Bank en rechtbank, totaal verschillende werelden

„Mijn diensttijd heb ik doorgebracht bij de marine. Daarna wilde ik advocaat worden. Maar het liep anders.

„Op een miezerige dag in 1971 reed ik met de auto bij Schiphol, waar ik een vliegtuig zag afbuigen richting westen. Ik dacht: die gaat naar Amerika, hé, dat wil ik ook.

„Bewust ben ik toen gaan solliciteren bij bedrijven die me naar de VS konden uitzenden. Dat is gelukt. Ik vond een baan bij de Bank of America, aan de Herengracht in Amsterdam. In 1975 stuurde de bank me naar Los Angeles, daarna naar Chicago, vervolgens kreeg ik een aanbieding van de Amro Bank om de zakelijke afdeling in New York op te zetten, waarna ik ook nog een post in Singapore heb gehad.

„Bijna tien jaar zijn we buiten Nederland geweest. Twee van onze drie kinderen zijn in het buitenland geboren. Dan kom je voor de keuze te staan: blijven we expats, of gaan we terug, zodat de kinderen hun middelbare scholen in Nederland kunnen volgen? Wij hebben voor dat laatste gekozen.

„Achttien jaar heb ik daarna nog voor de bank gewerkt. Ik zat in het echte bankierswerk: kredieten voor ondernemers, investeringsplannen beoordelen, financiële problemen oplossen. Een hoop dynamiek.

„Ik had al een paar reorganisaties overleefd toen ik in 2001 voor de keuze kwam te staan: doorgaan of gebruikmaken van een zogeheten 57,5-regeling. Die leeftijd zou ik een jaar later bereiken.

„Ik weet nog dat ik op een dag thuiskwam en tegen mijn vrouw zei: ‘Ik ben eruit, ik blijf bij de bank, ik voel me te jong om nu al met pensioen te gaan.’ Zij zei: ‘Weet je dat zeker? Ik heb je wel eens horen praten over een switch naar de rechterlijke macht of zo? Nu zou dat misschien nog kunnen; over een paar jaar ben je te oud.’

„Bij de bank leek een tussenoplossing eerst wel bespreekbaar: nog een jaar mijn eigen afdeling reorganiseren en daarna pas echt vertrekken. Maar op een ochtend belde m’n baas: ‘Ik krijg je voorstel er niet doorheen op het hoofdkantoor. Vóór 12 uur moet je beslissen: je blijft, of je vertrekt.’

„Geld was het probleem niet; de regelingen waren tamelijk riant in die tijd. Maar ik had nog geen enkel zicht op een alternatieve job – en dat is een beklemmend vooruitzicht als je hard en graag werkt.

„Toch heb ik de knoop doorgehakt: ik ga. Geen moment heb ik er spijt van gehad.

„Een vriend bracht me in contact met de president van de rechtbank in Alkmaar. Ik dacht: die drinkt een kopje koffie met me en dan sta ik weer op straat. Behalve bij mijn rechtenstudie had ik me nooit met rechtspraak beziggehouden. Tot mijn stomme verbazing zei hij na een gesprek van anderhalf uur: ‘Ik zie het wel zitten met je.’

„De deur ging weliswaar open, maar ik had nog een pittige weg te gaan. Ik moest aan alle psychologische tests en gespreksrondes meedoen die pas afgestudeerde juristen voor hun kiezen krijgen om te worden toegelaten tot de rechteropleiding.

„Ik heb de selectie met succes doorstaan. Zoiets geeft zelfvertrouwen, op je 57ste.

„Ik begon met eenvoudige zaken, en veel cursussen van de rechterlijke macht, plus interne opleidingen in de rechtbank. Er is flink in mij geïnvesteerd. Ik ben nu een soort zzp’er/rechter. Ik word ingeroosterd voor zittingen en kan aangeven wanneer ik niet wil werken. Gemiddeld ben ik er zo’n drie dagen in de week mee bezig.

„Ik heb het als een geweldige intellectuele uitdaging en verrijking ervaren om het vak van rechter in de vingers te krijgen. En ik leer nog steeds, bij zowat elke zaak.

„Was ik bij de bank gebleven, dan was het more of the same geweest. De kans was groot geweest dat ik een paar jaar later alsnog had moeten vertrekken, bij een volgende reorganisatie. Er is in de jaren na mijn vertrek zo ontzettend veel op z’n kop gezet bij de bank. Dat heeft me echt door de ziel gesneden. Een gevoel van ‘het is míjn bank’ raak je niet zomaar kwijt.

„Het is bijzonder die twee totaal verschillende werelden met elkaar te kunnen vergelijken: de bank en de rechtbank. Ruim dertig jaar had ik met ondernemers te maken gehad. Snelle mensen, hart op de tong, aanpakken, opschieten, extrovert.

„En opeens kwam ik met rechters te werken. Lezen, heel veel lezen. Zuiver redeneren, heel precies formuleren. Voortdurend afwegen of je soms vreselijke gebeurtenissen kunt toetsen aan rechtsregels, wetsartikelen. Ja, rechters zijn echt uit ander hout gesneden dan de commerciële mensen met wie ik had gewerkt. Ingetogen, wijs in hun oordeel: eerst goed nadenken voordat je iets roept.

„Als beginnend strafrechter schrok ik soms van de gewelddadige details die je in de dossiers tegenkomt. Ik voelde gêne bij verhoren in zedenzaken, waarin je daders de meest vreselijke en intieme dingen moet vragen, omdat die een rol spelen bij het bepalen van het strafbare feit.

„Het wende snel. Je emoties schakel je uit. Je zoekt naar wettig verkregen en overtuigend bewezen feiten. Aan reflexen, zo van: ‘nou, hij zal ’t wel gedaan hebben, die schurk verdient een fikse straf’, heb je niks.

„En nu, tot mijn spijt, ben ik aan het einde gekomen van mijn carrière als rechter. In januari word ik zeventig. De wet is duidelijk: er geldt een harde leeftijdsgrens.

„Enerzijds denk ik: wat zonde, ik heb aardig wat expertise opgebouwd die straks onbenut blijft. Anderzijds zeg ik: ach, er is een nieuwe generatie aan de beurt. Vriendinnen van mijn dochters zijn nu collega’s van mij; dan wordt het tijd dat je plaatsmaakt.

„Binnenkort begint voor mij ‘de vierde helft’. Ik heb wat ideeën voor nieuwe functies die me wel iets lijken, maar afspraken heb ik nog nergens gemaakt. Net als twaalf jaar geleden zal ik m’n plek wel weer vinden in de maatschappij. Ik voel me nog te jong om achter de geraniums te gaan zitten.”