Gebrekkige fiets of slechte benen?

Onenigheid bij Belkin. Bauke Mollema klaagt over zijn fiets, tot ergernis van de leiding.

Heel lang hebben ze het verborgen kunnen houden, maar de onenigheid is dan toch losgebarsten in de Belkin-ploeg. Gisteren besloot de Nederlandse formatie de Tour de France met een knappe negende plaats voor Laurens ten Dam en een tiende voor Bauke Mollema, voor wie de vijfde stek de doelstelling was. Drie weken lang oordeelden de ploegleiders opmerkelijk gematigd over de prestaties van de 27-jarige Groninger. Tot zaterdag in Périgueux, na de voor Mollema extreem tegenvallende tijdrit.

Oorzaak van het dispuut is de nieuwe tijdritfiets van Bianchi, de fietsenleverancier van de Belkin-ploeg. Direct na de contre-la-montre, die Mollema afsloot als 140ste van de 164 renners die nog in koers waren, wees de renner naar de fiets. Die was pas enkele dagen daarvoor geleverd door Bianchi, en tijd om te trainen was er nauwelijks meer. „Het gaat natuurlijk wel door je hoofd: had ik maar een andere fiets genomen. Ik heb er wel spijt van.”

Amateurs

Tot woede van ploegleider Merijn Zeeman. „Ik ben heel teleurgesteld in Bauke dat hij dat zegt over die fiets. Wij komen nu over als een stelletje amateurs en moeten alles gaan uitleggen.”

Een andere ploegleider, Nico Verhoeven, reed de hele tijdrit in de auto achter Mollema. Hij verklaarde dat hij toch vooral een renner had zien lijden, en niet zozeer een slechte fiets in actie had gezien. Ten Dam, die 55ste werd in de tijdrit, had alleen maar lovende woorden over voor de fiets.

Het is tekenend dat Zeeman geprikkeld reageert op beschuldigingen van amateurisme. Met die fiets hoeft inderdaad niets mis te zijn, maar het gebrek aan voorbereidingstijd kan moeilijk worden beschouwd als professioneel. Andere klassementsrenners hebben maanden om op een tijdritfiets te trainen, en om hem precies goed af te stellen. Een ploeg die het klassement serieus neemt, kijkt verder dan de bergen.

Lees nog even mee met de precieze woorden van Mollema. „Ik zat helemaal verkrampt op de fiets. Dan is 54 kilometer heel lang. Je voelt dat je niet vooruit komt, en dat je stukjes moet staan om te ontspannen. Bij het eerste tussenpunt kon ik al niet meer fatsoenlijk kracht zetten en had ik totaal geen ritme meer. Die fiets had er gewoon twee maanden eerder kunnen zijn.”

Gebrekkige fiets of slechte benen? Het kan natuurlijk zijn dat Mollema, die ziek was in de eerste Tourweek en geleidelijk aan zijn vorm hervond, ‘leegliep’. Er komt een dag dat de benen leeg zijn na drie weken van zulke zware inspanningen. Maar Mollema zei ook nog iets anders. „Ik heb überhaupt het hele jaar geen tijdritfiets thuis gehad om op te trainen.”

Fietsenleveranciers

Daarachter schuilt het verhaal van fietsenleveranciers in het wielrennen. Vorig jaar reed de Belkin-ploeg nog naar tevredenheid op Giant-fietsen, maar die fietsenfabrikant werd hoofdsponsor van de andere Nederlandse WorldTour-ploeg, Giant-Shimano. Gisteren werd Tom Dumoulin van die ploeg tweede in de tijdrit, een uitermate knappe prestatie.

De keuze voor Bianchi was contre coeur. Bijkomend nadeel was dus dat Bianchi kennelijk het hele jaar geen tijdritfiets kon leveren aan de kopman van de Belkin-ploeg, die zijn hele seizoen heeft afgestemd op de Tour de France. Foutje van de leverancier? Of toch ook van de ploegleiding? Mollema: „Ik denk dat het achteraf misschien niet slim was om te gaan rijden op een fiets waar je nog nooit een wedstrijd op hebt gereden.”

De liefde tussen Mollema en de Nederlandse ploeg lijkt bekoeld. Niet voor niets doen hardnekkige geruchten de ronde dat de Groninger volgend jaar zal verhuizen naar de Amerikaanse Trek-formatie, van onder anderen Fabian Cancellara. Jammer voor Belkin, een ploeg die graag Nederlandse toppers onder contract heeft staan. Maar met incompatibilité d’humeur valt niet te werken.