Ze tufte rustig door België en Frankrijk

Foto Peter de Krom

Zestig jaar lang was Mevrouw Kraantjes getrouwd met haar man en zestig jaar lang bezochten ze dezelfde camping in Zuid-Spanje. Ze hadden een camper die in al zijn gemakken pensioen uitstraalde, een vaste plek op de camping niet te ver van het zwembad en buren met wie ze ’s avonds een kaartje legden. Zo waren de zomers. Tot Gerard Kraantjes stierf en Mevrouw Kraantjes alleen achterliet.

Wat er precies door haar hoofd is gegaan toen zij op een zekere dag in juni de deur van haar camper opende weet niemand, maar ze is met haar tachtig jaar achter het stuur gekropen en tufte rustig door België. Met haar brilmontuur vlak boven het stuur reed ze gedecideerd over de vertrouwde wegen van Frankrijk. Ik stel me voor dat Graceland door de boxen schalde: ‘These are the days of miracle and wonder, this is the long distance call…’ en dat ze meehummend een bolletje kaas grabbelde uit de koelbox naast zich terwijl op de borden de Spaanse grens aangekondigd werd.

Gerard Kraantjes was nog van voor de Tomtom en Mevrouw Kraantjes had die ook niet nodig, ze wist waar ze naartoe ging, ze kende de weg. Eenmaal aangekomen op de camping, op hun vaste plek klapte zij haar stoeltje uit, groette de buren en leunde ontspannen achterover, zoals zij elk jaar deed na aankomst.

En het zou pas de volgende ochtend zijn dat wij haar dochter aan de lijn kregen, die zei: „Ik bel u omdat mijn moeder vannacht in haar slaap is overleden in Zuid-Spanje.”

Bij de pechcentrale zat een aparte afdeling, Medisch, die zich ontfermde over iedereen die ziek was geworden in het buitenland. Nederlanders die 37,3 hadden gemeten bij zichzelf en het liefst direct gehospitaliseerd werden ‘want je wist het gewoon niet in het buitenland met al die gekke beesten’. Maar ook minder ernstige gevallen van hypochondrie, zoals het overlijden van Mevrouw Kraantjes, werden behandeld door deze afdeling. Het waren stevige mensen daar aan die telefoon, die al die ellende in al die verschillende landen in goede banen leidden.

De dochter van mevrouw Kraantjes legde uit: „Het is niet erg, mijn moeder was al oud en ze miste mijn vader, en nu is ze gestorven op de plek waar ze samen het gelukkigst waren. Maar mijn broer en ik… we zouden haar toch wel graag gewoon hier in Sliedrecht begraven.”

En zo nam de afdeling Medisch het voortouw om het lichaam terug te halen, waarna het met alle zorg naar Nederland werd gerepatrieerd. Zoals dat hoort te gaan.

De camper werd gerepatrieerd, omdat de dochter van mevrouw Kraantjes in tegenstelling tot haar moeder bang was ‘dat logge beest te besturen’. En ik stel me voor dat de chauffeur die hem terugreed op een gegeven moment de muziek heeft aangezet waar mevrouw Kraantjes hem gestopt had:‘…The way we look to us all, The way we look to a distant constellation, That's dying in a corner of the sky (…) And don't cry baby, don’t cry, don’t cry.’