Vergeet je bijl niet

De stadsmens trekt de wildernis in. Hij is voorbereid op alles.

Als je bij een machete meteen aan een junglecommando denkt, ben je duidelijk niet op de hoogte van de laatste buitensporttrends. De machete is namelijk, samen met de bijl, populair bij hedendaagse outdoorliefhebbers. Het zijn belangrijke gereedschappen bij een fenomeen dat bushcraften heet: met zo min mogelijk spullen zien te overleven in de natuur. Paul Jongsma van de Amsterdamse vestiging van buitensportzaak Carl Denig laat ze op een rustige ochtend zien. Een bijl heb je nodig om hout te hakken voor een vuur, of een hut, en met een machete strip je bijvoorbeeld een tak om een hengel van te maken.

Bushcraften heeft bekendheid gekregen door survivalprogramma’s op Discovery Channel en de BBC, waarin avonturiers als Bear Grylls en Ray Mears onder de verzengende woestijnzon hun eigen pis drinken uit de gevilde huid van een slang, met behulp van een hol takje, een stukje houtskool, en een stukje stof een rietje met een waterfilter maken, of van wilgentakken en de huid van een bizon een boot bouwen waarmee ze een kolkende rivier kunnen oversteken. Op YouTube vind je honderden filmpjes over bushcraft. Hoe je van een aluminium lepeltje een pijlpunt maakt (om mee te boogschieten op klein wild). Hoe je touw fabriceert van de bast van een boom of een val zet voor een dier. Wat je aan eten kunt vinden onderweg als je niks bij je hebt. Er zijn inmiddels ook in Nederland bushcraftfora, bushcraftwinkels, bushcraftscholen.

Survivalexpert Mark Burg van Wildernisschool Outback organiseert cursussen. Je hebt de cursussen Bushcraft Basis, Eetbare planten 1, Eetbare planten 2, Eetbare planten 3, Eetbare paddestoelen, Slachten & prehistorisch koken, Diersporen en Kaart & kompas. Ongeveer tien procent van zijn vierhonderd klanten per jaar doet zo’n cursus ter voorbereiding van een grote reis, zodat ze weten hoe met een crisissituatie om te gaan. De rest, zegt Burg, zijn hoogopgeleide vrouwen en mannen „die een beetje ver van de natuur zijn komen af te staan”. Tijdens de kennismakingsronde aan het begin van iedere cursus vraagt hij zijn cursisten „Wat brengt jou hier?” En dan hoort hij meestal dat ze op zoek zijn naar avontuur, en naar een simpeler manier van leven. „Het maatschappelijk leven is complex”, zegt Burg. „In de bush draait het alleen maar om eten, vuur en onderdak.”

Burg organiseert ook Extreme Survival tochten in Schotland en Noorwegen, en een vijfdaags programma in Noorwegen dat LOST heet: Leren Overleven in Subarctisch Terrein, waarbij je maar vijf items mag meenemen. Zelf neemt hij dan net iets meer mee: een waterdichte slaapzak, een goed mes of een hakbijl, kaart en kompas, een survivalkitje met visdraad, haakjes, vuursteen, en een tarp (afdakje) met koord eraan.

De meeste Nederlandse buitensportliefhebbers zijn natuurlijk geen hardekernbushcrafters, want A: ze wonen in Nederland waar alles gereguleerd is „en je meteen een halve crimineel bent als je ergens illegaal een hut opzet en een eend doodt” – zegt Jongsma van Carl Denig. En B: omdat stadskinderen liever iets anders eten dan paddestoelen en een geschoten konijn, en ze C: te drukke banen hebben en te zeer op comfort zijn gesteld om al te veel af te zien. „Ze gaan geen vier uur uittrekken om een vuurtje te stoken”, zegt Carl Denig-verkoper Merk Haaser.

Maar deze groep gedigitaliseerde stedelingen is wel vatbaar voor het bushcraftvirus. Dat zien ze bij Carl Denig aan de toenemende populariteit van producten die zo ontworpen zijn dat je er eventueel midden in het oerbos mee zou kunnen overleven, maar die ook van zichzelf, voor de tent op een familiecamping in Toscane al veel avontuur en vrijheid uitstralen. De Bushcooker bijvoorbeeld, een ultralicht brandertje op hout, of de roestvrijstalen pannetjes die je aan de rivier met een graspol kunt schoonschuren – dat moet je met een antiaanbakpan niet proberen. Het zijn deze stedelijke gezinnen met wat geld die tegenwoordig een raft gaan bouwen in Zweden om de rivier mee af te zakken, en het is deze goedverdienende eind twintiger, het type dat in de stad rondrijdt met een Landrover, voor wie er een nieuwe generatie outdoormerken en -producten op de markt is gekomen. Spullen die het authentieke buitensportgevoel van zogenoemde heritage brands als Fjällräven combineren met innovatieve materialen en de nieuwste technische snufjes.

Dat de stadsmens de ruige natuur zoekt, is ook te merken aan de enorme groei in het aantal natuurreizen dat wordt ondernomen, en de toenemende belangstelling voor de Scandinavische landen en IJsland als vakantiebestemming. Maar de fascinatie voor de wildernis gaat over meer dan lekker rustig tussen de bomen zitten: stedelingen, zeker de computergeneratie, zijn niet opgegroeid met praktische vaardigheden die in het buitenleven belangrijk zijn, en dat brengt onbehagen mee. Er is een fascinatie voor skills, dat Engelse woord hoor je tegenwoordig veel: vaardigheden die je in staat moeten stellen om met een enkel stuk gereedschap en op bermgroenten te kunnen overleven mocht de Apocalyps uitbreken.