Crisiscentrum Den Haag

Een paar uur nadat vlucht MH17 was neergestort, was het nationale crisisplan al volop in werking getreden. Rutte belt de regeringsleiders, Timmermans doet het reiswerk. De oppositie wil geen partijpolitiek bedrijven, maar voelt zich niet altijd even betrokken.

Foto's AP/Novum/AFP/ANP/Reuters

Logisch nadenken

Op de voor veel liberale politici zo kenmerkende ontspannen wijze staat Stef Blok, minister van Wonen, aan het begin van de middag Radio 1 te woord. Het is donderdag 17 juli. Volgens het ministeriële vakantieschema vervangt Blok de volgende dag premier Mark Rutte.

Hoe dat is, om even de belangrijkste man van Nederland te mogen zijn, wil de interviewster van hem weten. Verwacht er vooral niet te veel van, zegt Blok. „Alleen als er echt iets moet gebeuren, kom je in actie.” Op de vraag waaraan hij dan denkt, antwoordt Blok lachend dat hij nog geen draaiboek of protocol heeft gezien. „Dat zal ik vanmiddag wel krijgen.”

Van Stef Blok hoort Nederland daarna niets meer. Een paar uur later blijkt boven Oekraïne met een passagiersvliegtuig vol Nederlandse inzittenden zo iets ergs gebeurd te zijn dat de échte premier meteen van zijn vakantie terugkeert, vanuit het zuiden van Duitsland.

Kort na vijven krijgt Rutte een telefoontje van een VVD-partijgenoot, Europarlementariër Hans van Baalen. Die was op zijn beurt weer gebeld door de Oekraïense ambassadeur in Nederland, Olexander Horin. Of Van Baalen het telefoonnummer van Rutte heeft, want er is een vliegtuig gecrasht en de Oekraïense president wil de premier spreken. „Zelfs een president geef ik niet zomaar telefoonnummers”, zegt Van Baalen, dus heeft hij eerst zelf Rutte gebeld: ‘Mark, er is iets gebeurd met een vliegtuig, mag ik je nummer geven?’ ‘Zeker, geef maar door.’

Het is dan drie kwartier geleden dat vlucht MH17 van Malaysia Airlines, met 298 personen op weg van Amsterdam naar Kuala Lumpur, van de radar is verdwenen.

Het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming treedt in werking. Rutte komt terug. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) zou net die middag in de auto stappen, daar komt niks meer van. Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) is net terug in Limburg, na een paar dagen fietsen met zijn zoon. Geluk bij een ongeluk: de agenda’s zijn leeg, alle aandacht kan naar deze ramp.

In Den Haag besluit de Oekraïense ambassadeur Horin terug te keren naar de ambassade aan de Zeestraat. Hij roept al het beschikbare ambassadepersoneel op zich te melden. De dagen daarop zal de ambassade 24 uur per dag vol activiteit zijn.

Ook op het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt een draaiboek uit de la gehaald. Het telefoonteam van de directie Consulaire Zaken, dat zijn speciaal opgeleide medewerkers van alle afdelingen die bij calamiteiten kunnen worden ingezet, wordt gemobiliseerd.

Om drie minuten over zeven gaat het eerste persbericht van de premier uit. „Ik ben diep geschokt door de dramatische berichten over het neerstorten van vlucht MH17 van Malaysia Airlines van Amsterdam naar Kuala Lumpur boven Oekraïens grondgebied.” Op het moment van zijn persverklaring is Rutte nog onderweg naar Nederland.

Op de zevende verdieping van het coördinerende ministerie van Veiligheid en Justitie richten ambtenaren dan al het Nationaal Crisiscentrum in. Daar zit Dick Schoof, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid, op een extra beveiligde afdeling en afgesloten van de rest van het ministerie. Alle operationele informatie komt bij hem samen.

Schoof is voorzitter van de groep hoge ambtenaren van de betrokken departementen: de ministeries van Veiligheid en Justitie, Algemene Zaken, Volksgezondheid en Buitenlandse Zaken vormen de kerndepartementen. De Haagse bureaucratie blijft ook in crisistijd de Haagse bureaucratie: ambtenaren van het ministerie van Binnenlandse Zaken merken knarsetandend op dat voor het moederdepartement geen grote rol meer is weggelegd. Justitie regelt bijna alles.

