.

„Eigenlijk wisten we dit allemaal al”, zegt emeritus hoogleraar Luchtvaart Hugo Roos. „We wisten dat we geen goed waarschuwingssyteem hebben voor onrust in landen waarover KLM vliegt, zoals Amerika en Engeland dat wel heeft. Dat is een groot probleem.” Maakte iemand zich er ooit zorgen over? „Niet echt. Niemand verwachtte dat dit zou gebeuren.”

Een luchtvaartmaatschappij is zelf verantwoordelijk voor de beslissing om ergens te vliegen of niet. KLM heeft een naar eigen zeggen imposante veiligheidsafdeling die alles in de gaten houdt. Maar de informatie over de landen waar het landt, zal gedetailleerder zijn dan de informatie over de landen waarover het vliegt. En de inlichtingen zijn onvergelijkbaar met wat bijvoorbeeld de Amerikanen weten over de raketssystemen in dit soort landen.

„Hiervoor waarschuwen is bij uitstek een overheidstaak”, vindt Roos. „Alleen de overheid weet over welke wapens andere landen beschikken. Buitenlandse Zaken zou de aangever kunnen zijn. Ambassades hebben militaire attachés die informatie doorgeven, Buitenlandse Zaken stelt de AIVD in kennis en die maakt dan een samenvatting voor de maatschappijen. Zo kan het snel gaan.”

Ook een NAVO-vertegenwoordiger zei dit weekend dat overheden de maatschappijen moeten waarschuwen. Dit kan op weerstand stuiten. Bedrijven houden niet van overheidsbemoeienis en KLM’ers roemen de sterke, interne inlichtingenafdeling. De overheid zal, gezien mogelijke claims, snel, misschien wel té snel, waarschuwen voor gebieden waarover gevlogen wordt, vrezen bronnen. Internationaal geldt dit effect nog sterker. Als voorbeeld wordt nog altijd de aswolk genoemd van vulkaan Eyjafjallajökull op IJsland die in 2010 richting Europa kwam. Het luchtruim boven Nederland werd door de overheid en volgens internationale richtlijnen uit voorzorg gesloten. Onnodig, volgens luchtvaartbronnen.

Kamerlid Ton Elias (VVD) noemt de huidige informatieverstrekking „volstrekt onhelder en onduidelijk”. Hij vindt het te vroeg om daarover het politieke debat aan te gaan – „ik zeg dit met enige terughoudendheid, er zijn nu andere prioriteiten” – maar volgens hem kan het niet zo zijn dat het ene land wel informatie verschaft en het andere niet. Elias: „Uit de berichtgeving blijkt dat verschillende instanties in Nederland naar elkaar wijzen. Het moet beslist helder zijn wie daarvoor verantwoordelijkheid draagt.”