Ellebogenwerk op het zand

Ahoy is dit weekeinde het decor van de fietscrossers. Zand en stro zorgen voor een snelle baan voor profs en amateurs. En met 20.000 toeschouwers is de organisatie uit de kosten.

Deelnemers aan de BMX World Challenge Cruisers Competitie racen over het hobbelige parkoers van het Rotterdamse Ahoy. Foto Jasper Juine

Het leek een even originele als simpele oplossing: piepschuim onder de baan en de WK BMX in Ahoy Rotterdam konden doorgaan. Een leverancier was grootmoedig en zegde zestien trailers piepschuim toe; om niet, gratis, niks, nul, voor nop. Tot enig rekenwerk zijn gulheid deed verdampen. Zo’n 80.000 euro vond hij uiteindelijk te bezwaarlijk om voor sinterklaas te spelen. Het piepschuim is vervangen door zestien trailers strobalen. Maar die moeten wél betaald worden.

Hoeveel? Dat houdt Eric Kersten, directeur van organisator BMX Holland, voor zichzelf, „maar aanzienlijk minder dan 80.000 euro”. Een pijnpuntje, meer was het niet. De begroting van drie miljoen euro wordt volgens Kersten gehaald, dus is zijn grootste zorg weggenomen. „Maar dan moeten er in totaal nog wel 20.000 bezoekers naar Ahoy komen. „Zoals de kaartverkoop nu loopt, gaat dat lukken”, zei Kersten daags voor de WK, die woensdag zijn begonnen en tot en met zondag voortduren. Van piepschuim heeft hij geen hoofdpijn meer.

Die extra strolaag was nodig om de vloer van Ahoy dragend te houden. De druk moest verminderd worden, omdat de vloer onder het gewicht van alleen zand en gebroken puin waarschijnlijk zou bezwijken vanwege de kelderruimte onder de halzaal. De pressie is nu met zo’n zestig procent afgenomen.

Een hele klus de aanleg van zo’n hobbelbaan voor voornamelijk volwassen mensen op kinderfietsjes. Ook vrij ongebruikelijk, omdat BMX-kampioenschappen doorgaans in de buitenlucht worden afgewerkt. Deze keer brachten de criteria voor afmetingen van de baan binnen een begrensde ruimte knelpunten met zich mee. Maar het lukte, al waren her en der kleine aanpassingen noodzakelijk.

Zo moest de startheuvel – voor de amateurs vijf meter en voor de eliterenners acht meter hoog – twee meter verplaatst worden, met als kettingreactie een correctie van het parkoers. Het was knijpen, maar door de laatste strook naar de finish in te korten werd dat probleem opgelost. Volgens Kersten is dat gelukt zonder het karakter van de baan aan te tasten. „Het parkoers telt kort voor de finish twee bulten minder. We praten dan over zogeheten ‘rollers’. De grote jumps worden daarvoor gemaakt. Geen deelnemer wordt erdoor gedupeerd.”

‘Fantastische baan’

De baan in Ahoy kreeg uiteindelijk een lengte van 325 meter, net binnen de minimum eis van 300 meter. Daarmee heeft ‘Rotterdam’ een tweede rel op rij voorkomen, want op de WK van vorig jaar in het Nieuw-Zeelandse Auckland voldeed de baan van 275 meter niet aan de internationale standaard. Correctie was op korte termijn niet mogelijk, waardoor de WK toch werden gehouden, maar vanwege enkele (te) krappe bochten met meer ongelukken dan gebruikelijk. De internationale wielerunie UCI was not amused, in tegenstelling tot hun oordeel over de Rotterdamse baan. Althans, volgens directeur Kersten. „De UCI vindt het parkoers fantastisch.”

Die eer komt vooral de baanontwerpers Sander Bisseling en Ivo van der Putten toe. Beiden zijn ervaren BMX’ers, die een tiental jaren deel hebben uitgemaakt van de nationale selectie. Bisseling is intussen gestopt en Van der Putten heeft in de diepe herfst van zijn carrière een wildcard voor de WK in Rotterdam gekregen.

De opzet van de WK BMX dwong Bisseling en Van der Putten tot een ontwerp, waarop zowel vijf- tot 50-jarige amateurs, de challengers, als de eliterenners hun WK afwerken. Bisseling vertelt dat om die reden de eerste bult onder de startheuvel niet te hoog is gemaakt. „Je kunt nu kiezen tussen rollen of springen, al verwacht ik dat de profs springen, omdat die vier keer zo hard naar naar beneden komen.”

Verschil tussen amateurs en prof is verder, dat voor de eliterenner halverwege het parkoers een speciale sectie met extreme bulten is ingericht; die zijn voor de mindere goden gevaarlijk.

Bisseling en Van der Putten hebben bij hun schetsen vooral rekening gehouden met het ritme van de baan. „Je moet zorgen dat de snelheid erin blijft”, verklaart Bisseling, die na enige proefrondjes tevreden is over zijn ontwerp, waarvan het zand is toegedekt met een wegendoek, waarop gebroken puin (menggranulaat) en een toplaag van speciaal hard zand (gralux) is aangebracht. Door besproeiing en intensief gebruik klinkt de baan in.

De baan kon volgens Bisseling niet vanuit Nederlands belang worden ontworpen. Om toch van het thuisvoordeel te profiteren, is op het nationale sportcentrum Papendal deels een kopie van de WK-baan aangelegd, zodat de selectie van bondscoach Bas de Bever wel degelijk een voorsprong op de concurrentie heeft.

Of dat effect heeft is moeilijk te boordelen, omdat een goed resultaat bij BMX voor 85 tot 90 procent afhankelijk is van de start. Ervaringsdeskundige Bisseling: „Je moet vanuit het starthek een elleboog voor je tegenstander zien te krijgen. Want dan bepaal jij de lijn en kun je de gaten dicht rijden. Je moet voorkomen dat de tegenstander de lijn bepaalt en jij naar de rand van de bochten wordt gedwongen. Dat duwen hoort erbij. Pas als het te erg wordt, grijpt de jury in. Daarom is de eerste trap uit het starthek meteen de belangrijkste.”