Schoolrapport uit 1824: Charlotte Brontë ‘schrijft onverschillig, kent taalregels niet’

Passage uit rapport van Charlotte Brontë, in 1900 aangehaald in het Britse vakblad 'Journal of Education'

Schrijfster Charlotte Brontë (1816-1855) was niet dol op Clergy Daughters’ School, de school die ze in 1824 met drie van haar zussen een jaar lang bezocht. Dat gevoel was wederzijds, blijkt nu.

Uit een rapport uit 1824, in 1900 aangehaald in het Engelse Journal of Education en recentelijk door het Amerikaanse Slate naar boven gehaald, blijkt dat de schoolleiding niet onder de indruk was van de parate kennis en schrijfwijze van de schrijfster die tot op de huidige dag beroemd is om haar roman over de lotgevallen van weeskind Jane Eyre (Jane Eyre, 1847). Over de achtjarige Charlotte staat in het rapport:

‘Schrijft onverschillig, kan een beetje rekenen, en werkt netjes. Weet niets over grammatica, aardrijkskunde, geschiedenis en prestaties. Slim voor een meisje van haar leeftijd, maar bezit geen systematische kennis.’

Charlotte zelf was niet te spreken over Clergy Daughters’ School, de school waar ze drie jaar na de dood van haar moeder door haar vader, de Ierse predikant Patrick Brontë, naartoe werd gestuurd. Twee van de drie zussen met wie ze de school bezocht, Maria (geb. 1814) en Elizabeth (geb. 1815), stierven vlak na het einde van dat schooljaar aan tuberculose. Volgens Charlotte het gevolg van slechte verzorging door de school.

Charlotte verwerkte haar ervaringen uit 1824 in Jane Eyre, haar beroemde debuutroman uit 1847. Voordat hoofdpersoon Jane Eyre in de ban raakt van haar baas Mr. Rochester verliest ze als jong meisje haar beste vriendin Helen Burns aan tuberculose op Lowood School, een school voor weeskinderen.