Arles is laat met eer aan Van Gogh

Arles mag dan de plek zijn waar Van Gogh zijn beroemdste werken maakte, de stad had destijds een moeizame relatie met de schilder. Is dat waarom Arles nu pas een museum aan hem wijdt?

foto’s Stefan Altenburger, Vincent van Gogh Foundation

Krap een jaar nadat Vincent van Gogh voor zijn meest productieve tijd als kunstenaar is gearriveerd in de Provence, zijn de buren aan de Place Lamartine in Arles de aanvallen van waanzin van de Hollandse schilder al zat. Zij sturen in januari 1889 een brief naar burgemeester Augustin Tardieu met het verzoek „Vood (Vincent)”, zoals ze zijn naam abusievelijk spellen, „uit naam van de openbare veiligheid” terug te brengen naar zijn familie of naar een inrichting te sturen.

„Met zo’n geschiedenis”, zegt Bice Curiger van het in april in het centrum van Arles geopende museum Fondation Vincent van Gogh, „is het natuurlijk niet vreemd dat het even duurde voordat deze stad hem durfde te eren.”

De gemeentepolitie onderzoekt de zaak en tekent op dat Van Gogh vooral na te veel drank „in een staat van overmatige opwinding verkeert waarin hij niet langer weet wat hij doet of wat hij zegt”. Volgens de dokter, die hem op 7 februari onderzoekt, hoort Van Gogh stemmen en zijn in het algemeen zijn „verstandelijke vermogens ernstig verslechterd”.

Hij laat Van Gogh opnemen. De eigenaar van het ‘gele huis’ waar de schilder met Gauguin zijn ‘atelier van het zuiden’ had willen realiseren zoekt maar meteen een nieuwe huurder en de kunstenaar komt, na een korte periode in Nederland, nog slechts als bezoeker terug in Arles.

„De schaamte over die tijd heeft lang voortgeleefd in Arles”, zegt de Zwitserse kunsthistorica Curiger, die eerder directeur was van de biënnale van Venetië. „Wij brengen Van Gogh terug naar de stad waar hij zijn belangrijkste werken heeft geschilderd en we proberen als het even kan het contact tussen de inwoners en de schilder te herstellen”, lacht ze.

In samenwerking met onder andere het Van Gogh Museum in Amsterdam zal voorlopig steeds ten minste één schilderij van Van Gogh te zien zijn, alsmede werk van kunstenaars die zich door hem (bewust of niet) hebben laten inspireren. Voor de eerste, ietwat experimentele openingstentoonstelling zijn meerdere werken uit Nederland overgekomen.

„Het is ook wel te begrijpen, die moeizame verhouding met Van Gogh hier”, vergoelijkt Curiger tijdens een rondgang langs de schilderijen. „Hij was nog niet veel toen hij hier woonde.” Een berooide man, die ruzie maakte en volgens de buren in het politierapport vrouwen ongewenst betastte. „En hij stierf natuurlijk jong, op een leeftijd waarop bijvoorbeeld ook Picasso nog niet de faam had die hij later kreeg.” Het duurde hoe dan ook jaren voordat het gemeentearchief de petitie van de buren en de bijbehorende documenten over een van zijn beroemdste burgers durfde vrij te geven.

Anders dan deze beschamende geschiedenis resteerde er ook niet veel in Arles. Het arme, maar schilderachtige oude stadje bezit zelf geen van de schilderijen van de kunstenaar. Ja, er zijn de tientallen souvenirwinkels die zonnebloemen en afbeeldingen van het getormenteerde hoofd van Van Gogh in vele soorten en maten aanbieden, er is een doodlopend straatje naar hem vernoemd en er staan her en der VVV-bordjes om aan te duiden waar de Hollandse domineeszoon uit Nuenen zijn schildersezel heeft neergeplant.

Maar het gele huis, het door hem veelvuldig geschilderde (en gefrequenteerde) Café de la Gare alsmede het rosse buurtje daar omheen zijn na bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de vlakte gegaan. Zelfs de Pont de Langlois over het kanaal is niet meer oorspronkelijk. „Kijk, hier staat nu een wanstaltige supermarkt”, wijst Curiger op Van Goghs doek van het ‘Gele huis’ uit 1888.

De Fondation Vincent van Gogh is al opgericht in de jaren tachtig door Yolande Clergue, de vrouw van de bekende Franse fotograaf Lucien Clergue, oprichter van het fotofestival van Arles (zie inzet). Zij wilde met haar contemporaine kunstverzameling vragen stellen over de invloed van het werk van Van Gogh in de moderne tijd, meldt een catalogus.

Het museum kwam er pas toen de steenrijke bioloog Luc Hoffmann, telg van het Zwitserse farmacieconcern Hoffmann-La Roche, zich ermee ging bemoeien. Zijn dochter Maja wil met het nieuwe museum alsnog het door Van Gogh gewenste ‘atelier van het zuiden’ gestalte geven. Zij en haar vader betaalden de miljoenenverbouwing van het oude bankgebouw dat de gemeente Arles als expositieruimte ter beschikking had gesteld.

De organisatie gokt op 80.000 bezoekers per jaar, waarvan de meesten in de zomer. Maar sinds de opening zijn voor de tentoonstelling ‘Van Gogh Live!’, met vele doeken van de meester zelf, al zo’n 60.000 mensen de kunstige poorten van het nieuwe museum gepasseerd. In 2018 zal even verderop in Arles een ietwat megalomaan ander project van de familie Hoffmann opengaan: een door Frank Gehry ontworpen kunstencampus voor contemporaine artiesten.

Van Gogh Live! toont de ontwikkeling die de schilder na zijn somber gekleurde Hollandse jaren doormaakte naar het meer heldere werk onder de zuidelijke zon. Op de tekeningen die hij maakte in Arles, schrijft gelegenheidscurator Sjraar van Heugten van het museum in Amsterdam, betoonde Van Gogh zich „een van de grootste coloristen aller tijden”. Werken van Weissenbruch en Mauve, die Van Gogh beïnvloedden, maar ook werken van de Franse schilder Delacroix en een Hollands landschap van Monet, zijn nu tijdelijk in Arles. Een serie Japanse prints, in een stijl die op Van Goghs Franse jaren grote invloed zou hebben gehad, hangt pal tegenover beroemde werken die hij in Arles maakte.

De Fondation heeft natuurlijk niet de beschikking over genoeg Van Goghs om het hele museum te vullen. Maar volgens Curiger is de „confrontatie” ook bewust bedoeld om, vooral met specifiek werk van nog levende kunstenaars, de invloed van Van Gogh duidelijk te maken. De Zwitserse kunstenaar Thomas Hirschhorn gaf ze een specifieke opdracht rondom het thema Van Gogh. Hij kwam met een over drie ruimtes verspreide immense installatie waarin hij zich inleeft in een Japans meisje dat Van Gogh als idool heeft. Dat leidde tot een verzameling kunstig gesorteerde toeristenprullaria, teksten en zelfs parfumflesjes rond het thema zonnebloemen.

Je zou zijn installatie als een kritiek kunnen zien op de vercommercialisering van Van Gogh, het uitmelken van zijn werk. „Maar het is niet cynisch”, haast Curiger zich te zeggen. „Bij ons staat de kunst centraal, dit is geen pretpark.”