Ik ben de grease van Silicon Valley

Zeven jaar lang hielp hij Nederlandse bedrijven om in Silicon Valley de weg te vinden.The American Dream is maar voor weinigen weggelegd. „Je moet het twee jaar volhouden om kans van slagen te hebben.”

Het leven is er peperduur, de wegen zijn overvol en de concurrentie is moordend. Toch proberen tientallen Nederlandse bedrijven zich elk jaar weer in Silicon Valley te vestigen.

Peter Laanen is de eerste stop voor veel ambitieuze beginners die de Amerikaanse westkust willen veroveren. Het epicentrum van de tech-industrie, omdat kapitaal, talent en connecties zijn samengebald op een klein gebied. Maar hoe wurm je je daar als Nederlander tussen?

Je hoeft maar vijf minuten met Laanen te praten en je hebt al een schouderklopje en zijn visitekaartje op zak. Praten, lachen, anekdotes rondstrooien en netwerken, dat is de specialiteit van de 68-jarige Nederlander. Zeven jaar lang werkte hij voor het Netherlands Business Support Office (NBSO) nadat hij in 1999 in de VS belandde om er directeur van een school voor audiotechnici en animatie-experts te worden.

Op het kantoor van het Nederlands consulaat in San Francisco vierde Laanen afgelopen maand zijn afscheidsfeestje. Op de 31ste verdieping van 120 Kearny Street – met uitzicht op San Francisco Bay – willen veel landgenoten afscheid nemen van de International Trade Director. Dat is de chique naam voor de lobbyist die volgens een van de sprekers geen typische diplomaat is in krijtstreep en met posh accent. Laanen draagt liever een spijkerbroek en een baseballjack – erfenis uit de tijd dat hij de Nederlandse honkbalbond leidde.

Peter Laanen, opgegroeid in Rotterdam, is een selfmade ondernemer die in de jaren zeventig computerbedrijf Multi Function oprichtte en daarna voor platenmaatschappij Arcade in Duitsland ging werken. „Alle zwanzig Superhits, nür von Arcade!” roept hij met vet Duits accent en een brede glimlach. Nu woont hij met zijn gezin in de buurt van San Francisco en voelt zich er thuis, net als de circa 20.000 Nederlanders die in dit gebied werken.

In Silicon Valley helpt Laanen jonge Nederlandse ondernemers met zijn netwerk van investeerders, advocaten en – belangrijker – met zijn ervaring in de omgang met Amerikanen. Want er zijn veel culturele verschillen. „Nederlanders zijn blunt: direct, op het botte af. Met aardige mensen dempen we de gracht. Amerikanen zeggen na een vergadering ‘great meeting!’ en daarna hoor je er nooit meer iets van.”

Nog zo’n verschil: in Nederland wordt een zakelijke mislukking gezien als een afgang. In de VS, weet Laanen, geldt: failure is the basic for success. Als het de eerste keer niet lukt, probeer je het nog eens. Ooit scoor je die Superhit.

U begint elke spreekbeurt met een lijst do’s en don’ts. Welke fouten kun je maken als je in de VS zaken wilt doen?

„Maak in ieder geval geen grappen over politiek en religie. Dat soort onderwerpen ligt hier gevoelig. En er heerst het vooroordeel dat Amerikanen nep en ‘plastic’ zijn, met hun beleefdheid en overdreven optimisme. Een Nederlandse barkeeper mag best chagrijnig zijn als-ie zijn dag niet heeft. Hier niet.

„Je hebt een netwerk nodig. Het heeft geen zin om zomaar naar Sand Hill Road te gaan, de plek waar alle grote investeerders zitten. Daar kun je niet onaangekondigd naar binnen lopen om er geld los te peuteren. Ze lezen je voorstel toch niet. Je moet een goede onepager hebben en daarna mag je misschien langskomen met je presentatie – niet langer dan twaalf pagina’s. En je moet een elevator pitch kunnen houden, in één minuut. Anders word je afgefloten.”

De techindustrie bloeit. Ligt het geld in Silicon Valley voor het oprapen?

„Nee, minder dan 1 procent van alle voorstellen krijgt financiering. Ik denk eerder 0,6 of 0,7 procent. We hebben met de Nederlandse ondernemers best een goede hit rate. Van alle bedrijven die zich hier gevestigd hebben zijn er misschien drie of vier teruggegaan. Ik zeg altijd: je moet het twee jaar volhouden wil het kans van slagen hebben. Een hit binnen drie maanden... dat kan gebeuren, maar waarschijnlijk is het niet.