Om half acht ontvangen Nederlandse ambassadeurs een eerste melding van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De berichten zijn provisorisch, veel is nog onzeker. „We horen dat… Volgens nog onbevestigde berichten… We denken dat er zoveel Nederlanders aan boord zijn…”

Even na achten komt minister Opstelten met een eerste verklaring. Bewust zegt hij dat er „veel” Nederlanders onder de slachtoffers zijn, al gaan in de media nog relatief lage aantallen rond, van tussen de twintig en vijftig Nederlandse inzittenden. Op het crisiscentrum is de passagierslijst van Malaysia Airlines nog niet binnen, er worden tientallen telefoontjes aan gewijd om die te krijgen. Logisch nadenken levert de voorlopige conclusie. Hoe kan het ánders dan dat er in vakantieperiode veel Nederlanders op een vlucht zitten die uit Amsterdam vertrekt?

Rutte en Timmermans bellen vanaf nu met hun internationale collega’s. De rolverdeling is functioneel. Rutte doet de premiers en presidenten: Obama, Merkel, Cameron, Hollande, Porosjenko. Timmermans neemt de collega-ministers in het buitenland voor zijn rekening. En Timmermans doet het reiswerk.

Eén van de eersten die Timmermans die avond belt is zijn Oekraïense evenknie Klimkin. Zij komen met een gezamenlijke verklaring die tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in de uren en dagen daarna van uitermate voorspellende waarde blijkt te zijn: onmiddellijke ongehinderde en veilige toegang van hulpverleners is vereist. Het rampgebied moet ongemoeid worden gelaten. En alle betrokken partijen dienen hieraan directe en volledige medewerking te verlenen.

Om kwart voor elf dringt de volle omvang van de ramp door. Er blijken minstens 154 Nederlanders aan boord. Niet lang daarna volgt een nieuwe verklaring van premier Rutte: „Het zwartste scenario is werkelijkheid geworden. We zijn getroffen door een van de grootse vliegrampen in de Nederlandse geschiedenis.”

Inmiddels is in Den Haag de beleidslijn bepaald. Het kabinet heeft drie prioriteiten. In volgorde van belangrijkheid: terugkeer van de slachtoffers, instelling van een internationaal onafhankelijke onderzoek en de berechting van de daders.

Rond twee uur, half drie ’s nachts vertrekken de meeste mensen uit het crisiscentrum naar huis. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken blijft het consulaire rampenteam de hele nacht actief. Er wordt constant gebeld naar het speciale informatienummer voor familie en nabestaanden.

Telefoonboom

Vanuit de Tweede Kamer blijft het, zeker die vrijdag, naar buiten toe nog rustig. Geen tijd voor partijpolitiek, luidt het devies. De fractievoorzitters die in het land zijn, hebben de media hun geschokte reacties gegeven. „Nog nauwelijks te bevatten”, zegt PvdA-leider Diederik Samsom vrijdag op Radio 1. Inmiddels krijgt hij zelf belletjes van collega’s, om hem te condoleren met het verlies van partijgenoot en senator Willem Witteveen.

Bij sommige fracties, neem die van D66, wordt het interne calamiteitenprotocol van kracht. Eén van de afspraken: geen frivoliteiten op Twitter. De buitenlandwoordvoerders van de fracties besluiten allemaal terug te komen: Pieter Omtzigt (CDA) vliegt terug uit Turkije, Bram van Ojik (GroenLinks) rijdt terug uit noord-Frankrijk. Anderen wachten nog af: VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra houdt zich standby in Frankrijk, PVV-leider Geert Wilders zit verder weg op Aruba.

De politici van de coalitiepartijen hebben directe lijntjes met hun partijgenoten in het kabinet. Buitenlandwoordvoerder Michiel Servaes sms’t met minister Timmermans, buitenlandwoordvoerder Han ten Broeke van de VVD doet hetzelfde met premier Rutte.

Maar in het ministeriële kernteam is afgesproken de informatievoorziening niet louter langs partijpolitieke lijnen te laten verlopen. Jack van Twiss, raadsadviseur van de premier op het terrein van buitenlandse aangelegenheden, zal de woordvoerders van de vier grootste partijen telkens telefonisch van de jongste ontwikkelingen op de hoogte houden. Het gaat om VVD, PvdA, SP en CDA. Hun woordvoerders zouden via een telefoonboom de rest op de hoogte te stellen.

