Prinz vraag excuus voor de Kaiser

Philip Kiril Prinz von Preußen is dominee. Als nazaat van keizer Wilhelm II vroeg hij onlangs vergiffenis voor diens zwakheid. De keizer had de Eerste Wereldoorlog kunnen voorkomen.

Keizer Wilhelm II en zijnachterachterkleinzoon Philip Kiril Prinz von Preußen. Foto Gordon Welters/fotobewerking NRC

Hij is de achterachterkleinzoon van keizer Wilhelm II. De laatste Duitse monarch die aan het eind van de Eerste Wereldoorlog werd afgezet en naar Nederland vluchtte. Philip Kiril Prinz von Preußen meldt op zijn Twitter-account dat hij de „oudste zoon van de oudste zoon” is. Maar het Huis Hohenzollern beschouwt niet hem, Philip Kiril Friedrich Wilhelm Moritz Brosi Tanko Prinz von Preußen, als hoofd van de familie maar zijn neef Georg Friedrich. Omdat Philips vader huwde met een niet-adellijke vrouw werd hij door zijn grootvader van erfopvolging uitgesloten. Overigens bestaan er officieel geen adellijke titels meer in Duitsland sinds de Republiek van Weimar (1919-1933) en is de aanduiding ‘Prinz’ onderdeel van de achternaam.

‘PKP’, zoals hij sms’jes ondertekent, leeft een tamelijk teruggetrokken leven als dominee en vader van zes kinderen in Oranienburg, een voorstad van Berlijn. Af en toe laat hij van zich horen. Zoals twee jaar geleden toen hij liet weten voorstander te zijn van terugkeer naar de monarchie. En onlangs stond hij ineens op het podium van de afgeladen Royal Albert Hall in Londen op een religieuze bijeenkomst. In een emotionele toespraak vroeg hij om vergiffenis voor de zwakheid van zijn voorvader. Die had volgens hem de Eerste Wereldoorlog – vandaag 100 jaar geleden begonnen – kunnen voorkomen, die in Duitsland geldt als de ‘oer-catastrofe’ die ook de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust voortbracht. De ontboezeming van Prinz von Preußen, die in Duitsland onopgemerkt bleef, bezorgde hem een minutenlang ovationeel applaus.

In het versleten parochiehuis in het dorp Birkenwerder bij Oranienburg, waar Prinz von Preußen dominee is, spreekt hij een paar weken na die toespraak over Wilhelm II en over de betekenis van zijn achternaam. Hij zegt ervan overtuigd te zijn dat zijn betovergrootvader de Eerste Wereldoorlog had kunnen voorkomen. „Mensen die in nauw contact staan met God krijgen alle mogelijke positieve eigenschappen in onnatuurlijk grote hoeveelheden. Duidelijker visie, meer liefde, naastenliefde en meer moed.”

Lag het tegenhouden van de oorlog wel in de hand van de keizer? Zijn rol wordt tegenwoordig gerelativeerd.

„Ik vind dat het ons Duitsers en mij als telg uit het Huis Hohenzollern past om ons te concentreren op datgene wat binnen onze mogelijkheden lag. En ik ben er zeker van dat als de keizer zijn wil, zijn wens dat die oorlog niet zou mogen plaatsvinden, strikt had doorgezet, dan was de oorlog niet gebeurd. Omdat het onmogelijk was geweest het staatshoofd te passeren. Als hij van de Heilige Geest vervuld ‘nee’ had gezegd tegen de oorlog, had men hem uit de weg moeten ruimen om die oorlog door te zetten. Helaas, helaas, is toen duidelijk geworden dat hij innerlijk een zwakke persoonlijkheid was.”

U heeft ook gezegd dat u schuld voelt voor wat de keizer heeft gedaan. Is dat niet een ondraaglijke last?

„Ik ben natuurlijk de keizer niet en ik ben niet persoonlijk verantwoordelijk. Het is iets heel anders of je een persoonlijke schuld moet dragen of dat je je slechts met de ander tot op zekere hoogte identificeert, door de afkomst. Maar hier toont zich opnieuw het fantastische van het christen-zijn. In ons belangrijkste gebed, het ‘Onze Vader’, bidden we om vergeving van onze schulden opdat wij anderen hun schuld vergeven. En dat is een oer-christelijke ervaring. God kan ook een volk vergeven. Dat betekent overigens niet dat de aardse prijs, die zou moeten worden betaald, van tafel zou zijn. Maar het is een uitweg voor de innerlijke stand van zaken. Voor een niet-christen is dat onzin. Maar ook het hoogste wat een psycholoog kan bereiken, is dat de ziel wordt verlicht. Voor christenen is dat een geestelijk realistisch proces.”

Hoe is het contact nu met uw verwanten?

„Mijn grootvader [Louis Ferdinand, red.] heeft destijds een zeer dom besluit genomen met fatale uitwerking. Mijn vader [Friedrich Wilhelm, red.] heeft hij onterfd omdat hij met mijn moeder was getrouwd, die een burgervrouw was [Waltraud Freydag, red.]. Mijn vader heeft een proces aangespannen tegen het besluit en gelijk gekregen van het Constitutioneel Hof. Hij mocht niet onterfd worden, maar ontving niettemin slechts een geringe legitieme portie van het familievermogen, omdat in stand bleef dat hij werd uitgesloten van troonopvolging. Die juridische discussies zijn slechts een uiterlijke representatie van wat zich in de schoot van de familie heeft afgespeeld.”

