Oorlog Gaza biedt Hamas voordelen

Achthonderd doden zijn er al gevallen in Gaza. Maar voorlopig kan de verzetsbeweging Hamas nog rekenen op steun. De lijdende bevolking wil zich graag beschermd voelen.

‘Wij hebben deze oorlog niet gewild, Israël heeft ons erin geduwd”, zegt Hamas-woordvoerder Sami Abu Zohri. Hij staat bij het grote Shifa-ziekenhuis in Gaza-stad, waar gewonden van Israëlische luchtaanvallen blijven toestromen. Honderden gezinnen slapen in de open lucht – hopend dat ze in de omliggende parkjes niet worden gebombardeerd.

Ook Abu Zohri laat zich alleen nabij het ziekenhuis zien, om dezelfde reden. Maar hij heeft niet langer het bleke aura van een woordvoerder van een beweging in problemen. Zohri prijst al-muqawama, ‘het verzet’, zoals Hamas zichzelf en andere militante groepen in de strijd tegen Israël graag noemt. „Het verzet bewijst nu dat het veel beter is dan tijdens de bezetting, en dat brengt ons grote voordelen.”

De oorlog geeft Hamas de kans om weer in zijn aloude rol van verzetsbeweging te kruipen – en zijn populariteit op te vijzelen. Dat was hard nodig. Na zeven jaar van gesloten grenzen leken de 1,8 miljoen inwoners van Gaza het wurgende gebrek aan werk, handel en reisvrijheid beu te zijn. Corruptie had het aanzien van de Hamasregering in Gaza aangetast. In januari keurde ze de begroting voor 2014 goed, met een tekort van 75 procent. Liefst 47.000 ambtenaren kregen bijna een jaar geen salaris. De lucratieve smokkeltunnels naar Egypte werden één na één gesloten door het nieuwe regime in Kairo.

Hamas werd in de jaren tachtig gesticht als uitdager van de Palestijnse Bevrijdingsbeweging (PLO) rond Yasser Arafat. Toen Arafat in 1994 met de Oslo-akkoorden een tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict aanvaardde, ontpopte Hamas zich tot het radicale en gewapende alternatief. Hamas blies autobussen op in hartje Jeruzalem, nam rond de eeuwwisseling actief deel aan de ‘Tweede Intifada’ en sloeg in 2006 zijn slag door de Palestijnse parlementsverkiezingen te winnen. In een oplopende tweestrijd met de PLO van de president Mahmoud Abbas koos Hamas er in 2007 voor om in het kleine Gaza, waar de beweging haar grootste populariteit genoot, met geweld de macht te grijpen.

Maar besturen gaat Hamas slechter af, ook door de Israëlische blokkade van Gaza. Het verzet bleef beperkt tot het afschieten van veelal zelfgemaakt raketten. Dit escaleerde drie keer in een openlijke oorlog met Israël, de laatste twee jaar geleden.

Autoritair

„Hamas wil al die oorlogen misschien niet altijd, maar de beweging weet er vaak haar voordeel uit te halen”, zegt een kritische activist in Gaza. „Ze hebben namelijk bewezen dat ze niet erg goed zijn in het besturen van de strook, zeker niet in de extreme omstandigheden waarin de Palestijnen hier worden gedwongen door Israël. Ze zijn wel goed in een guerrillaoorlog.”

De activist wil zijn naam niet in de krant. Hamas is niet totalitair, wel autoritair, verklaart hij. „Hamas heeft de steun van de bevolking nodig. Als ze me oppakken, valt dat slecht. Maar na de oorlog verzinnen de veiligheidsjongens misschien een excuus om mijn naam onderuit te halen: dat ik alcohol drink, niet vastte tijdens de Ramadan, of buitenechtelijke seks heb. Over mijn politieke opinie zal het niet gaan.”

In het huidige straatbeeld is Hamas nagenoeg onzichtbaar. De belangrijkste leiders zijn ondergedoken, aanhangers laten het wel na om met vlaggen door de straten te rijden – gezien de drones en F-16’s die voortdurend in de lucht hangen. Strijders blijven buiten beeld. In een hele week Gaza zagen we er slechts één: een twintiger-met-baard die na het moordende bombardement op de wijk Shekaia met een bundeltje dekens wegliep. Hij struikelde, de dekens vielen op de grond. Er zaten een kalasjnikov en munitiegordels onder. De jongen keek betrapt.

Ook de wijkbewoners weten vaak niet wie tot de gewapende strijd behoort en wie niet. Hamasstrijders vechten in frontlijnen, zitten in tunnels om in Israël op te duiken, en zijn daar zo getraind in dat ze sinds het begin van het Israëlische grondoffensief al 34 Israëlische soldaten hebben gedood. Maar in de stad zie je hen niet.

Hamas ontkent dat burgers als ‘menselijk schild’ worden gebruikt. „We roepen juist op tot bestanden om burgers de kans te geven weg te komen”, zegt woordvoerder Zohri bij het Shifa-ziekenhuis. Het lijkt erop dat Hamas niemand dwingt een ‘menselijk schild’ te zijn, maar dat de beweging zich wel verschuilt onder de burgerbevolking in de overbevolkte strook.

Dat levert Hamas vooralsnog weinig kritiek op. „Tijdens een oorlog kun je steun niet meten”, zegt schrijver en theatermaker Atef Abu Saif (41) in Gaza. „Mensen die lijden, willen voelen dat ze beschermd worden. Ze willen ook niet dat hun bloed voor niets is gevloeid. Daarom hamert Hamas op opheffing van de economische blokkade: ze weten dat onze mensen daarnaar snakken.”

Zodra de oorlog voorbij is heeft Hamas een probleem, meent Abu Saif. „Dan zijn er 200.000 vluchtelingen en familieleden van slachtoffers die potentiële tegenstanders zijn. Gaza kan niet steeds weer door deze gruwel moeten gaan. Misschien wordt dit de laatste oorlog van Hamas. Zoals in het theater: na het hoogtepunt van het stuk neemt de acteur het applaus in ontvangst, en dan verlaat hij het podium.”