Het kruis van de bes

Wat moet je met al die bessen die allemaal nu geplukt willen worden? Thuiskok Marjoleine de Vos bakt taart.

In de supermarkt kwam ik een vriend tegen. Hij had nauwelijks tijd om te groeten en rende direct naar de citroenen. „Mijn pruimen zijn rijp”, hijgde hij in het voorbijgaan. „Het zijn er heel veel.” Mijn vriend maakt jam van zijn fruit, dus meer hoefde hij niet te zeggen. Hij was aan het plukken, wassen, snijden, koken, roeren, steriliseren.

Struiken die fruit voortbrengen, of planten die groenten voortbrengen, ja zelfs kruiden die alleen zichzelf voortbrengen, zijn geen rustig bezit. Ze hebben de gewoonte om ineens, in een paar dagen of hooguit twee weken tijd, alles rijp te laten zijn. En dan heb je ineens kilo’s pruimen, emmers bessen, kisten vol appels. En je hebt de vraag: wat nu?

Maar eigenlijk gaat daar nog iets aan vooraf: het plukken. Een struik vol bessen of een boom vol kersen of pruimen is een weelderig gezicht. Niet alleen voor de tuinbezitter of de fruitsmuller, ook voor bijen, spreeuwen, merels, mieren, slakken. Die eten je aardbeien op – een poosje geleden zag ik een merel met zo’n mooie rode, rijpe aardbei, een van de vijf die mijn planten produceerden, vergenoegd op een takje zitten – of ze trekken de snijbiet van zijn stelen. (Dat doen mussen. Die gaan eronder op de grond zitten, maken een sprongetje en hangen dan met hun snaveltje in de snijbiet. Zo vreten ze hem tot op de nerf op.)

Die moet je dus voor zijn. En dat betekent dat je zo’n hele struik zorgvuldig moet leeg plukken. Met geduld en rekoefeningen, zonder van ladders te vallen of jezelf open te halen aan de gemene doorns van de kruisbes. En ook zonder halverwege te denken: zo is het wel mooi genoeg. Want wat moet ik zo meteen met al die appels/bessen/kersen/pruimen?

Soms denk ik wel eens dat al die mensen die zo lyrisch doen over moestuinen en fruitstruiken er geen hebben en ook niet weten wat het is. Dat ze heus niet met drie emmers rode bessen zitten te juichen of met zeer zanderige spinazie in hoeveelheden waar je een voetbalelftal mee zou kunnen voeden.

Zelfs kruiden, zoals ik al zei, moet je tijdig knippen, wassen, drogen en in kleine porties invriezen, want anders schieten ze door, gaan bloeien en hebben geen blad en geen smaak meer. Wat heb je dan aan ‘verse kruiden’ in je tuin?

Soms lijkt het enorm veel makkelijker om gewoon naar de markt te gaan en een potje of bosje te kopen.

Maar ho, ho, ho. Laten we niet gaan somberen bij het bessengeluk. Laten we gewoon eens even naar de boekenkast lopen en daar onze vakliteratuur uit tevoorschijn trekken. In dit geval het onvolprezen Bes boven bes van Ria Loohuizen, waaruit je direct begrijpt dat je niet zozeer te veel, maar juist te weinig bessen hebt, want man, man, wat kan je er veel mee doen. Ook met bessensoorten die je helemaal niet in de tuin hebt, of die je wel hebt maar ijskoud verwaarloost, zoals lijsterbessen en meidoornbessen.

Natuurlijk denk je bij bessenovervloed meteen aan summerpudding, die goddelijke Engelse uitvinding van zacht rood fruit en witbrood, een combinatie die weinig belooft maar onverwacht fris en heerlijk en onweerstaanbaar is. En je denkt aan taart met mascarponevulling en heel veel bessen eroverheen. En aan jam en gelei. (Al hebben jam en gelei zulke voortreffelijke bewaareigenschappen dat ze met gemak tien jaar in de kast blijven staan als je niet oppast.) Kruisbessen bij makreel en varkensvlees, oh ja, dat was vorig jaar! De bessenmoeheid maakt plaats voor bessenvreugd. En die uit zich in een schitterende taart, met amandelfrangipane en kruisbessen.