„Als je hier twee jaar zit, heb je al kapitaal nodig omdat het verblijf vrij duur is. Als je dat geld inbrengt, kom je in aanmerking voor een investeerdersvisum en heb je een grotere kans op een groene kaart voor permanent verblijf.”

Hoe bouwde u hier zelf een netwerk op?

„Ik leerde de Amerikaanse slang al jong, toen ik drie jaar bij het Amerikaanse leger werkte in Rotterdam. Dat was tijdens de Vietnam-oorlog. I go way back, man. Zo hoorde ik de verhalen van soldaten, hun taal en de muziek die ze meebrachten.

„Ik heb in mijn leven alle stadia van het bedrijfsleven doorlopen. Ik runde het zakelijke gedeelte van een school en moest studenten werven. Bij zo’n Amerikaanse privéschool moet 70 procent van de afgestudeerden binnen zes maanden een baan hebben, anders kun je je licentie verliezen. Dus ik ging de boer op om studenten te plaatsen en kreeg ook zeventig keer de deur in mijn gezicht. Zo belandde ik in een Amerikaanse rechtbank voor een jury, na een klacht van studenten. Maar ik had me goed voorbereid: stropdas om en glimlachen naar de juryleden. Het liep goed af.

„Het is hard werken. Elke dag om zes uur ’s ochtends van huis, 80 kilometer in de auto, over de San Mateo-brug naar de Valley. Mijn baan is niet om alleen contacten te krijgen, maar ze ook te houden. Een dooie zomertijd zoals in Nederland, die kennen we hier niet. Er is geen Goede Vrijdag en Tweede Paasdag en we gaan ook niet vier weken op vakantie. En zeker geen out of office reply. Als ik in Mexico aan de piña colada zit, kan ik best jouw e-mail even beantwoorden.”

Wat doet u voor ondernemers die zich hier willen vestigen?

„Ik ben de grease, het smeervet. Breng mensen samen, organiseer bijeenkomsten en zoek er een bekende spreker bij. Voor zo’n keynote vragen mensen geen geld; succesvolle ondernemers willen graag informatie delen – I just wanna give back, zeggen ze dan. Daarom krijgen al die universiteiten ook tientallen miljoenen dollars van hun alumni.

„Sommige ondernemers zoeken financiering, gameontwikkelaars willen een uitgever. Ik regel de juiste advocaat voor immigratie of voor verzekeringen. Ik ben met een stel Twentse jongens op pad geweest die in één dag alles gedaan wilden hebben. Dus dan regel je dat met een paar telefoontjes. Klikt het? Zo niet, dan heb ik een tweede en een derde partij bij de hand met wie het misschien wel lukt.

„Bij ons vorige NBSO-kantoor in San Mateo hadden we een ruimte voor start-ups. Dat werd te duur, maar we gaan er opnieuw mee beginnen bij het consulaat in San Francisco. Er komt wat plek vrij en daar kunnen Nederlandse ondernemers het drie of zes maanden uitproberen in het centrum van de stad.”

U wordt niet opgevolgd.

„Dat zijn besparingen, denk ik. Bovendien: eigenlijk hoort zo’n support office alleen te zitten op plekken waar geen consulaat is. Er zit nu een NBSO in Houston, Texas. Met de keuze voor die locatie was ik het niet eens; ik vond dat ze naar Austin moesten gaan. Daar zit meer IT-industrie, de muzieksector, de creatieve industrie. Beter geschikt voor het midden- en kleinbedrijf waar NBSO voor staat. We zijn er niet voor Shell. Zulke bedrijven vinden zelf hun weg wel.”

Wilt u ooit nog terug naar Nederland?

„Ik ben nu nog redelijk vaak in Nederland voor mijn advieswerk; ik heb een paar commissariaten en ga zelfstandig verder als consultant. Het werken met jonge ondernemers, dat houdt mij jong. Ik ben als een vampier.

„Als ik Rotterdam zie, gaat mijn hart open, maar ik hoor hier. Ik heb me drie jaar geleden laten uitkopen door de school waarvoor ik had gewerkt. Dat was een goede regeling waar ik ernstig blij mee was, en mijn vrouw ook. De hypotheekverstrekker niet, want we wonen nu voor heel weinig.

„Veel mensen hier beleggen hun geld of kopen dure auto’s, maar ik geef per maand liever wat minder uit. Als er iets tegenzit kun je tenminste lekker doorgaan met leven.

„We leven op drie kwartier van de stad, als God in Frankrijk in een huis met vier badkamers. Maar dat durf ik tegen Nederlanders eigenlijk niet te zeggen, die vinden een huis met twee badkamers al heel wat.”