Gedicht.

De tunnels van Gaza

De lampen gaan aan en de luiken dicht.

Schuilen en schieten verschillen hier

als daglucht van nachtlicht.

Tunnels mogen in een huis uitkomen

in een kast, onder een bed, maar zelden zijn ze

omgekeerd het begin van een droom. En dromen

mogen soms in tunnels gaan maar nooit

komen ze daar onbezeerd uit. Uit Egypte

komt het leven, naar Israël moet de dood.

Horloges slepen ze uit de Sinaï en zeep

en speelgoed door de schachten, benzine, landbouwgif

jurken, Fajr 5-raketten, een bruid wit gekleed

en gesluierd om te ademen. Aan de andere kant

van het land blazen de tunnels naar Israël de dood

die honderdvoudig terugkeert en alles verbrandt

en rook braakt en scherven op sterven doet rijmen.

Tallozen zeulen dagelijks onder de grond

met het nieuws van morgen

als niemand nog weet wie het raakt.