Bij de rampplek wordt gevochten, juist nu

Romdom Thorez is het geweld opgelaaid, net nu Nederlanders het gebied willen onderzoeken. Toeval?Wie op de plek voet aan de grond heeft, heeft invloed op de uitkomst.

Rampplek Thorez is nu ook het militaire epicentrum van Europa en niet langer vooral het diplomatieke. Uitgerekend de plek in de Donbass, waar ruim tien dagen geleden de Maleisische Boeing uit Amsterdam is neergestort, is afgelopen weekeinde het strijdtoneel geworden van de Oekraïense strijdkrachten en de pro-Russische rebellen. De gevechten laaiden op aan de vooravond van de week waarin de Europese Unie mogelijk haar sancties tegen Rusland substantieel gaat opwaarderen en ook bedrijven op de ‘zwarte lijst’ zou kunnen gaan zetten.

Gisteren begonnen troepen van de Oekraïense regering een offensief ten oosten van Donetsk, de hoofdstad van de regio die in handen is van de separatisten. De aanval werd ingezet op dezelfde dag dat de Nederlandse regering zich in een unieke zondagse vergadering boog over de vraag of ze gewapende eenheden zou inzetten in het gebied om het internationale onderzoeksteam naar de vliegramp ter plaatse te beschermen.

Het doel van de Oekraïense aanval dit weekeinde is tweedelig.

Allereerst wil Kiev controle krijgen over de plek waar de mogelijk neergeschoten vlucht MH17 is neergekomen. Door het machtsvacuüm na de ramp ter plaatse – het is een komen en gaan van buitenlandse delegaties die vrije doortocht moeten krijgen - hebben de rebellen hun posities kunnen bestendigen. De Oekraïense strijdkrachten willen die impasse doorbreken.

Beheersing van het gebied is bovendien van belang om greep te kunnen krijgen op het internationale onderzoek dat daar tot nu toe maar geen vorm wil krijgen. Wie er voet aan de grond heeft, heeft mede invloed op de uitkomst.

Alle partijen worden ‘tegengewerkt’

De afgelopen week is op de rampplek bij Thorez en het iets westelijker gelegen Sjachtjorsk alleen gewerkt door hulpverleners en waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Die moesten dat doen onder controle van de pro-Russische milities die dit gebied beheersen. Van nauwgezet onderzoek, dat onder leiding staat van een Nederlandse expert, is daarom tot toe geen sprake geweest.

Alle partijen beschuldigen elkaar van tegenwerking. Gisteren maakte Rusland de samenstelling bekend van zijn eigen onderzoeksteam, dat in principe mee gaat werken aan het „objectieve” internationale onderzoek naar de oorzaken van de ramp. De Russische ploeg is zwaar en ook politiek opgetuigd. De groep staat onder leiding van de adjunct-chef van het staatsorgaan Rosaviatia. Over de aard van de samenwerking met de andere (internationale) onderzoekers meldden de Russische media niets.

Ten tweede streeft de regering in Kiev er naar de aanvoerwegen naar Donetsk vanuit oostelijke richting af te snijden, zodat de milities niet meer zo makkelijk vanuit Rusland kunnen worden versterkt, zoals tot nu toe wel kon. Volgens Kiev zijn de separatisten de afgelopen week uit het oosten voorzien van nieuw en zwaar materieel.

Ook de Amerikaanse regering zegt daarvoor aanwijzingen te hebben. De rebellen zitten in het defensief en hebben nog maar een smalle grensstrook met Rusland tot hun beschikking voor hun aanvoer en eventuele terugtocht. In hun eigen berichten via Facebook en andere sociale media maken ze ook steeds minder melding van successen en benadrukken ze steeds nadrukkelijker de gruwel onder de burgerslachtoffers.