Meer staatsman dan voorheen

Bij nationale tragedies moet een premier er staan als leider van de natie. Mark Rutte doet dat beheerst, zonder stoere taal en schijnbaar onvermoeibaar. Iets te afstandelijk, volgens sommigen.

Foto Novum

Het debat over de vliegramp in Oekraïne is al een eind op streek als Mark Rutte zich rechtstreeks tot Kamerlid Louis Bontes wendt. De oud-PVV’er heeft zojuist verkondigd dat er zo snel mogelijk mariniers naar de plek des onheils gestuurd moeten worden en dat „KGB-schurk” Poetin en diens kameraden getroffen moeten worden „waar het pijn doet”.

„Wat de heer Bontes zegt, is mij uit het hart gegrepen”, zegt Rutte. „Ook ik denk natuurlijk wel eens: send in the marines.” Maar, betoogt hij, zo’n ingreep zou heel onverstandig zijn: de geopolitieke gevolgen zouden niet te overzien zijn en het terughalen van de slachtoffers (‘onze absolute topprioriteit’) kan in gevaar komen. „We moeten coalities blijven bouwen met alle betrokken spelers.”

Nationale tragedies veranderen het aanzien van leiders – vaak voorgoed. Denk aan Rudy Giuliani, de burgemeester die New York moed gaf na 9/11. Denk aan Jens Stoltenberg, de Noorse premier die het nationale verdriet verwoordde na de moordpartij op Utøya. En denk aan Job Cohen, die in Amsterdam de boel bij elkaar hield na de moord op Theo van Gogh.

De ramp met vlucht MH17 is het moment van de waarheid voor Mark Rutte. In de bijna vier jaar van zijn premierschap stond hij voor lastige uitdagingen: ruziënde coalitiepartners, moeizame politieke akkoorden, een opstand in de eigen partij. Maar sinds de late middag van 17 juli zijn die beproevingen in één klap gereduceerd tot trivialiteiten.

Op dit moment moet Rutte drie complexe opdrachten tegelijk vervullen: de Nederlandse lichamen terugkrijgen uit oorlogsgebied, een onafhankelijk internationaal onderzoek veiligstellen en de gevolgen van de ramp voor de rest van de wereld overzien. Intussen moet hij rust uitstralen én vastberadenheid, troostende woorden spreken én rationeel overkomen.

Nog nooit zagen we de premier zo vaak op televisie als in de laatste negen dagen: tijdens de dag van nationale rouw, bij de besloten bijeenkomst voor nabestaanden in Nieuwegein, in een Tweede Kamerdebat en tijdens de persconferentie die hij vrijwel dagelijks houdt vanuit het ministerie van Veiligheid en Justitie.

De Rutte die we zien, is boven alles een man van beheersing. Hij toont zich kalm, sober en to the point. Van opgeruimdheid en lichtvoetigheid – Ruttes handelsmerken als politicus – is op dit moment niets te bespeuren: de ‘lachende premier’ is met verlof. En na negen dagen crisismanagement is er nog geen spoortje van vermoeidheid te zien.

„Indrukwekkend”, noemt Bernard Welten het optreden van Rutte. De voormalige korpschef in Amsterdam weet hoe het is om te opereren in een crisissituatie: op dag twee van zijn dienstverband kreeg hij te maken met de moord op Theo van Gogh. Nationale tragedies zoals deze, zegt Welten, zijn „topsport” voor bestuurders. „Elke minuut telt, elke stap die je neemt moet je kunnen verantwoorden.” De kunst is om de adrenaline niet de overhand te laten krijgen. „Rutte maakt geen fouten en dat is heel belangrijk. Een fout maken tijdens een crisis betekent dat alles twee à drie keer zoveel tijd kost. Als je moet gaan uitleggen wat je níét bedoelde, ga je glijden.”

