‘Hij werkt op de camping, ik ben gewoon gast’

André Kortbeek (53) verruilde zijn functie bij een bank voor een baan als campingmanager. Met zijn vrouw Jacqueline (53) woont hij in Zaandam. De weekenden staan ze ‘op Bakkum’.

Jacqueline Kortbeek: „Ik ga niet met mijn afwas over de camping lopen.” Foto David Galjaard

‘Geboren op Bakkum’

André: „Ik ben geboren op Bakkum – een dorp in Noord-Holland. Nee, niet letterlijk, maar mijn eerste foto’s zijn daar genomen op de camping. Mijn ouders stonden hier. Van nul tot achttien heb ik alle zomers hier doorgebracht. Als mijn vader vrijdagmiddag thuiskwam, was het hup, meteen de auto in. Mijn moeder ging de weekenden met haar moeder op de fiets vanuit Amsterdam naar Bakkum. Bakkum is de oudste camping van Nederland, we bestaan dit jaar honderd jaar. Van de week waren Johnny de Mol en Guus Meeuwis hier aan het filmen en die vroegen: ‘Wat is dat toch, het Bakkum-virus?’ Er is rust, er is vrijheid. De zee is hier 950 meter vandaan. Je hebt het bos, de duinen.”

Jacqueline: „Doordeweeks wonen we in Zaandam, in het weekend staan we op de camping. Douchen doen we bij het sanitair, we hebben ons eigen toiletje en ik was af in de caravan. Ik ga niet met mijn afwas lopen.”

André: „Alleen de sauna mis ik af en toe. Maar voor de rest niets. Als je thuis bent met dit weer, zit je binnen met je sokken in je schoenen. En hier zit je heerlijk buiten, met je blote voeten in je slippers.”

Jacqueline: „Ik werk vier dagen per week bij de douane in Amsterdam, op vrijdagmiddag kom ik hierheen. Zodra ik hier ben, heb ik een vakantiegevoel. Mensen vragen heel vaak: wat doe jij dan op de camping? Ik ben gewoon gast. Hij werkt hier, ik niet. En als je ergens mee zit, ga je naar de receptie. Dat heb ik meteen ook heel duidelijk gesteld, anders gaan mensen mij steeds aanspreken.”

André: „We kregen een zoon en toen zijn we gaan kamperen. Eerst naar Frankrijk met de Alpenkreuzer.”

Jacqueline: „Toen Mitchell niet meer meeging, vijf jaar geleden, hebben we besloten een plek te zoeken in de buurt. Bakkum leek mij eerst niks. Donker in het bos, niet gezellig. Maar toen konden we toch nog een plekje uitzoeken tussen de toeristen. Vanaf de allereerste dag was het leuk.”

André: „Ik heb vijfentwintig jaar in de financiële wereld gewerkt. Bij de Rabobank was ik manager van twee, drie teams. Lekker druk. Eigenlijk had ik geen behoefte aan een andere baan. Maar op Tweede Kerstdag in 2010 was ik aan het zoeken naar een vaste plaats op Bakkum. Toen ik de site opende, zag ik links onderin een vacature voor campingmanager. Ik zat aan tafel en Jacqueline en Mitchell keken me aan. ‘Doen!’ gilden ze tegelijk.”

‘Zeven uur staat de prak op tafel’

Jacqueline: „Ik begin om half zeven, mijn wekker gaat om kwart over vijf. Vind ik heerlijk, dan ben ik lekker vroeg thuis, om kwart over drie. Ik ga boodschappen doen en daarna heb ik twee uur voor mezelf om te computeren, een film te kijken of even in de tuin te zitten. Zalig vind ik dat.”

André: „Ik sta wat later op, om zeven uur, half acht. Ik ga op de motor naar de camping vanuit Zaandam. Om tien voor acht rijd ik weg. We beginnen om vijf over half negen met het teamrondje. We hebben elf sanitairgebouwen die goed onderhouden moeten worden, een schoonmaakteam, een technische dienst. En als het ‘technisch weer’ is, zonnig dus, ga ik op inspectie. Om vijf uur, half zes ben ik wel klaar. Zoonlief komt om half zeven thuis van zijn werk. Hij werkt bij een creditcardmaatschappij.”

Jacqueline: „Dus om zeven uur staat de prak op tafel. Ik kook altijd. Het huishouden ligt bij mij. Ik vind het prima, dat is in dertig jaar zo gegroeid.”

André: „Samen eten, dat is wel een beetje een familievoorwaarde.”

Jacqueline: „Tv uit, met zijn allen aan tafel. Even de dag doornemen.”

André: „Ik ben de vaatwasmeneer.”

Jacqueline: „Mitchell heeft de opdracht om af en toe ook eens op te ruimen en dat gaat steeds beter. Hij is natuurlijk wel een beetje gepamperd. Maar dat is helemaal mijn eigen schuld.”

André: „Wij wilden een zoon en toen was het klaar. Wij zagen om ons heen dat mensen met twee of meer kinderen wat minder kunnen doen. Als er een nieuwe dvd-speler uitkomt, dan wil ik die kunnen kopen.”

Jacqueline: „Mitchell is afgelopen jaar een maand naar Thailand geweest en dat was heel goed voor ons. Ik had altijd wel het idee dat ik hem met allerlei dingen moest helpen. Maar toen heb ik gezien: hij redt het wel.”

‘Geen bereik’

André: „Iedereen zegt: je moet wel loskomen van de camping. Maar in het weekend zit ik hier niet op mijn werk.”

Jacqueline: „Het is niet zo dat ze je heel vaak komen opzoeken bij de caravan. Als je vrij bent, voelt het ook echt als vrij.”

André: „Dan gaan we wandelen, fietsen, lekker uit eten. Beetje relaxen.”

Jacqueline: „Hij zegt nog weleens: ‘ik heb een afspraak om drie uur’. Nou prima, lekker dichtbij, dan is-ie om kwart over drie weer terug.”

André: „We hebben hier en daar wel internet, maar verder is er geen wifi. Een bewuste keuze. Als mensen hier alleen maar achter dat soort apparaten gaan zitten, is het geen leuke vakantie. We hebben ook een stroomloos gedeelte, daar zitten de advocaten, theatermensen en dokters. De ‘nieuwe kampeerders’, zeg maar. Die willen de kinderen nog wat bijbrengen en zijn blij dat ze op Bakkum zitten, want daar hebben ze geen bereik.”