Verstikt door de bonden

Stakingen volgen elkaar in Zuid-Afrika rap op. Dat schrikt investeerders af.

De zon zakt achter de Bleskop Hostels bij Marikana in het noordwesten van Zuid-Afrika. De laatste mijnwerkers keren terug van hun dagdienst, twee kilometer onder de grond. Ze blazen wolkjes. Of ze het nieuws al hebben gehoord? Het valt stil. Sommigen versnellen hun pas. Ze willen niet praten. Niet hier. Niet nu.

In de lawine van nieuws over oorlogen ten noorden van Zuid-Afrika bleef deze aardverschuiving bijna onopgemerkt. De grootste platinaproducent ter wereld, Anglo American Platinum, zet zijn belangrijkste platinamijnen te koop. Anglo American is voor Zuid-Afrika wat Philips is voor Nederland of General Motors voor de Verenigde Staten. Anglo American is bijna een eeuw oud, opgericht door de Duitse Jood Ernest Oppenheimer, die de multinational overnam van Cecil John Rhodes de ‘capo di capi’ onder de kolonisten in dit deel van de wereld. Het reusachtige concern is wereldberoemd om zijn diamanten, goud, zilver, koper, maar vooral groot in platina. Die divisie, Amplats, wil nu af van zijn platinamijnen in Rustenburg, in Limpopo (Union) en van nog eens twee joint ventures.

Zuid-Afrika: het land van staking

Zwarte laarzen op het zandpad. De slinger mijnwerkers in blauwe overalls dikt aan. In ganzenpas verdwijnen ze in de hostels en de huisjes van golfplaten aan de overkant van de Amplats-mijn. Vijf maanden staakten ze hier in de platinaregio van Zuid-Afrika voor betere salarissen: 12.500 rand per mijnwerker, iets minder dan 1.000 euro per maand. Een verdubbeling van hun oude salaris is wat ze wilden. Op 25 juni bogen de werkgevers en werd de duurste staking uit de Zuid-Afrikaanse geschiedenis beëindigd. Kosten: 2 miljard dollar. En nu verkoopt Amplats de boel.

Te veel verlies, is de redenering van de bazen op het hoofdkantoor. De staking heeft de omzet van Amplats verpulverd. In de eerste zes maanden duikelde de winst per aandeel met 88 procent. Het bedrijf zet in op mijnen die met machines te ontginnen zijn. Voorbij zijn de tijden waarin mijnbedrijven met massa’s ongeschoold personeel uit de armste provincies van het land en de buurlanden hun grondstoffen naar boven haalde.

Stakingen in Zuid-Afrika volgen elkaar op als een estafette. Meer dan drie weken lang zitten 220.000 werkers in de staalindustrie nu thuis. Autofabrikanten General Motors, Mercedes, BMW en Volkswagen plunderen hun reserves om de kosten van de staking op te vangen. De productie in vijf van de zeven grote autofabrieken ligt stil of is verstoord. Na de stakingen van ambtenaren, van werkers in de transport, de bouw, benzinestations en textiel in de afgelopen winter, wordt opnieuw gestaakt op de wijnboerderijen in de Kaap. Zuid-Afrika: het land van staking. Terwijl de economieën ten noorden van het land opbloeien en Afrika dit jaar een record aan buitenlandse investeringen aantrok, kromp de economie van Zuid-Afrika het afgelopen kwartaal voor het eerst sinds vijf jaar, met 0,6 procent. Nigeria haalde onlangs Zuid-Afrika in als grootste economie van het continent. De hegemonie uit het zuiden lijkt kapot gestaakt.

Iedereen vecht met iedereen

De bron van de grootste onrust ligt in de platinaregio van Zuid-Afrika. In geen andere sector werd om zulke hoge loonsverhogingen gestaakt. Deze industrie werd groot dankzij de lage lonen uit de apartheidstijd, maar wordt nu platgelegd door bonden die soms 100 procent loonsverhoging eisen.

Daar is Walter uit Zimbabwe. Hij wil geen achternaam geven. Niet hier. Niet nu. Maar wel dit: „Amplats neemt zijn verantwoordelijkheid niet. Ze hebben ons hogere salarissen beloofd. Ze hebben ervoor getekend. En nu verkopen ze.” Dan loopt hij door. „We zouden desnoods een jaar hebben doorgestaakt”, zegt een ander. Vijf maanden lang verdiende hij geen cent. Zo werkt dat in Zuid-Afrika. Geen werk, geen loon. Zijn naam wil hij niet geven.

De platinaregio van Zuid-Afrika is een kruitvat waar je liever niet met vreemdelingen spreekt. Een blanke hier, zo laat op straat, werkt of voor de politie, of voor de baas. Hier vecht iedereen met iedereen. Vakbonden tegen werkgevers. Vakbonden tegen andere vakbonden. Deze dag eindigde met de dood van de secretaris van de vakbond AMCU, die op weg van de mijn naar huis werd neergeschoten. De buikige Bayi, zoals hij hier bekendstond, werd vermoord vlakbij de plek waar de politie twee jaar geleden het vuur opende op mijnwerkers die, opgezweept door vakbond AMCU, wekenlang staakten voor een hoger loon. Er vielen 34 doden.