Ook Bas Eenhoorn is vol lof. De VVD’er was burgemeester van Alphen aan den Rijn ten tijde van het schietdrama in winkelcentrum De Ridderhof in 2011 en volgt de ramp in Oekraïne „professioneel”. De premier, zegt Eenhoorn, is vanaf het eerste begin helder geweest over zijn prioriteiten: eerst de slachtoffers terug, dan een onderzoek naar de toedracht, ten slotte een gerechte straf voor de daders. „Rutte zet heel helder uiteen wat hij wel en niet kan. Hij laat zich, heel goed, niet verleiden tot stoere taal. Die moet je namelijk onherroepelijk terugnemen, want je kunt het nooit allemaal waarmaken. Dat is mij ook overkomen.”

Dramademocratie

Toch is er ook kritiek. Rutte zou te mechanisch overkomen, te weinig zijn gevoelens tonen aan het Nederlandse volk. Koningin Máxima kon haar tranen niet bedwingen bij de aankomst van de eerste slachtoffers in Eindhoven. Minister Timmermans van Buitenlandse Zaken zorgde voor beelden die voor altijd aan deze ramp verbonden zullen blijven: een emotionele rede voor de Verenigde Naties, de omhelzing van een nabestaande in Eindhoven.

Maar de premier is tot nu toe wat afstandelijk gebleven. „Rutte opereert foutloos, maar misschien is dat een tikkeltje te weinig”, zegt Jan Schinkelshoek, communicatieadviseur en oud-CDA-Kamerlid. „Mooie woorden en aardige beelden voldoen niet in een dramademocratie als de onze. De hedendaagse burger vraagt zich af: hoe betrokken is Rutte? Met die dagelijkse persverklaring is hij een soort dorpsomroeper. Dat overtuigt weinig.”

Een tweede punt van kritiek: Rutte zou een te milde toon aanslaan jegens de Russen. De Australische premier Abbott en de Britse premier Cameron waren er snel bij met harde veroordelingen van Poetin, maar Rutte weigert schuldigen te benoemen en wil pas oordelen als het onderzoek naar de vliegramp voltooid is.

Wanneer hij harde woorden spreekt, komt het ongemakkelijk over. „Rutte moet nu stoer doen, maar dat past van nature niet bij hem”, zegt René ten Bos, filosoof en leiderschapsdeskundige aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. „Hij is duidelijk een man van verzoening, die moeite heeft met tough language. Ik heb de indruk dat Rutte zich niet helemaal comfortabel voelt in dit jasje.”

Er is wel een ontwikkeling zichtbaar: Rutte is vastberadener en directer geworden. Toen de eerste beelden binnenkwamen van mensen die tussen de brokstukken rommelden met persoonlijke bezittingen van slachtoffers, noemde hij dat „ronduit walgelijk”. Tijdens zijn persbriefings toont hij weinig geduld met prikkelende vragen. „Denkt u nog wel eens terug aan de vorstelijke ontvangst van Poetin in Amsterdam tijdens het Nederland-Ruslandjaar?” wilde een verslaggever afgelopen week weten. Rutte, afgemeten: „Ik heb geen behoefte aan filosofische bespiegelingen.”

Volgens Bas Eenhoorn heeft Rutte geleerd van het schietdrama in Alphen – zijn eerste grote beproeving als premier. Destijds was de kritiek dat Rutte bij de herdenkingsbijeenkomst te hoge verwachtingen wekte. „Hij heeft toen dingen gezegd als: we staan aan jullie kant, we kijken niet weg. Maar je kunt niet álles doen voor de nabestaanden. Ik denk dat Rutte daar een les heeft geleerd. Hij is in deze crisis méér staatsman dan drie jaar geleden.”

De premier is zich ervan bewust dat ‘MH17’ zijn leiderschap meer gewicht heeft gegeven op het internationale toneel. Mocht er een ingelaste eurotop komen over sancties tegen Rusland, dan is Nederland „niet meer een gewoon lid” van de Europese Raad, zei hij gisteren tijdens het Kamerdebat. „Dan zijn we een land waarvan 194 burgers de dood hebben gevonden.”