Praat dit Russische kromdenken niet goed

Poetin zwaaide de slachtoffers van MH17 uit met een speech vol oorlogsretoriek. Negeer dat niet, schrijft Marente de Moor.

Wat bleef het stil vanuit Moskou. Westerse commentatoren begrepen er niets van: wist hij het niet meer? Was hij tijd aan het rekken? Intussen had de Rus voor de buis genoeg gehoord. Van de complotten en Oekraïense fascisten, van fotoshoppers en de belangen van John Kerry en andere vrijmetselaars. En hij zag nog steeds dezelfde president als veertien jaar geleden, die nog even beheerst en ferm schande sprak van een vijand.

Feit is dat het Poetin niet veel interesseert, wat men hier van hem denkt. Toen hij eindelijk een reactie had geformuleerd, in een harde toespraak over strategieën, belangen en grenzen voor de nationale veiligheidsraad, werd die uitgezonden op de staatstelevisie. Wat telt, boven alles, en altijd heeft geteld, is zijn vakkundig opgebouwde imago onder de Russische bevolking.

Want de judoka met z’n blote bast was er niet altijd. Het cliché dat Poetin verscheen als de sterke man waar de Russen naar verlangden, is slechts ten dele waar. Bij zijn zorgvuldig georkestreerde aantreden was hij een grijze muis met dunne haartjes, over wie veel grappen werden gemaakt, zoals Russen dat zo goed konden over hun staatshoofden. Stoere taal sloeg hij pas later uit, tot ieders verrassing, toen er animo nodig was voor de tweede oorlog in Tsjetsjenië. Die taal was op een goudschaaltje afgewogen: geen schuttingtaal (wat knap is voor een woedende Rus) maar vlijmscherp gearticuleerde dreigementen.

Het werkte. Voor het Westen bewaarde hij een milder, diplomatiek voorkomen, op het saaie af, en zelden interessant voor de binnenlandse pers. Hij verlaagde zich nooit tot lolbroekerij met Amerikaanse staatshoofden, zoals Jeltsin deed, maar bewaarde de bloedernst. Nog geen jaar na zijn aantreden werd zijn pop uit Koekli (het Russische Spitting Image) verwijderd. Met Poetin viel niet te spotten.

Maar hij was het nooit zelf, die ingreep. Uit het niets waren daar bejaarden om hem tegen satire te beschermen, terwijl jonge meisjes hem eerden met een geil zomerhitje. Voor het aanwakkeren van homofobe en xenofobe sentimenten kwam de Russisch-orthodoxe kerk van pas, terwijl hij bij de arrestaties van Pussy Riot en de opvarenden van het schip Arctic Sunrise good cop bad cop speelde met Medvedev.

Al die omwegen lijkt hij niet meer nodig te hebben. Vanachter de pragmatische Poetin komt steeds meer de ideologisch bevlogene tevoorschijn. Hij laat geen gelegenheid onbenut om de uniciteit van het Russische volk te verdedigen. 2014 riep hij uit tot ‘Het jaar van de cultuur’, want: „We moeten onze wortels, vaderlandsliefde, waarden en normen vieren.” Patriarch Kirill I deed een duit in het zakje en riep Oekraïne op hun gezamenlijke orthodox-christelijke waarden niet te verloochenen door met West-Europa te flirten.

Goed zo, vonden veel Russen, want Europa had met het laatste Songfestival toch wel een ethisch dieptepunt bereikt. Op Russische discussiefora, ook die over de ramp met de MH17, gaat het nog steeds over Conchita Wurst, over het zinkende schip ‘Gayeuropa’, vol pedofielen en vrijmetselaarsjoden (een pot nat in Rusland) waar je niemand kunt vertrouwen. Dat de Russen jarenlang genoten van de pikante televisieshows van hun eigen drag queen Boris Moisejev, vergeten ze voor het gemak.

Vijftien jaar agitprop doet iets met een volk. Zelfs in Sint Petersburg – toen ik er woonde nog de meest progressieve stad van Rusland – rijden nu auto’s met vlaggetjes. Niet die van FC Zenit, maar van de separatisten in Donetsk. Onafhankelijke geesten die op internet een ander geluid laten horen, worden bedolven onder beledigingen en bedreigingen, met wat computervirussen toe. In het beste geval. Het dissidentenbestand is de laatste jaren flink aangezuiverd en deze week ondertekende Poetin een wet die straatprotesten nog sneller kan neerslaan.

Ogenschijnlijk staat hij overal boven. Over de slachtoffers van de MH17 spreekt hij onbewogen. Een onderzoek moet er komen, onafhankelijk en ordentelijk. Meer hoeft hij ook niet te zeggen. De Rus voor de buis voedt zijn onderbuik eenvoudig met hofnar en bliksemafleider Zjirinovski, („Engelse les? Leer kinderen met een Kalasjnikov te schieten, dan spreekt de wereld zo Russisch”) of een van de talloze complotvermoeders, dagelijks uitgezonden op prime time staatstelevisie.

Berichten over de ramp sijpelden op de Russische voorpagina’s al snel naar beneden, onder het citaatje van de dag: schrijver Aleksander Prochanov vindt dat het volk zich moet consolideren rondom de leider, net als voor de Tweede Wereldoorlog. Daar hoeft hij zich geen zorgen om te maken. Wij wel.

In de jaren dat het Westen piekerde over de fundamentalistische islam, vulde Rusland zich niet slechts met oliedollars, maar met een occidentalisme waar Abu Hamza jaloers op zou zijn. Sentimenten die zelden in een andere taal dan het Russisch worden uitgewisseld en die ook populair zijn in Russische emigrantenkringen maar heel eenvoudig onder de onderhandelingstafel worden gemoffeld.

Negeren kan niet meer. Poetin zwaaide de slachtoffers van de MH17 uit met een toespraak vol Koude Oorlog-retoriek. Wie het Russisch kromdenken nu nog met folkloristische clichés of zakelijke belangen blijft vergoelijken, geeft blijk van een stuitende naïviteit.