Verdwijnen van diersoorten leidt tot kinderarbeid

Bij de visserij in Ghana worden kinderen als slaven ingezet. Foto Lisa Kristine

Natuurbehoud is veel meer dan olifanten en neushoorns behoeden voor uitsterven; het betekent voor miljarden mensen lijfsbehoud. Tien Amerikaanse ecologen, onder aanvoering van Justin Brashares van de University of California (Berkeley), leggen deze week in Science een verband tussen biodiversiteit en grote sociale misstanden. Een afname van dierlijke voedselbronnen leidt tot grimmige conflicten, schrijven ze. Daarom pleiten ze voor een bredere opvatting van natuurbeleid dan het bestrijden van stroperij.

Jacht en visserij zijn voor meer dan een miljard van ’s werelds allerarmsten de voornaamste bron van dierlijke eiwitten. Intussen wordt met de grootschalige oogst van zee- en landdieren voor de wereldmarkt jaarlijks 400 miljard dollar verdiend. De uitputting van voedselbronnen die hiervan het gevolg is leidt tot extreme vormen van uitbuiting en gewelddadige conflicten.

Door de slinkende visstand in de wateren rond West-Afrika en Zuidoost-Azië moeten vissers veel verder en langer varen om dezelfde vangsten te halen als vroeger, met alle kosten van dien. In Thailand worden mannen uit Birma en Cambodja verkocht aan vissersschepen. Zij blijven jaren op zee zonder betaling en moeten werkdagen maken van 18 tot 20 uur. In West-Afrika gebeurt hetzelfde met jonge kinderen die als feitelijke slaven te werk worden gesteld op vissersschepen.

En het geweld neemt toe. Illegaal verhandelde ivoor en neushoornhoorn maken exorbitante prijzen en guerrilla- en terreurgroepen in Afrika stropen om aan geld te komen. Waar overheden ontbreken of niet optreden, grijpen jagers en vissers naar de wapens om hun vis- en jachtgronden te verdedigen tegen indringers. Zo werd menige Somalische visser piraat.

Er zijn alternatieven, zeggen de tien: exclusieve vis- en jachtrechten voor plaatselijke gemeenschappen. Fiji en Namibië zouden daarmee al successen hebben geboekt.