Milities sleuren Libië nieuwe burgeroorlog in

In onder andere Benghazi en Tripoli zijn de dodelijkste gevechten sinds de val van Gaddafi in 2011 uitgebroken.

Grootste steden

Ruim drie jaar na de westerse interventie en de val van dictator Moammar Gaddafi heeft de chaos in Libië een dieptepunt bereikt. Afgelopen weekend werd er hevig gevochten in de hoofdstad Tripoli en in Benghazi, de tweede stad van het land. Daarbij zijn volgens de regering de afgelopen weken zeker 150 doden gevallen. Het zijn de dodelijkste gevechten sinds de burgeroorlog van 2011 die eindigde met de dood van kolonel Moammar Gaddafi.

De Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Turkije hebben dit weekeinde de medewerkers van hun ambassades geëvacueerd. Dat moest via de weg naar Tunesië omdat de internationale luchthaven van Tripoli is gesloten. De Verenigde Naties hadden hun personeel twee weken geleden al geëvacueerd. Frankrijk, Duitsland, Spanje, Egypte en Nederland riepen hun burgers dringend op het land te verlaten.

De strijd in Tripoli brak twee weken geleden uit en draait om de controle over de internationale luchthaven, een lucratieve inkomstenbron. Een alliantie van fundamentalistische milities en een militie uit de stad Misrata viel de luchthaven aan, die sinds de val van Gaddafi in handen is van een militie uit Zintan. Verbijsterend genoeg staan beide kampen op de loonlijst van de Libische regering.

In Benghazi gaan de gevechten tussen de troepen van oud-generaal Khalifa Haftar, die de oorlog heeft verklaard aan de fundamentalistische milities. De gevechten van afgelopen weekeinde waren volgens de zwaarste sinds Haftars opstand begon.

Op het eerste gezicht lijken de gevechten in beide steden niets met elkaar te maken te hebben. Maar dat is slechts schijn. In beide gevallen gaat het om gevechten tussen fundamentalistische milities en meer ‘seculiere’ strijdgroepen. Deze milities gaan steeds meer allianties met elkaar aan, waardoor langzaam de contouren van een landelijke machtstrijd ontstaan.

Bij de gevechten in Tripoli werd een brandstoftank geraakt, waardoor er een grote brand uitbrak. In de tank zit de brandstofvoorraad voor Tripoli opgeslagen. „Het gaat een tank van 6 miljoen liter benzine en hij staat dichtbij andere tanks die diesel en gas bevatten”, zei een woordvoerder van het Nationale Oliebedrijf tegen Reuters. „De brandweer probeert het vuur uit te krijgen. Als dat niet lukt, kan er een enorme ramp plaatsvinden.”

De luchthaven van Tripoli ziet eruit als een bouwval. Veel vliegtuigen zijn verwoest of hebben flinke schade. De toren van de luchtverkeersleiding is getroffen. Sommige inwoners van de wijken in de buurt van de luchthaven hebben een veilig heenkomen gezocht in andere delen van de stad. Anderen hebben zich verschanst in hun huis.

Door de gevechten zat Tripoli dit weekend zonder water en elektriciteit. Er is een groot tekort aan brandstof, doordat de meeste benzinestations zijn gesloten om veiligheidsredenen. Bij de degene die wél open zijn, staan eindeloze rijen auto’s. De meeste banken hebben ook hun deuren gesloten. Veel banken kampten toch al met geldproblemen vanwege de vele gewapende overvallen.

De Libische overheid bestaat alleen in naam, maar heeft geen middelen haar macht te laten gelden. Tekenend voor die onmacht is dat premier Abdullah al-Thinni zijn privévliegtuig niet kon gebruiken. De militie die de tweede luchthaven van Tripoli controleert, gaf geen toestemming.

De regering heeft zijn hoop gevestigd op internationale hulp om de situatie onder controle te krijgen. De Libische minister van Buitenlandse Zaken was een week geleden in New York, waar hij de VN-Veiligheidsraad vroeg om hulp bij de training van Libische troepen die de olieterminals en luchthavens moeten beschermen. De regering zei zelfs te overwegen „een verzoek te doen voor een internationale troepenmacht om burgers te beschermen en chaos te voorkomen”. Maar niemand staat te trappelen om zich in de Libische chaos te mengen.