Ik heb mijn ouders lang niet voor vol aangezien

Schrijver Asis Aynan (34) heeft zich lang geschaamd voor zijn ouders en hun cultuur. Tot een vriendinnetje het uitmaakte omdat haar ouders niet wilden dat ze met een Marokkaan ging. Zijn nieuwste boek gaat over zijn jeugd. „Ik heb een Berber van mezelf gemaakt.”

Luit

„Mijn vader was eigenlijk een kunstenaar, al verdiende hij zijn geld in een hondenbrokkenfabriek. Hij was een virtuoos muzikant, speelde luit, piano, viool en alles daartussenin. En echt héél erg goed. Hij was ook een globetrotter, met een motor en een tentje ging hij geregeld op reis naar het buitenland. Op foto’s van vroeger zie je hem in de fabriek aan de lopende band, maar ook in een zwembroek op het strand, in een vrolijk ruitjespak aan tafel met een glas wijn en spelend op zijn luit. Al die foto’s zijn gemaakt voor mijn geboorte, en lange tijd kon ik niet geloven dat het echt mijn vader was. Toen mijn moeder in 1980 uit Marokko naar Nederland kwam met vier kinderen en mij in haar buik, is hij met dat leven gestopt. Alles heeft hij opgegeven voor zijn gezin. Hij was toen veertig.”

Michael Jackson

„Ik kende mijn vader alleen als een streng-religieuze man, wiens baard nét iets langer was dan van de andere mannen, en die nét wat vaker op bedevaart ging naar Mekka. Elke dag na school moesten mijn broers en ik met hem mee naar de moskee. Thuis dwong hij ons ook om te bidden. Ik heb nooit begrepen wat hij daar nou mee wilde bereiken, want wij vonden dat helemaal niks. Als we achter hem stonden tijdens dat bidden, brak het cabaret los. Dan deden we Michael Jackson na en zo. De islam was voor mijn vader het enige bekende morele kader. Toen hij na die gezinshereniging ineens de verantwoordelijkheid kreeg voor vrouw en kinderen, was hij zo vastbesloten om een goede huisvader te zijn dat hij de muziek en het reizen en het plezier radicaal uit zijn leven bande en een vrome moslim werd. Dat hij zelfs zijn luit nooit meer aanraakte, is – denk ik – omdat hij bang was dat die hem in verleiding zou brengen terug te gaan naar zijn vroegere leven en daarmee zijn gezin kwijt te raken. Die luit lag altijd onaangeroerd ergens boven op een kast. Toen ik een jaar of negen was, is hij bij een brand in ons huis verloren gegaan.”

Duinrell

„Er kwamen uiteindelijk negen kinderen, en veel verdiende mijn vader niet in die fabriek. Voor een hoop dingen was thuis geen geld. Een schoolreisje naar het pretpark Duinrell kon in wezen niet. Verkeersexamen doen was ook een probleem, want ik had geen fiets. Maanden was ik daar dan mee bezig. Hoe kon ik zorgen dat ik toch mee kon doen? Door al dat piekeren was ik er tijdens de les niet bij met mijn hoofd. Mijn cijfers op de basisschool waren slecht, voor taal haalde ik zelfs drieën. Het schoolreisjes-probleem loste ik op door ’s ochtends gewoon in de bus te gaan zitten, ook al hadden mijn ouders niet betaald. Ik nam me voor: ‘Als ze me wegsturen, ga ik nooit meer naar school’. Ik mocht blijven.”

Tatoeages

„We woonden in een witte wijk in Haarlem, de Kleverparkbuurt, en ik schaamde me voor mijn ouders, en voor de Berbercultuur. Mijn vader liep in die jurk, en mijn moeder had traditionele tatoeages in haar gezicht. Dat vond ik heel erg, want niemand was zo. Ik schaamde me voor het anders-zijn. Als ik Marokkanen tegenkwam in de stad en ze begonnen tegen me te praten in het Berbers, deed ik alsof ik het niet verstond. ‘Wij spreken Nederlands thuis’, zei ik dan. Dat was niet zo; wij spraken thuis zelfs verplicht Berbers. En buiten de deur moesten we Nederlands praten. Een heel duidelijke constructie waar ik mijn ouders achteraf erg dankbaar voor ben, want daardoor beheers ik beide talen.”

