Ongeletterde herders schreven met geheugensteentjes

Kleivormpjes gingen aan het schrift vooraf. Maar ongeletterde herders bleven ze nog millennia lang gebruiken.

‘Geheugensteentjes’ van klei Foto Ziyaret Tepe Archaeological Project

Kleivormpjes die vooraf gingen aan de uitvinding van het schrift, zijn nog duizenden jaren lang naast het schrift gebruikt. Dat blijkt uit de vondst van 462 van dit soort symbolische vormpjes in de Assyrische provinciehoofdstad Ziyaret Tepe (Zuid-Turkije, ca. 900-600 v Chr.). De verrassende vondst wordt beschreven in het juninummer van de Cambridge Archaeological Journal (online 2 juli). Tot nu toe werd aangenomen dat het oude systeem na verloop van tijd opzij gezet was door het superieure schrift.

Het gaat om eenvoudige vormpjes (cilinders, kubusjes, schijfjes enz.) die vanaf 8.000 jaar geleden waarschijnlijk werden gebruikt om vast te leggen welk vee door een bepaalde herder werd meegenomen. Vaak zullen deze in stoffen of leren zakjes zijn bewaard.

Het spijkerschrift zou zijn ontstaan nadat deze vormpjes (ook wel ‘calculi’ genoemd) in een enveloppe van klei werden gedaan. Op de buitenkant van die enveloppe werden vervolgens symbolen gekrast die de inhoud beschreven. Deze oude enveloppes zijn ook teruggevonden. Het schrift zou vervolgens – ca. 3300 jaar voor Chr. – zijn ontstaan toen administrateurs zich realiseerden dat ze die inhoud net zo goed weg konden laten: aan een ‘beschreven’ enveloppe hadden ze ook wel genoeg.

Vaak weggegooid

Veel vormpjes zijn niet teruggevonden omdat de meeste na gebruik (als de herder het vee weer terugbracht) zijn weggegooid of opnieuw gebruikt. En bij ouder archeologisch onderzoek werd ook minder goed gelet op kleine voorwerpjes. Lange tijd werd daarom gedacht dat het systeem helemaal overvleugeld was door het nieuwere, veel veelzijdiger schrift.

Al sinds het begin van de jaren tachtig was een klein aantal vormpjes bekend uit het tweede millennium voor Christus. Ze waren teruggevonden in een klei-enveloppe, in Yorgan Tepe bij Kirkuk in Irak. Op de enveloppe stond in spijkerschrift: ‘stenen van schapen en geiten’ met daarachter een opsomming van alle verschillende schapen en geiten: 8 rammen, 6 vrouwelijke lammetjes enz.

Het was sowieso een bijzondere vondst, omdat in het uitgebreide kleitabletarchief van Yorgan Tepe ook een rekening is teruggevonden met precies dezelfde aantallen: overhandigd aan ‘de herder Ziqarra, zoon van Salliya’. Hier was dus een prima functionerende bureaucratie aan het werk, al had de kleitabletschrijver wel een rekenfout gemaakt: hij telde foutief op tot 49 schapen en geiten (in plaats van 48). Op andere tabletten werd ook verwezen naar ‘stenen’.

Boekhouding

Nu zijn dus door een team van Amerikaanse, Europese en Turkse archeologen in Ziyaret Tepe uit een veel latere periode (900-600 v Chr.) maar liefst 462 van deze calculi gevonden, in zeven vormen met diverse varianten: tetraheders, kegels, cilinders en , vooral, schijven, samen 415. De andere gevonden vormpjes zijn ‘ossenhuiden’, balletjes en vierkantjes.

Opvallend is dat de meeste (385) zijn gevonden in de benedenstad van het Neo-Assyrische bestuurscentrum, waar de meeste zaken met analfabete herders zullen zijn gedaan. Waarschijnlijk werden ze gebruikt bij een voorlopige vorm van boekhouding die later in kleitabletten werd uitgeschreven, denken de archeologen. Ze leggen een verband met de relatief geringe rol van geletterdheid in het krijgslustige, maar bureaucratisch weinig geavanceerde Neo-Assyrische Rijk. In recente opgravingen van andere Neo-Assyrische resten zijn ook calculi gevonden, schrijven ze.

De precieze betekenis van de individuele vormpjes is onduidelijk, al denken sommige onderzoekers op grond van de gelijkenis met de spijkerschriftsymbolen dat een kegel over graan gaat en een cilinder over dieren.