€20 per boek is een lachertje

Wie denkt dat de vaste boekenprijs bedoeld is om de kas van de uitgever te spekken, heeft het mis, meent

Mizzi van der Pluijm.

Ik ben uitgever. Ik ben dat al twintig jaar en ook daarvoor werkte ik in het boekenvak. Omdat ik van kinds af aan maar één ding wilde in het leven: boeken maken.

Maar ik ben dus uitgever. Als u er al vast van overtuigd bent dat uitgevers bestaan om over de ruggen van schrijvers en lezers rijk te worden en dat zoiets als de vaste boekenprijs overeind wordt gehouden door een lobby van uitgevers om ten koste van de consument te kunnen blijven graaien, kunt u nu best ophouden met lezen.

Als u nog ruimte hebt voor een andere visie op de boekenwereld, wil ik proberen de tomeloze onzin te weerspreken die de afgelopen weken in het kader van de discussie over de vaste boekenprijs over de krantenpagina’s is uitgestort. Klinkt dat bozig? Klopt.

De druppel was het stuk over de vaste boekenprijs, vorige week in deze krant, van Paul van Bekkum, waarin ik weer dezelfde onzinredeneringen tegenkwam die ik de afgelopen tijd al zo vaak heb gelezen. Eigenlijk kunnen we die redeneringen terugbrengen tot één argument: boeken zijn te duur, door de vaste boekenprijs wordt dat te hoge prijsniveau in stand gehouden. En dat is niet in het belang van de consument.

Het belang van de consument, ik kom erop terug.

Waar halen al die boekendeskundigen dat eigenlijk vandaan, dat boeken te duur zijn? Al sinds de invoering van de euro ligt de prijs van een boek rond de twintig euro. Er ligt een psychologische grens bij die twintig. Uitgevers houden zich aan die grens. Omdat uitgevers ook ondernemers zijn en weten hoe de markt werkt. Ja, de markt, die hier dus, vaste boekenprijs of niet, gewoon zijn regulerende functie vervult.

Want als een uitgever werkelijk de kosten voor ieder boek zou doorberekenen, lag de prijs veel hoger. Het overgrote deel van die kosten wordt gemaakt door het onzichtbare werk aan een boek. Door al die uren, maanden, vaak jaren die, om te beginnen, een schrijver erin heeft zitten. Alle research, gesprekken en interviews voor een non-fictieboek, alle jaren die in een roman worden gestoken. Zou je een normaal uurtarief berekenen, dan is twintig euro een lachertje.

Maar daar houdt het werk niet op. Zodra de schrijver het manuscript ‘af’ heeft, begint het werk van een redacteur. Werk dat zo intensief is dat het vaak ’s avonds wordt gedaan, want op de uitgeverij is daarvoor te weinig rust. Zodat ook al deze mensen véél meer uren werken dan de zesendertig uur waarvoor ze worden betaald. Overigens volgens een cao waarover ze zich in de financiële wereld op de dijen slaan – tot zover het graaien.

Een manuscript wordt minstens één maal, maar vaker zes of zeven keer met een schrijver van voor tot achter doorgenomen. Dan kan het pas het productieproces in. En ook dan wordt het door nog minimaal vijf anderen gelezen. Héél veel mensen werken héél veel uren om een boek zo goed te maken als het kan zijn. Een goed boek maken is, kortom, een ongelooflijk arbeidsintensief proces.

Dat arbeidsproces is in de verste verten niet terug te vinden in de gemiddelde boekenprijs van twintig euro. En dus is er in Nederland maar een handjevol schrijvers dat rond kan komen van het schrijverschap. En zelfs als dat lukt, levert het doorgaans een bescheiden middeninkomen op. Een héél select gezelschap verdient veel met zijn of haar boeken.

Voor de uitgevers is het verhaal precies hetzelfde. Nog afgezien van crisis: het is altijd zo dat op verreweg het grootste deel van al die boeken waaraan zo hard gewerkt is, géén geld verdiend wordt. Vaste boekenprijs of niet. Er is een klein aantal boeken dat uit de kosten komt en wat geld oplevert, er is een héél klein aantal waaraan veel verdiend wordt. Dat is al zo sinds ik in het vak begon en het zal, vanwege de marktwerking die nu eenmaal bepaalt dat een gemiddeld boek geen honderd euro kan kosten, altijd zo blijven.

De Raad voor Cultuur heeft in haar laatste advies gesteld dat de vaste boekenprijs voorlopig gehandhaafd moet worden. De vaste boekenprijs die voorkomt dat allerlei prijsvechters aan de haal gaan met al die boeken waar zo hard aan gewekt is, voor een prijs die nog veel verder onder het werkelijke kostenniveau ligt.

Maar dan moet de boekenwereld wel binnen een paar jaar bewijzen dat ze de wet op de vaste boekenprijs nodig heeft voor brede beschikbaarheid, diversiteit en pluriformiteit. We moeten gaan bewijzen wat de hele dag onze praktijk uitmaakt. Dat er maar een paar boeken per jaar, als je geluk hebt, echt goed verkopen, en dat je van dat geld al die andere boeken kunt maken die niet goed verkopen.

De vis moet bewijzen dat hij in water zwemt.

Maar kom eens langs, dames en heren van de Raad voor de Cultuur. Kom kijken welke prachtige boeken wij blijven uitgeven die níet verkopen. Waar alleen geld op verloren wordt. En die we toch uitgegeven omdat we er niet zitten voor het geld, maar voor de boeken. En omdat uitgeven meer is dan alleen een boek maken, maar ook het begeleiden van talent, het vormen van schrijvers en van oeuvres, het in stand houden van een ruim en divers cultureel landschap.

En misschien zit daar ook wel het zwakke punt van het boekenvak. Juist omdat het zo aan de inhoud gerelateerd is, wordt er misschien te weinig zakelijk gedacht en professioneel gewerkt. Het lijkt me dat het boekenvak daar best nog een behoorlijke slag kan maken. En de huidige crisis zorgt er wel voor dat die slag gemaakt moet worden. Schrijvers, uitgeverijen, boekhandelaren, iedereen die nu niet ondernemend met zijn werk omgaat, wordt gedwongen de winkel dicht te doen. En er gaan veel winkels dicht. De markt doet dus al meer dan voldoende zijn werk.

Dus waarom een systeem veranderen dat al heel goed werkt? De literatuur kost de overheid of belastingbetaler een grijpstuiver. Er gaat een maandbeurs naar sommige schrijvers, maar veel is het niet. Er wordt gesuggereerd dat de overheid ook schrijvers meer zou kunnen subsidiëren in plaats van de vaste boekenprijs te handhaven. Ik vrees dat dat een voor de overheid veel duurder systeem zal zijn.

Maar, is dan vaak het slotargument, die schrijvers zouden dan wel, zonder al die rompslomp en overhead van die graaiende uitgevers, via de digitale middelen zelf hun boek uit kunnen geven. Zeker, dat kan. En iedereen die dat wil moet het vooral doen. Ik ben ervan overtuigd dat er een doorslaggevend - en cultureel wezenlijk – verschil is tussen de meeste van die boeken en de boeken die wij uitgeven. Zoals er een verschil is tussen een musicerend vriendenclubje in het buurthuis en het Concertgebouworkest.

Of het in het belang is van de consument wanneer er straks, overdrachtelijk gesproken, bijna alleen nog maar musicerende vriendenclubjes zijn, mag u zelf uitmaken. Het is in ieder geval niet in het belang van iedereen die van boeken houdt.