De slachting van Marikana vestigde de naam van de AMCU als de radicale splinter van de ingedutte traditionele vakbonden als de National Union of Mineworkers (NUM), die nauw verbonden is met de regerende ANC. AMCU verovert de mijnregio van Zuid-Afrika met de taal van opstand en doorstaken tot de ander opgeeft. „We gaan het denken in dit land veranderen”, zegt Jimmy Gama van AMCU. „Het is de hoogste tijd dat de arbeiders profiteren van de rijkdom van dit land. De tijd voor revolutie is nu.”

Het moorden in Marikana is niet gestopt na het gewelddadige politieoptreden in 2012. Getuigen worden uit de weggeruimd. Mijnwerkers die in de eerste vijf maanden van dit jaar toch wilden werken tijdens de staking van AMCU werden bedreigd, sommigen werden vermoord. De gematigder vakbond NUM houdt AMCU verantwoordelijk voor de verkoop van Amplats. „Wij werden ervan beschuldigd te soft te zijn. Maar we hebben altijd gewaarschuwd voor de consequenties van te hoge looneisen. Je moet naar de langere termijn kijken”, zegt Frans Baleni, secretaris-generaal van de NUM. Twintig jaar na het einde van de apartheid is de vrijheid de bestuurders boven het hoofd gegroeid. „Het probleem van democratie is dat iedereen maar denkt te kunnen doen waar ze zin in hebben.”

‘Witte kapitalisten’

Dat Amplats na vijf maanden staking zijn mijnen in de verkoop zet, deert AMCU niet. „Dat waren ze al van plan voor de staking. Als ze machines willen inzetten in plaats van mensen, dan houden wij ze niet tegen”, zegt Jimmy Gama van AMCU. Dat in Zuid-Afrika hogere lonen zouden leiden tot banenverlies noemt de vakbondsman „de leugen van witte kapitalisten”. Toch laten alle onderzoeken dat zien. In de mijnsector gingen in de afgelopen tien jaar van wilde stakingen 180.000 banen verloren. Twee maanden na de slachtpartij in Marikana kondigde Amplats aan 12.000 mijnwerkers te ontslaan. Sinds de introductie van een minimumloon in de landbouw tien jaar geleden werden één miljoen boerenknechten ontslagen.

Econoom Azar Jammine van onderzoeksbureau Econometrix ziet in de verkoopplannen van Amplats „een symptoom van een dieperliggend probleem”. „De bonden winnen, maar de werknemers verliezen. Vakbonden als AMCU lijken het kapitalisme op hun knieën te willen krijgen. Deze strijd is ideologisch.”

Die vrees leeft ook onder buitenlandse investeerders. Terwijl de investeringen voor het WK voetbal in 2010 met 10 procent groeiden, lijken bedrijven nu angstvallig aan hun geld vast te zitten. „Ik ben nog nooit zo bezorgd geweest over de Zuid-Afrikaanse economie als nu”, zegt econoom Jammine. Hij vreest dat investeerders hun blik verleggen naar andere delen van het continent. Autofabrikant Ford kondigde onlangs aan in Afrika 17 nieuwe modellen te willen introduceren en verwacht voor 2020 een stijging van 40 procent van de omzet. Maar de president van Ford Midden-Oosten en Afrika, Jim Benintende, waarschuwde voor een mogelijk moratorium op verdere investeringen in Zuid-Afrika. Hij wil onderzoeken of Ford vanuit andere Afrikaanse landen kan opereren. Renault-Nissan kondigde vorig jaar al aan een fabriek in Nigeria te willen neerzetten.

Gefluister

Terug naar Marikana. De mijnwerkers wachten op het woord van hun vakbond, voor ze iets vinden over de verkoop van Amplats. „Iemand zal ons wel kopen”, zegt een man die zich Lubisi noemt. Hij komt uit de Oost-Kaap, zoals veel van de mijnwerkers. Er wordt gefluisterd dat Sibanye Gold belangstelling heeft. Sibanye heeft een reputatie het laatste leven te kunnen persen uit stervende mijnen. Voor financiering leunt het sterk op Chinees geld, sinds het Chinese BCX-consortium medeaandeelhouder is. Chinezen gelden in Afrika als de de slechtste betaler in de mijnindustrie. Frans Baleni van de National Union of Mineworkers maakt zich geen illusies. „Iedere verkoop leidt tot banenverlies. Een koper moet allereerst de schulden afbetalen en legt de mijn het liefst een tijdje stil. Als Sibanye de mijnen koopt, gaat dat gebeuren. Gegarandeerd.”