Tour heeft nu al zeven jaar andere winnaar

De tijd is voorbij dat één renner jarenlang de dienst uitmaakt in de Tour. Toch ontbreekt er al drie jaar serieuze competitie.

De overwinning van Lars Boom in Arenberg, de onwaarschijnlijke solo van Tony Martin naar Mulhouse – er waren natuurlijk best momenten dat de Tour de France van dit jaar even de adem benam. Maar van de 21 keer dat er aan het einde van een etappe een gele trui werd uitgereikt, was negentien keer de Italiaan Vincenzo Nibali (Astana) de ontvanger ervan. Niets is funester voor een sportwedstrijd dan het ontbreken van spanning. Alsof Real Madrid de Champions League verovert door een 7-0 zege op RKC Waalwijk.

Daar kan Nibali natuurlijk niets aan doen. Zijn prestatie was meer dan uitmuntend. Op elk moment dat het ertoe deed, pakte hij tijdwinst op zijn concurrenten, ook toen zijn twee grootste rivalen – Chris Froome (Sky) en Alberto Contador (Tinkoff) – nog wel in koers waren. In vier etappes kwam Nibali zelf juichend over de finish, na een demonstratie van grote klasse bergop.

De geschiedenis van de Tour de France wordt gekenmerkt door periodes van overheersing door één renner, afgewisseld met tussenfases van steeds een andere renner die wint. De huidige tussenfase duurt erg lang: Nibali is al de zevende verschillende renner in successie die de Tour wint, na de Spanjaarden Carlos Sastre en Alberto Contador, de Luxemburger Andy Schleck, de Australiër Cadel Evans en de Britten Bradley Wiggins en Chris Froome. Zo’n serie is in de Tourgeschiedenis maar één keer eerder voorgekomen: tussen 1932 en 1938.

Toch ontbreekt er in de Tour al drie jaar op rij serieuze competitie om de eindzege. Wiggins werd alleen bedreigd door zijn ploeggenoot Froome, die stalorders kreeg om zijn aanvallen bergop te staken. Zelf won Froome vorig jaar zonder serieuze concurrentie. En Nibali voert dit jaar het klassement aan met maar liefst 7 minuten en 52 seconden voorsprong op de nummer twee, de Fransman Jean-Christophe Péraud (AG2R).

Verschillen zijn er ook. Waar Wiggins en Froome zich pas later in hun carrière tot klassementsrenners ontpopten, was Nibali dat al bij zijn geboorte. Veelzijdiger dan Nibali bestaan ze bijna niet. Alles kan hij, van klimmen tot tijdrijden en van dalen tot, zelfs, kasseien bedwingen. Met zijn Tourzege bekroont de 29-jarige renner een prachtige carrière, die al winst in de Giro en de Vuelta omvatte. Nibali is pas de zesde renner in de geschiedenis die deze trilogie voltooit.

Voor Nederland is eindelijk de vloek gebroken van negen jaar zonder etappezege. De vaderlandse coureurs waren in de tussenliggende jaren heus niet allemaal even slecht, maar het ontbrak aan specialisten. In toenemende mate worden Tour-etappes gewonnen door óf pure sprinters óf begenadigde klimmers. Die renners kent Nederland niet.

Waar Nederland wel over beschikt, zijn kasseienkoningen. Zo won Niki Terpstra dit voorjaar Parijs-Roubaix. Het vergde een speciale kinderkopjesetappe om Lars Boom de vloek te laten doorbreken. Maar echte sprinters of klimmers zijn nog steeds niet gesignaleerd. In de komende jaren kunnen jonge renners als Tom Dumoulin (Giant) of Tom-Jelte Slagter (Garmin) misschien eens verrassen in een ontsnapping of op een kort, steil hellinkje. Zaterdag werd Dumoulin knap tweede in de enige tijdrit, maar zijn kansen op een overwinning in die discipline zijn gering zolang de Duitser Tony Der Panzerwagen Martin zijn dijen aan het werk zet.

In het klassement hebben Bauke Mollema en Laurens ten Dam (beiden Belkin) allebei een toptienklassering bemachtigd. Ten Dam overtrof zichzelf met zijn negende plaats; Mollema eindigde als tiende. Tegenvallend: vorig jaar was hij nog zesde, en dit jaar deden veel klassementsrenners niet mee of haalden ze de finish niet. Maar zijn ziekte in de eerste week verklaart wel iets. Over een paar jaar weet niemand meer wie er niet meedeed, en dan staat er gewoon in de annalen dat Mollema achtereenvolgens zesde en tiende werd in de Tour.

Waarschijnlijk komt er volgend jaar een eind aan het duo ‘Bau en Lau’, aangezien Mollema zou overstappen naar Trek. Dat biedt Belkin – volgend jaar Lotto-BrandLoyalty – de kans om de dan 24-jarige Wilco Kelderman voor het eerst de Tour te laten rijden. De ruim tien jaar oudere Ten Dam zal niet nog jaren meegaan, maar met Mollema en Kelderman zijn de Nederlandse klassementsperspectieven gewaarborgd.

Voor het eerst in jaren is het onderwerp ‘doping’ bijna helemaal gemeden in de Tour de France. Traditioneel zijn rustdagen momenten waarop de internationale wielerunie UCI de zondaars ontmaskert, maar dit jaar bleef het volkomen stil. Winnaar Nibali rijdt weliswaar voor een ploeg waarvan diverse stafleden een dubieuze reputatie genieten, zelf is hij nooit ook maar verdacht geweest.

Vorig jaar baarde Froome nog opzien door de derde klimtijd ooit neer te zetten op Ax 3 Domaines, achter Roberto Laiseka – die een onverklaarbaar hoogtepunt beleefde van een bescheiden carrière – en de erkende dopingzondaar Lance Armstrong, beiden in 2001. Vergelijk dat eens met de 26ste tijd in de geschiedenis van Nibali op een andere Pyreneeëntop, Hautacam. Zelfs de grootste sceptici hebben weinig aanleiding om te Italiaan te verdenken van onoorbare zaken.

Als Froome en Contador heel blijven, is er volgend jaar weer eens uitzicht op een spannendere strijd dan de afgelopen jaren. Dit jaar hebben vooral Fransen de strijd om de tweede plaats gekleurd. Jean-Christophe Péraud (AG2R) is volgend jaar al 38, maar zijn ploeggenoot Romain Bardet en Thibaut Pinot (fdj.fr) kunnen zich nog verbeteren en zich mengen in de strijd om het geel. We zullen hen volgend jaar van start zien gaan in de proloog, in Utrecht.