GAK

„Rond mijn twintigste had ik een vriendinnetje dat het uitmaakte omdat haar ouders niet wilden dat ze met een Marokkaan ging. Ik vond het schandalig dat dat zomaar kon, ik overwoog zelfs om een advocaat te nemen en hen aan te klagen. De Universele Rechten van de Mens werden hier geschonden! Die ouders haalden werkelijk alles uit de kast, zogenaamd omdat ze het beste wilden voor hun kind. Een oom die bij het GAK werkte – nu UWV – werd opgetrommeld om te vertellen dat alle Marokkanen uitkeringstrekkers zijn. Voor het allereerst in mijn leven zag ik, als ik in de spiegel keek, een Marokkaan. Een jongen met een getinte huid, bruine ogen en zwarte krulletjes.”

Augustinus

„Wegwezen, dacht ik. Weg uit Haarlem, weg van die meid uit de Bollenstreek met haar spruitjeslucht. Ik ging studeren in Den Haag, waar ik Marokkanen leerde kennen, en Turken en Koerden, en Ghanezen. ‘Dit is het’, dacht ik. Met andere Berbers ging ik naar Berberconcerten, ik ging me verdiepen in de Berberliteratuur. Die bleek gigantisch te zijn en blies me van mijn sokken. De romans van Mohamed Choukri, de verhalen van Mohamed Mrabet. Ik ontdekte dat de kerkvader Augustinus een Berber was, en dat de allereerste roman ooit, De gouden ezel, door een Berber geschreven is. Later heb ik samen met vertaalster Hester Tollenaar het initiatief genomen voor een Berberbibliotheek. Die groeit nog steeds, eerst bij Polak & Van Gennep, nu bij uitgeverij Jurgen Maas.”

Straatfeest

„Ik heb het anders-zijn omarmd. Ik heb een Berber van mezelf gemaakt en al zeg ik het zelf, dat heb ik op een heel leuke manier gedaan. Er wordt niemand uitgehuwelijkt. En natuurlijk ben ik ook Nederlander, ik vind Nederland een fantastisch land. Je stopt hier iets in de grond en het groeit. Als je de gemeente schrijft dat je een straatfeest wilt organiseren, krijg je een vergunning en 250 euro, en ze zetten de straat voor je af. Nederland is het enige land met een Berberbibliotheek. Die hele Berbercultuur kan niemand wat schelen, maar het wordt gewaardeerd dat je zo’n initiatief neemt. Dat je meedoet.”

Klappen

„Voor mijn ouders, die ik heel lang niet voor vol aanzag, heb ik in de loop van de jaren veel bewondering gekregen. Als puber dacht ik later werkelijk álles anders te gaan doen dan zij, maar ze zijn steeds meer een voorbeeld voor me. Hun arbeidsethos bijvoorbeeld, en de manier waarop ze hun zelfrespect en identiteit behielden. Zelfs voor de klappen die mijn vader ons gaf, heb ik begrip gekregen. Af en toe kookte hij over, als alles hem te veel werd. Ik heb hem erom gehaat, ook omdat ik bang was dat ik later ook mijn eigen kinderen zou gaan slaan. Nu besef ik: hij kwam uit een totaal andere wereld, de Rif, waar droogte en hongersnoden heersten, oorlogen, dictaturen. In 1921 zijn er tijdens de slag bij Anoual in een paar dagen tijd twaalfduizend doden gevallen. Praktisch in de achtertuin van mijn opa en oma. Als je in aanmerking neemt in wat voor omstandigheden mijn vader opgroeide, heeft hij het goed gedaan.”

Kairo

„Mijn vader is negen jaar geleden gestorven, hij was 65. De laatste jaren van zijn leven, toen wij – zijn kinderen – volwassen waren, kon hij de teugels laten vieren. Hij werd minder streng op religieus gebied. Het reizen begon weer en de muziek kwam terug in zijn leven. Hij is naar Kairo gegaan, naar de werkplaats waar tientallen jaren daarvoor zijn luit gemaakt was, dat prachtige instrument dat verbrand was. De luitbouwer van toen was opgevolgd door zijn zoon en die vond het zo geweldig dat mijn vader na al die jaren terugkwam, dat hij hem voor niks een nieuwe luit gaf. Met verjaardagen speelde hij toen weer, en op de bruiloft van mijn broer. Eindelijk zag ik het met eigen ogen: mijn vader is een kunstenaar.”