Deze tweederangs benadering leidt in de loop van het weekeinde bij de fracties die niet rechtstreeks worden gebeld tot irritatie. Natuurlijk moet het kabinet vooral de crisis managen, maar hoort daar niet ook het informeren van het parlement bij? Als volksvertegenwoordigers worden zij aangesproken op de boosmakende beelden van de rampplek. Dan kunnen zij toch niet aangewezen zijn op informatie uit de tweede hand?

Vandaar dat zaterdagmiddag wordt afgesproken dat Rutte plus de ministers Opstelten en Plasterk (Binnenlandse Zaken) op maandagmorgen een briefing zullen geven aan de Tweede Kamer.

Tegelijkertijd wijzen politieke ‘liaisons’ Rutte op de toenemende woede in het land over de mensonterende beelden van de rampplek. Hij kan Rusland niet blijven apaiseren, is de boodschap.

Kort voor zes uur zaterdagmiddag geeft een getergde Rutte opnieuw een persconferentie. Hij zegt „geschokt” te zijn door het „volstrekt respectloos gedrag op de tragische plek”. Hij heeft Poetin gezegd „dat de kans verloopt om nu snel aan de wereld te laten zien dat het hem menens is om te helpen”.

De fractievoorzitters, onder andere die van D66, CDA, SP, willen ook iets publiek zichtbaars doen, iets inbrengen in de nationale rouwverwerking. Ze regelen dat ze maandagmiddag gezamenlijk het condoleanceregister tekenen in de hal van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Emotie

In de Tweede Kamer krijgen de specialisten uit de fracties maandag 21 juli hun beloofde briefing. Rutte meldt dat op de plek van de ramp, „enige verbetering in de situatie ontstaan. Zij het nog heel voorzichtig”. Hij belooft de Tweede Kamer „geregeld, tenminste iedere 48 uur te zullen informeren”. Voor het kabinet is vanaf nu iedere fractie weer gelijk.

Niet bij de briefing aanwezig is minister Timmermans van Buitenlandse Zaken. Hij vliegt op dat moment naar New York om later die dag persoonlijk aanwezig te zijn bij de zitting van de Veiligheidsraad over de vliegramp en zijn geopolitieke gevolgen.

Als de resolutie waarin wordt opgeroepen tot een onbelemmerd internationaal onafhankelijk onderzoek met algemene stemmen is aanvaard, houdt Timmermans een emotionele toespraak. „Tot op de dag van mijn dood zal ik niet begrijpen dat het zo lang moest duren voor bergingswerkers werd toegestaan om hun moeilijke werk te doen, en dat stoffelijke resten gebruikt konden worden in een verachtelijk politiek spel”, zegt hij met trillende arm.

Het is een uiterst persoonlijk verhaal, door hem zelf een uur van tevoren geschreven, dat direct via Twitter massaal wordt verspreid. Ook door zijn zoon Marc. „Trots op speech van pa bij de VN. Oprecht. En moe. Heel moe.”

De Telegraaf ruimt de volgende ochtend de hele voorpagina in voor Timmermans’ optreden. Een paar pagina’s verderop schrijft de in politiek Den Haag invloedrijke columnist Paul Jansen een uiterst kritisch commentaar over Rutte en laat zich tegelijkertijd prijzend uit over Timmermans. „Timmermans gaat naar Kiev, Rutte wacht. Timmermans gaat naar de VN, Rutte wacht.”

Dreigt via de omweg van De Telegraaf nu toch partijpolitiek de nationale crisis binnen te sluipen. PvdA’ers weten wat hen te doen staat. Zij doen de analyse af als „grote onzin”.

Eerder die ochtend, rond vieren, belt crisiscoördinator Dick Schoof met Rutte. De trein met slachtoffers is gaan rijden, op naar veilig Oekraïens grondgebied. In het crisiscentrum is de opluchting groot. Ook bij premier Rutte, die ongeacht het tijdstip, PvdA-fractievoorzitter Samsom direct op de hoogte stelt.

