Geweld, maar niet echt schadelijk

Terwijl op Twitter een strijd werd gevoerd over het wel of niet accepteren van stopwoordjes in Zomergasten – ‘zeg maar’, ‘absoluut’ – verheugde Renske de Greef zich op de beloofde ‘schadelijke beelden'.

Aan het begin van de avond verschijnt onder in beeld: „Dit programma bevat na 22.00 uur beelden die mogelijk schadelijk zijn voor kinderen tot 16 jaar”. Het is een waarschuwing en belofte in één: nu zet je misschien nog neuriënd een kop koffie terwijl je overweegt of je die tweede krakeling zal nemen, maar straks, na tien uur! Dan wordt het duister. Grimmig. Schadelijk, zelfs. Ik vroeg me af wat er getoond ging worden – een fragment over seriemoordenaars die mikado spelen met de botten van hun slachtoffers? Cliniclowns met ouijaborden? Andries Knevel, vol in beeld, op een onverwacht moment?

Dat geweld een thema zou zijn, was te verwachten: Taihuttu’s laatste film Wolf is een prachtige, indringende film over een Marokkaanse straatjongen die afglijdt in het criminele circuit. De eerste fragmenten die hij toont, zijn echter dromerig en vrolijk: een videoclip waarin de lome synthesizerklanken van de band Air perfect passen bij het verhaal van een verliefd stel (All I Need, Mike Mills 1998), de jongensdroom van Flight of the Navigator (Randal Kleiser, 1986), waarin een kind plots een ruimteschip mag besturen. Fragmenten uit zijn jeugd. Taihuttu vertelt dan ook over Venlo, zijn jonge ouders en zijn opvoeding (een mooie balans: van zijn moeder moest hij zijn school afmaken, van zijn vader moest hij vooral niet te veel letten op wat ze daar op school allemaal zeiden).

Toch lijkt er een bepaalde onwennigheid in het gesprek te zitten – De Jong geeft voorzetten en Taihuttu antwoordt welwillend, maar het voelt alsof hij zelf verbaasd is dat hij daar aan tafel zit en nu drie uur lang een verhaal moet houden.

Het is een onwennigheid die verdwijnt wanneer het over zijn werk gaat – dan komt er een bevlogen, hardwerkende regisseur naar voren, een die ‘obsessief kan zijn’ en zich vastbijt in een onderwerp. Echt moet het zijn, zo echt mogelijk. Dialogen op de set aanpassen zodat de acteurs niet klinken als een stel robots. Voorbereiding. Inleven, ook al betekent het dat als je een kickbokser speelt, je twee jaar lang elke dag klappen krijgt.

Hij vertelt over de research voor zijn volgende project: een film over de Politionele Acties in Indonesië. Over zijn Molukse afkomst laat hij misschien wel het mooiste fragment van de avond zien, waarin een stugge boer wordt gevraagd waarom hij destijds nooit contact maakte met de Molukkers die in de barakken naast hem woonden (Vreemdelingen en bijwoners, Geertjan Lassche 2011). De angst voor het vreemde was echter te groot: „Ieder moet eens wat meer op de plek blijven waar die geboren is”.

Toch blijft er iets knagen – de fragmenten zijn interessant, maar Taihuttu’s verhaal kleurt ze niet, verandert ze niet. Ze spreken voor zichzelf, maar je hoopt eigenlijk dat ze nog meer verklappen wanneer hij er iets over vertelt. Hij laat dingen zien omdat hij ze tof vindt, of goed gemaakt, maar ergens blijf je wachten op een verrassing. En als uiteindelijk zelfs de beloofde schadelijke beelden geen bizarre gekte of onverwacht gevaar opleveren, weet je dat die verrassing niet meer gaat komen.