Geridderde slagerszoon deed zijn plicht, zoals het hoorde

Ministerie van Defensie

Het was augustus 1946, de eerste politionele actie was in volle gang. Korporaal Albert Hoeben patrouilleerde met zijn geweergroep op Oost-Java toen hij op een door Indonesiërs verdedigde stelling stuitte. Hoeben liep voorop, zoals hij altijd deed.

Hij kreeg drie handgranaten in zijn richting geworpen. Eén daarvan kwam op zijn rug terecht, de andere twee naast hem in een greppel. De 26-jarige marinier graaide naar de handgranaten en gooide ze terug. Onder dekking van het stof dat door de inslagen van handgranaten rondvloog, sprong hij over een dijkje en ging in de aanval.

Terwijl zijn mannen onder mitrailleurvuur lagen, overmeesterde Hoeben met gevaar voor eigen leven de tegenstander. Voor deze heldendaad benoemde koningin Wilhelmina hem in 1947 tot Ridder Militaire Willems-Orde vierde klasse. Hoeben overleed op 10 juli op 94-jarige leeftijd. Er zijn nu nog slechts vier dragers van de Willemsorde in leven, onder wie twee Nederlanders.

Albert Hoeben werd geboren in Stramproy, als zoon van een slager. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat hij ondergedoken in België. Nadat dat land bevrijd was, meldde hij zich in maart 1945 aan bij het Korps Mariniers. Hij werd opgeleid in de Verenigde Staten. In november vertrok hij naar Indonesië.

Daar aangekomen verbaasde hij zich erover dat de bevolking een buiging voor hem maakte als hij passeerde. „Dat waren ze nog gewend van de Japanners.”

Hoeben ontving de ridderslag in 1947 in Amsterdam van prins Bernhard. Bij de daaropvolgende riddermaaltijd in het Paleis op de Dam zat de jonge Brabander er niet ontspannen bij, herinnerde hij zich later. „Links van mij zat een generaal, rechts van mij een kolonel. Tegenover mij zat een kolonel. Er stond van alles op tafel. Ik wist me er geen raad mee.”

Over zijn daden in Indonesië zei hij: „Veel mensen zeggen: jullie zijn helden. Maar ik heb dat nooit gedacht. Ik heb mijn plicht gedaan, zoals het hoorde.”

De mariniers die afgelopen week meededen aan de Vierdaagse in Nijmegen, liepen met rouwbanden om naar aanleiding van het overlijden van Hoeben.

Commandant van het Korps Mariniers brigade-generaal Richard Oppelaar sprak vorige week vrijdag bij de uitvaart van Hoeben warme woorden: „Zijn ridderverhaal zal binnen het korps van generatie op generatie met trots worden doorverteld, als ereboog voor onze kleine grote man.”