Sinds het begin van de ramp is het crisiscentrum niet meer onbemand geweest. De ambtelijke top vergadert dagelijks, de eerste dagen meermalen per dag. De crisisstructuur is bijna van militaire aard: de ambtenaren bereiden steeds adviezen voor, de ministers nemen uiteindelijk de besluiten.

Zo valt in de middag het besluit dat woensdag toch een dag van nationale rouw wordt. Maandag nog zegt premier Rutte tegen de Tweede Kamer dat Nederland die traditie eigenlijk niet kent. Maar nu wordt duidelijk dat woensdag een substantieel aantal – veertig – van de honderden lichamen in Nederland kan aankomen.

Er valt dus echt iets in beeld te brengen. Bovendien blijft de ramp overal het gesprek van de dag – het crisiscentrum monitort ook „de media, internet en de publieksbeleving”, zoals in het handboek staat. Dus oppert het ambtelijke crisisteam om tóch een dag van nationale rouw te houden en die aan het thuiskomen van de eerste slachtoffers op de luchtmachtbasis Eindhoven te verbinden.

Zo gebeurt het. Het ministerie van Defensie regelt alle logistieke zaken voor de aankomst woensdag, van de kisten met de stoffelijk overschotten. Eén belletje en er zijn honderd begrafenisauto’s geregeld. Datzelfde gold eerder al voor de Nederlandse kisten die Defensie naar Charkov vloog. Hoe soepel alles verloopt, verbaast soms ook het crisisteam. Hoe kán het allemaal zo gemakkelijk gaan, vraagt een hoge Justitieambtenaar aan een Defensiecollega. Niemand stelt bij zo’n gebeurtenis als deze vragen, antwoordt hij.

In de Tweede Kamer ontstaat bij sommige partijen wel lichte irritatie, als aan het begin van de avond het bericht over de rouwdag en de ceremonie in Eindhoven naar buiten komt. Waarom zijn wij niet meteen uitgenodigd, wíj zijn toch de volksvertegenwoordigers? Die boodschap komt bij Opstelten terecht. Rond negen, half tien krijgen de fractievoorzitters een telefoontje vanuit het crisisteam; ook zij zijn de volgende dag welkom bij de aankomst van de eerste kisten in Nederland. ’

De politiemissie

Woensdag 23 juli, de dag van nationale rouw. Het is de eerste dag dat premier Rutte geen persconferentie geeft. Het geplande debat in de Kamer wordt tot nader order uitgesteld.

Minister Timmermans maakt in de ochtend een aftastend belrondje langs de fractievoorzitters. Zodat ze het nieuws dat het kabinet naar steun zoekt voor een internationale politiemissie niet uit de media zullen vernemen. Ook ’s middags op luchthaven Eindhoven gaat het – in de zijlijn van de aankomst van de slachtoffers – over die missie. Ze spreken elkaar immers toch even. Felle tegenstand komt het kabinet niet tegen.

Donderdagmiddag komen 74 kisten aan. Opnieuw een minuut stilte. Opnieuw speelt een militair The Last Post. De bewindspersonen die de ceremonie bijwonen, ‘pairen’ hun aanwezigheid naar partijafkomst. Donderdag zijn VVD’er Edith Schippers en PvdA’er Ronald Plasterk aanwezig, vrijdag zijn het Fred Teeven van de VVD en PvdA-minister Jeroen Dijsselbloem. Ook bij de grootste Kamerfracties regelen de parlementariërs dat elke dag iemand aanwezig is.

Vrijdag houdt de Tweede Kamer het vanwege de nationale rouw uitgestelde debat met Rutte en Opstelten. Belangrijkste vraag voor de Kamerleden: onder welke voorwaarden en met wat voor soort bewakers zullen onderzoekers van de crashsite aan het werk moeten?

Rutte zegt dat hij hoopt dit weekend zekerheid te hebben over het internationale draagvlak voor een VN-missie. Als dat gebeurt, moet de hele Kamer terugkomen van reces om toestemming te geven voor het sturen van militairen.

In de avond vertrekken veertig marechaussees naar het crisisgebied, om te helpen de remaining remains van de slachtoffers te zoeken en ook naar Nederland te krijgen. Vrijdagavond: het laatste bericht van het crisiscentrum. Zaterdag komen rond 16.00 uur weer twee militaire vliegtuigen aan met slachtoffers.

Van opheffen van het crisiscentrum lijkt nog lang geen sprake.