Robotjournalist

Het cultureel katern van deze krant dat op dinsdag aan de media is gewijd heeft deze week een alarmerende opening. ‘De robotjournalist komt eraan. Slimme software is in staat om redelijk leesbare journalistiek te produceren. Hoe ver kan dit gaan?’ Er staat een illustratie bij die de rest van de voorpagina in beslag neemt. Een grijnzend mannetje met vijf robotarmen zit op een ouderwetse mechanische schrijfmachine aan een enorm lang artikel te werken. Een robot van de oude stempel, zo te zien. Hij rookt een sigaret. Dat is in ons hele hypermoderne gebouw aan het Rokin streng verboden. Op de volgende pagina’s zie je nog eens zeven secretaresse-achtige robots aan het beeldscherm en één angstig kijkende echte vrouw. Die gaat haar baantje verliezen.

De robots zijn in opmars, dat weten we al sinds de lopende band werd geautomatiseerd. In plaats van mensen begonnen machines de schroeven vast te draaien. Daarna zijn onze mechanische vrienden hoe langer hoe meer taken toevertrouwd. De laptop waarop ik dit stukje tik, waarschuwt me als ik een woord verkeerd heb gespeld, doet praktisch alles automatisch behalve het stukje bedenken en dan het verhaal in leesbare zinnen vertellen. Maar waarom zou een nog geavanceerder machientje dat niet kunnen?

Het artikel van Stijn Bronzwaer gaat voornamelijk over journalistiek die op exacte informatie is gebouwd: de soliditeit van de aardkorst in de omgeving van Los Angeles, beursberichten, trends in de economie. Robots kunnen zulke feiten al heel aardig in eenvoudige zinnetjes verwerken. Dan wordt professor Vanessa Evers van de Universiteit Twente geciteerd. Het blijkt nog mee te vallen. ‘Een menselijk gesprek valt niet te programmeren.’ Het is te ingewikkeld en onvoorspelbaar.

Voor creatief proza geldt hetzelfde. Journalistiek bestaat voor een belangrijk deel uit het objectief melden van de feiten. Maar een goede journalist kent zijn onderwerp, verheldert zijn verhaal door de voorgeschiedenis te vertellen, context aan te brengen. Voor we dat allemaal de robots aan het verstand hebben gebracht, zijn we een paar generaties verder.

De menselijke geest kan volgens een strakke logica werken, maar voor je het beseft is hij veranderd in een bron van grillig absurdisme. Misschien is of wordt het mogelijk, een robot een eenvoudige roman te laten schrijven. Je voert de personages in, maakt ontwerpen van hoe ze elkaar ontmoeten en wat ze dan kunnen doen. Daaruit ontstaat de intrige, denk je misschien, maar in feite zaten er al een paar in het programma.

Er zijn sciencefiction films waarin op een onbekende planeet voorwereldlijke helden proberen elkaar de hersens in te slaan. Onze planeet is al door veel vijanden van de mens veroverd: de Marsmannetjes, Big Brother en zijn personeel, bijna door voorwereldlijke dieren. Maar intussen is al jaren een andere ontwikkeling gaande. Steeds meer mensen gaan steeds meer op robots lijken, voorgeprogrammeerde wezens met een gedrag dat steeds meer voorspelbaar wordt. Het best kun je dat op de televisie zien, en dan weer het meest uitgesproken in de reclame.

Een jongedame gaat een nieuwe frisdrank proberen. Aan haar gezicht is al te zien dat ze zich op iets heel bijzonders heeft voorbereid. Ze neemt een slok, ze sluit haar ogen, lang. Ze is betoverd. Alle robots die een nieuwe frisdrank proberen, raken op slag betoverd. Het volgende spotje. Voor een verjongend zalfje. Weer een vrouw. Ze begint meteen al verzaligd te kijken, smeert het spul langzaam op haar gezicht en bij de aanblik van zichzelf raakt ook zij op een kalme manier de kluts kwijt. Dat is hun broodwinning, zo hoort het in de reclame. Als bijverschijnsel ontstaat een volksdeel van deeltijdrobots.

Op een andere manier gebeurt in veel amusement op de televisie hetzelfde. Voor het RTL-nieuws van half acht zie ik het staartje van RTL Boulevard, een programma dat geleid wordt door een paar grappenmakers achter een tafel. Vaak wordt er onbedaarlijk gelachen. Het beste daarin is Gordon, wat de omvang van zijn opengesperde mond aangaat de kampioen van de Nederlandse lachrobots. Let ook op hun armen. Die doen op volle kracht mee, heen en weer, allemaal min of meer hetzelfde. En dan hebben we het voetbal, het WK. Tienduizenden, met de televisiekijkers erbij miljoenen, beginnen op hetzelfde ogenblik te schreeuwen en te hossen. De oranje robots. Eigenlijk ongelofelijk.