Voor Poetin telt alleen zijn imago

De afkeer van Europa neemt toe in Rusland, terwijl de leider steeds sterker wordt. Dat kunnen we niet meer negeren na de vliegramp, vindtMarente de Moor.

Wat bleef het stil uit Moskou. Westerse commentatoren begrepen er niets van: wist Poetin het niet meer? Was hij tijd aan het rekken? Begreep hij dan niet dat hij hiermee de verdenkingen op zich laadde?

Intussen hoorde de Rus voor de buis genoeg. Van de complotten en Oekraïense fascisten, van fotoshoppers en de belangen van John Kerry en andere vrijmetselaars. En hij zag nog steeds dezelfde president als veertien jaar geleden, die nog even beheerst en ferm schande sprak van een vijand.

Toen hij eindelijk een reactie had geformuleerd, in een harde toespraak over strategieën, belangen en grenzen voor de nationale veiligheidsraad, werd die uitgezonden op de staatstelevisie. Het enige wat telt is zijn vakkundig opgebouwde imago onder de Russische bevolking.

Het cliché dat Poetin verscheen als de sterke man waar de Russen naar verlangden, is slechts ten dele waar. Bij zijn zorgvuldig georkestreerde aantreden was hij een grijze muis met dunne haartjes, over wie veel grappen werden gemaakt, zoals Russen dat zo goed konden over hun staatshoofden. Stoere taal sloeg hij pas later uit, tot ieders verrassing, toen er animo nodig was voor de tweede oorlog in Tsjetsjenië. Die taal was op een goudschaaltje afgewogen: geen schuttingtaal (knap voor een woedende Rus), maar vlijmscherp gearticuleerde dreigementen.

Geil zomerhitje voor de leider

Het werkte. Voor het Westen bewaarde hij een milder, diplomatiek voorkomen, op het saaie af, en zelden interessant voor de binnenlandse pers. Hij verlaagde zich nooit tot lolbroekerij met Amerikaanse staatshoofden, zoals Jeltsin, maar bewaarde de bloedernst. Nog geen jaar na zijn aantreden werd zijn pop uit Koekli (een Russische satirische poppenserie) verwijderd. Met Poetin viel niet te spotten.

Maar hij was het nooit zelf, die ingreep. Uit het niets waren daar bejaarden om hem tegen satire te beschermen, terwijl jonge meisjes hem eerden met een geil zomerhitje. Voor het aanwakkeren van homofobe en xenofobe sentimenten kwam de Russisch-orthodoxe kerk van pas, terwijl hij bij de arrestaties van Pussy Riot en de opvarenden van de Arctic Sunrise schip good cop bad cop speelde met Medvedev.

Al die omwegen heeft hij niet meer nodig. Vanachter de pragmatische Poetin komt steeds meer de ideologisch bevlogene tevoorschijn. Hij laat geen gelegenheid onbenut om de uniciteit van het Russische volk te verdedigen. 2014 riep hij uit tot ‘Het jaar van de Cultuur’, want „we moeten onze wortels, vaderlandsliefde, waarden en normen vieren”.

Patriarch Kirill I deed een duit in het zakje en riep Oekraïne op hun gezamenlijke orthodox-christelijke waarden niet te verloochenen door met West-Europa te flirten.

Goed zo, vonden veel Russen, want Europa had met het laatste Songfestival toch wel een ethisch dieptepunt bereikt. Op Russische discussiefora, ook die over de ramp met de MH17, gaat het nog steeds over dragqueen Conchita Wurst, over het zinkende schip ‘Gayeuropa’, vol pedofielen en vrijmetselaarsjoden (een pot nat in Rusland) waar je niemand kunt vertrouwen. Dat de Russen jarenlang genoten van de pikante televisieshows van hun eigen dragqueen Boris Moisejev, vergeten ze voor het gemak.

Vijftien jaar agitprop

Het doet iets met een volk, vijftien jaar agitprop. Zelfs in St Petersburg – toen ik er woonde nog de meest progressieve stad van Rusland – rijden nu auto’s met vlaggetjes. Niet die van de plaatselijke club FC Zenit, maar van de separatisten in Donetsk. Onafhankelijke geesten die op internet een ander geluid laten horen, worden bedolven onder de flames en bedreigingen, met wat computervirussen toe. In het beste geval. Het dissidentenbestand is de laatste jaren flink aangezuiverd.

Ogenschijnlijk staat hij overal boven. Over de slachtoffers van de MH17 spreekt hij onbewogen. Een onderzoek moet er komen, onafhankelijk en ordentelijk. Meer hoeft Vladimir Vladimirovitsj ook niet te zeggen. De Rus voor de buis voedt zijn onderbuik eenvoudig met hofnar en bliksemafleider Zjirinovski („Engelse les? Leer kinderen met een Kalasjnikov te schieten, dan spreekt de wereld zo Russisch”) of een van de talloze complotvermoedens, dagelijks uitgezonden op primetime staats-tv.

Berichten over de ramp sijpelden op de Russische voorpagina’s al snel naar beneden, onder het citaatje van de dag: schrijver Aleksander Prochanov vindt dat het volk zich moet consolideren rondom de leider, net als voor de Tweede Wereldoorlog.

Daar hoeft hij zich geen zorgen om te maken. Wij wel.

In de jaren dat het Westen piekerde over de fundamentalistische islam, vulde Rusland zich niet slechts met oliedollars, maar met een anti-occidentalisme waar Abu Hamza jaloers op zou zijn. Sentimenten die zelden in een andere taal dan het Russisch worden uitgewisseld, zijn ook populair in Russische emigrantenkringen, maar worden heel eenvoudig weggemoffeld.

Negeren kan niet meer. Poetin zwaaide de slachtoffers van de MH17 uit met een toespraak vol koude-oorlogsretoriek. Wie het Russisch kromdenken nu nog met folkloristische clichés of zakelijke belangen blijft vergoelijken, geeft blijk van een stuitende naïviteit.