Kamermuziek klinkt meeslepend in Delft

Je zult het maar moeten doen, een festival samenstellen. Mooie muziek genoeg, maar ja, een thema dat het programma richting geeft? Vaak voelt het gekunsteld aan.

Niet bij het Delft Chamber Music Festival, waarvan violiste Liza Ferschtman sinds 2007 artistiek leider is.

In het thema Ik zie, ik zie… tasten zij en haar gasten tot 3 augustus de dwarsverbanden tussen muziek en beeld af. Centraal staat het muzikale evenbeeld.

Arvo Pärts Spiegel im Spiegel lag voor de hand, net als Ravels Miroirs. Tussen die hits klonken premières (het duo voor violen Moonshadow Sunshadow van Vanessa Lann en het solovioolwerk Doppelgaenger van Willem Jeths), minder bekende werken van grote meesters en prachtstukken die vaak worden overgeslagen omdat de naam van de componist niet garant staat voor een volle zaal.

Verfrissend is dat Ferschtman clichématige programmeercombinaties vermijdt. Alban Berg, Rimski-Korsakov en César Franck staan zelden samen op één affiche. Zondag klonken ze na elkaar in een programma waarin de canon werd verkend.

Voor haar festival nodigde Ferschtman tal van musici uit, onder wie pianisten Elisabeth Leonskaja en Aleksander Madzar en cellist Nicolas Altstaedt.

Grote publiekstrekker in het eerste weekend was de Noorse Vilde Frang (1986), die wordt beschouwd als een van de grote violisten van haar generatie. Die status maakte ze zondag in César Francks Vioolsonate in A nog niet waar. Ze oogde onzeker, speelde met geforceerd vibrato en kwam in sommige slotnoten niet goed uit met haar streken. Haar toon miste de warmte waarin Francks meesterwerk gedijt.

Over warmte gesproken. Dat het met de hoge temperaturen dit weekend nog zo vol zat, is veelzeggend. Het festival is een favoriet zomerritueel geworden.

De concerten vinden plaats in een overdekte binnenplaats van het complex van Museum Het Prinsenhof. Een charmante locatie, omdat je door het glas het Waalse Kerkje en de scheve toren van de Oude Kerk ziet, maar het is ook net een kas. Dat de musici onder die omstandigheden zo goed speelden, is een wonder.

Erg mooi was Ravels Sonate voor viool en cello (1922), gespeeld door Ferschtman en Nicolas Altstaedt – een cellist met een groot arsenaal aan kleuren. Als geen ander weet Ferschtman de ruimte te vullen, ook als ze fluisterzacht speelt. Net zo bijzonder was Leonskaja’s vertolking van Alban Bergs Pianosonate (Opus 1). Op een warme zondagmiddag sleurde zij het publiek de klankwereld van de nacht in.

Nog mooier was (ondanks een paar misslagen) haar innemende uitvoering van Schubert Pianosonate in A (nr. 20), zondagavond, waarin ze de symfonische kwaliteiten van de muziek uitlichtte.

Maar het hoogtepunt kwam zondagavond met George Enescu’s Octet voor strijkers. Toen Enescu het schreef, was hij pas 19. Het is een uitermate ambitieus stuk van bijna 40 minuten waarin de delen in elkaar overlopen. Het zit vol chromatiek en listige modulaties. Onder leiding van Ferschtman kreeg het een meeslepende, felle uitvoering.

Het festival duurt nog tot aanstaande zondag. Om niet te missen: een uitvoering op donderdagavond van Luigi Nono’s La lontananza nostalgica utopica futura (1988) in de Oude Kerk, een fascinerend stuk waarin Ferschtman in duet gaat met de op tape vastgelegde violist Gidon Kremer. Daarnaast worden privéconcerten georganiseerd: één op één met de musicus.