Kabinet speelt hoog spel met marechaussees in Oekraïne

Vrijdagavond vertrokken veertig Nederlandse marechaussees naar de rampplek in Oost-Oekraïne om bij het onderzoek te gaan helpen. Het kabinet heeft de Kamer laten weten daarnaast „modaliteiten” te onderzoeken om met internationale partners dat onderzoek te „ondersteunen”. Dat is politieke geheimtaal voor een militaire missie. De marechaussees zouden dus makkelijk kunnen worden gezien als de ongewapende voorhoede. De Koninklijke Marechaussee als krijgsmachtonderdeel heeft immers ook een veiligheidstaak. De suggestie van premier Rutte, vrijdag in de Tweede Kamer, dat hij in dit stadium net zo goed de brandweer had kunnen vragen, is niet erg geloofwaardig. Immers de Luchtmobiele brigade moet dit weekend op de kazerne zijn; vakanties dienen te worden afgezegd. De bonden zijn inmiddels gebriefd voor wat fase 2 wordt genoemd.

In Kiev liet minister Timmermans (Buitenlandse Zaken) met zijn Australische ambtgenoot weten met Oekraïne en de rebellen dichtbij een bilateraal akkoord over fase 2 te zijn. Worden hier de contouren van een Nederlands-Australisch bataljon zichtbaar? Dat zich stevig bewapend midden in het rebellengebied moet gaan ophouden? Of kiest het kabinet alsnog voor een mandaat op basis van een VN-resolutie, die noodzakelijkerwijs niet zonder Russische instemming kan.

Er staan ingrijpende beslissingen voor de deur. Gelukkig liet Rutte in de Kamer weten dat voor de nog hoogst onzekere fase 2 Russische instemming hoe dan ook nodig is. Gehoopt mag worden dat het kabinet dan kiest voor de route via de VN in New York. Dat mag langer duren, maar biedt een breder en geloofwaardiger mandaat.

Nederland heeft de leiding bij het onderzoek op zich genomen en staat dus onder druk om te handelen. De politieke afwikkeling van de ramp gaat een gevaarlijke fase in. Een waarin het kabinet grote risico’s neemt. Na negen dagen vooral bedachtzaam handelen, lijkt haast te worden gemaakt. Dat is op zich niet onbegrijpelijk. Hoewel er ter plaatse ook niet stil wordt gezeten. Onder begeleiding van de OVSE is door Maleisische en Australische experts een begin gemaakt met het onderzoek. Daarbij werd al duidelijk dat er nog stoffelijke resten tussen de wrakstukken zijn. Het terrein is bovendien onbewaakt, waardoor bewijs verder vervuilt en meer persoonlijke eigendommen verdwijnen.

Het kabinet zit in een weinig benijdenswaardige positie: wel operationeel aan de leiding, maar met weinig bevoegdheden en internationaal politiek nauwelijks macht, hooguit invloed. Ter plaatse al helemaal niet. De situatie in het omstreden gebied is gevaarlijk en instabiel. Donderdag werden twee Oekraïense straaljagers neergeschoten, vermoedelijk door rebellen. Er zijn toezeggingen het vuren te staken, maar of dat iets waard is, moet nog blijken.

Het vraagt dus buitengewoon veel vertrouwen in lokale machthebbers om een ongewapende groep Nederlandse marechaussees in „niet provocerende kleding” (Rutte) te laten helpen bij terreinonderzoek. Zij zullen aansluiting vinden bij de OVSE-delegatie in het gebied, is het idee. Die organisatie zorgde al voor toegang tot het rampgebied, weliswaar incidenteel en onder begeleiding van rebellen. De OVSE ontwikkelde een werkrelatie met de rebellen – de Nederlandse marechaussees zullen zich volgens Rutte daarin voegen. Maar ook lokale krijgsheren kunnen zich afvragen waarom Nederland juist militáíre politiemensen stuurde. En niet de brandweer, het Rode Kruis of de Mobiele Eenheid.

Sinds het Dutchbat/Srebrenica-debacle hoort ieder kabinet te weten dat de krijgsmacht zich nooit meer in hybride situaties moet begeven waarin hij onvoldoende bewapend tegenover een overmacht komt te staan. Men wordt er schietschijf, gijzelaar of medeplichtig aan misdrijven. OVSE-personeel in Oost-Oekraïne is al herhaaldelijk gegijzeld. Dat risico lopen deze ‘OVSE-embedded’ marechaussees dus ook.

Verder is het bij iedere missie de vraag of evacuatie mogelijk is. Mochten de wespen in dit nest gaan steken, welke zekerheid op een veilige exit is er? Op dit moment is militaire bescherming geheel afwezig, zo vertelde Rutte. Deze groep gaat dus onbewapend het terrein in, op goed vertrouwen in de rebellen en zonder eigen back-up. Het kabinet speelt hoog spel.