Uw neef, de troonpretendent, heeft u een spreekverbod proberen op te leggen.

„Hij eiste hoge dwangsommen als ik mij uitliet over de familie. Dat is volgens hem nestbevuiling. En hij vindt het majesteitsschennis als ik zeg dat het Hoofd van het Huis Hohenzollern, wat hij nu is, zich onwaardig gedraagt als hij zijn oom, mijn vader, aanklaagt en uit zijn huis heeft laten zetten in Berlijn.”

Op Twitter heet u: de oudste zoon van de oudste zoon. Is dat een boodschap aan uw neef?

„Nee, dat is een boodschap aan allen: enerzijds heeft mijn herkomst een zeer betekenisvol karakter. Naar geboorte ben ik de Pruisische troonopvolger. Dat dit naar de letter van de wet door het Huis niet wordt nageleefd, is irrelevant. Geboorte kan men iemand niet afnemen. Het is zeker iets waarop ik misschien trots zou kunnen zijn. Maar bepalend voor mij is dat ik een kind van God ben. Kind van de hemelse koning. Ik gebruik mijn afkomst om te verwijzen naar de komst van de messias, net als Johannes de Doper.”

Eerst was u pedagoog en onderwijzer. Toen u op latere leeftijd predikant werd, wezen velen dat af omdat u een Pruisische prins bent.

„In Duitsland is de protestantse kerk politiek tamelijk links en theologisch vaak ook liberaal. Ik ben daarom ietwat zwaar te verdragen voor de doorsnee kerkganger. Aan de ene kant vertegenwoordig ik door mijn afkomst datgene waar kerken zich liever van afwenden, en aan de andere kant door mijn openlijke vroomheid, die men weliswaar toelaat maar waarmee men niet graag te koop loopt.”

Hoe kwam u op de gedachte om juist te gaan werken in het oosten van Duitsland waar men weinig op heeft met de kerk en met de adel, de ‘Junker’, die men vaak de schuld geeft van het ontketenen van de Eerste Wereldoorlog?

„ Zelf dacht ik aan de omgeving van Frankfurt. Maar toen heeft een vaderlijke vriend mij gesuggereerd naar Berlijn te gaan. God had hem dat ingefluisterd. Ik zou in de Dom van Berlijn moeten staan. Hij had de indruk dat God hem dat gezegd had. Het drong toen tot mij door dat dit inderdaad misschien geheel juist zou kunnen zijn. Natuurlijk met oog op mijn afkomst, maar meer wezenlijk in deze combinatie: ik ben op zending ingesteld. Daarbij komt dat aspect van de afkomst. En dat in Berlijn, een stad die ver afstaat van God. Dat kon zeer effectief zijn.”

De Dom was de huiskerk van de Pruisische Hohenzollern. Veel van uw voorvaderen liggen daar in de crypte.

„Ja, maar ik was meer onder de indruk toen ik als jongen het graf van Napoleon zag, hoor! In 2000 heb ik als student stage gelopen in de Dom. De Domgemeente vond mijn werk uitstekend. En aanvankelijk beviel het de bestuurders van de Dom ook goed.

„Maar op een gegeven moment kantelde het beeld. Dat was het gevolg van een hype in de media rond mijn persoon. Ik stond in kranten en ik was op tv. Men verweet mij ijdelheid. Ik zou op zoek zijn naar een podium om mij daarop te manifesteren. Dat was echt een jammerlijk misverstand.”

U staat nu in ieder geval in een tamelijk anonieme gemeente.

„Het is mij niet te doen om op te vallen. Toen ik trouwde heb ik overwogen of ik niet mijn naam zou afleggen. Je kunt natuurlijk de naam van je partner kiezen als je huwt. Om God te tonen dat het mij niet gaat om die uiterlijkheden. Maar toen begreep ik toch van God dat ik deze naam niet zonder reden heb.”

Hoe werkt die communicatie?

„Als je langer met God onderweg bent, ontwikkel je een zeker vermogen om onderscheid te maken tussen je eigen gedachten en de gedachten die je van boven worden ingegeven.”

Probeert u zo te corrigeren wat keizer Wilhelm II naar uw idee heeft nagelaten?

„Ja. Maar natuurlijk kan men ook historici als Christopher Clark er dankbaar voor zijn dat hij de historische vertekening van het beeld heeft rechtgezet, dat er geen sprake van is dat alleen de Duitsers schuld dragen voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. En in de familie weten we, maar u kunt het ook lezen op Wikipedia, dat hij deze oorlog niet wilde. Op 28 juli, vlak voordat de oorlog uitbrak, heeft hij in een brief aan zijn minister van Buitenlandse Zaken gezegd dat er geen reden voor oorlog was. Hij werd genegeerd. En hij had niet de wilskracht om door te zetten. Dat bedoel ik met de schuld van mijn voorvader.”