Als kind in ’t Zwarte Plasje gesmeten

Natuurzwembad ’t Zwarte Plasje in Hillegersberg, Rotterdam wordt 100 jaar. Portret in vijf delen van een van ’s lands oudste natuurbaden. Deze week: deel 2, de omwonenden.

Illustratie Veronique de jong

Vierenhalf was de buurman toen hij tegenover ’t Zwarte Plasje kwam wonen. Hij woont dik tachtig jaar later nog steeds op eenhoog aan de Oude Raadhuislaan. Sinds een halve eeuw met zijn vrouw. Vanuit hun woonkamer zie je juichende kinderen van de grote glijbaan naar beneden zoeven. Als de ramen open staan horen ze het zachte geplons van de mensen die voor hun werk wat baantjes trekken. Het geluid van spelende kinderen is het geluid van mooi weer.

Ze gingen, nadat de buurman met de vut was, altijd met de caravan naar Frankrijk. Maar dat doen ze nu niet meer. En omdat met dit warme weer de mussen van hun balkon vallen, zijn ze dagelijks in ’t Zwarte Plasje te vinden. Hun overtuin. Altijd onder de bomen op het terras naast clubhuis In den otter. Soms zitten ze hier een uur, soms veel langer. Dan gaan ze tussendoor thuis even koffie drinken en een boterham smeren. „Wij hebben geen dagindeling meer,” zegt de buurvrouw tevreden. „We zijn redelijk planloos.” Desondanks zwemt ze nog steeds iedere dag een baantje, hoewel niet meer in de lengte. En alleen als het mooi weer is. Haar man is met zwemmen gestopt. Hij vertrouwt het niet meer. Hij mag dan zijn hele leven aan de rand van het zwembad hebben gewoond, een waterrat is hij nooit geweest. Ze hebben hem toen hij heel klein was eens van de kant in het water gegooid. Dan zwemt-ie wel, dachten ze. Nou, dat was niet zo. Pas toen hij kennis kreeg aan een vriendinnetje dat iedere dag naar ’t Zwarte Plasje wou, heeft hij uiteindelijk lessen genomen.

Er staat inderdaad een heel fijn briesje onder de bomen. Op tafel ligt Een Siciliaanse lekkernij van Rascha Peper. Daarnaast de snoeischaar om hier en daar wat dode bloemen uit de geraniums te knippen. Hij houdt ondertussen de duiktoren in het oog. Je leest zoveel gruwelijke dingen in de krant over kinderen die elkaar pesten, maar dat soort dingen gebeurt niet in ’t Zwarte Plasje. Ook niet als zo'n ventje boven aan de trap ineens niet van de duikplank durft en vervolgens door een woud van dringende kinderen naar beneden moet. De buurman ziet hier zelden tranen vallen. Maar er wordt natuurlijk wel van alles uitgespookt. Kijk maar naar dat groene opblaasding daar. Daar zijn ze net met een mannetje of vijftien opgeklommen. Dat is natuurlijk veel te veel. Dat wordt duvelen!