Column

We hebben de vliegramp te opzichtig genationaliseerd

Het lijkt wel alsof we in Nederland een wedstrijd doen in hartverwarmend medeleven.Ilja Leonard Pfeijffer wordt er ongemakkelijk van.

Ja, dat was indrukwekkend eergisteren. Onze eerste dag van nationale rouw sinds vijftig jaar was in al zijn ingetogenheid een spectaculaire voorstelling over waardigheid en nationale saamhorigheid. De recensies zijn juichend. Vijf ballen.

Toch bekruipt mij in toenemende mate een onbehaaglijk gevoel bij dat tweede thema, dat de afgelopen dagen zeer nadrukkelijk op de voorgrond trad. Die nationale saamhorigheid maakt mij nerveus.

Mijn ongemak kent twee oorzaken.

Ten eerste hebben we de ramp wel heel erg opzichtig genationaliseerd. Het was een Maleisisch vliegtuig met passagiers van allerlei nationaliteiten, maar het gaat om de Nederlandse slachtoffers.

De premier sprak van de ergste vliegramp uit de Nederlandse geschiedenis. We waren trots op onze Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken die zo mooi sprak voor het oog van de wereld. Nederland is verbonden in verdriet, verbijstering en woede. Dit oplaaiend nationalisme is wel begrijpelijk, maar wrang genoeg zijn het precies dat soort nationalistische sentimenten die de tragedie in de eerste plaats hebben veroorzaakt.

Mijn tweede punt van onbehagen is misschien iets moeilijker uit te leggen. Maar het lijkt wel of alle Nederlanders een wedstrijdje doen wie het meest Nederlands is in zijn typisch Nederlandse hartverwarmende medeleven met de Nederlandse slachtoffers. De rouw is niet vrijblijvend, maar wordt verplicht gesteld. Van de nationale saamhorigheid gaat een enorme druk uit. Wie ervoor kiest om op zijn eigen manier stil te staan bij de tragedie, of om er niet bij stil te staan, wordt dat recht onder sociale druk ontzegd. Zo iemand wordt beschouwd als een ongevoelige hork, een dissident en een spelbederver van ons collectieve zwelgen in onze politiek correcte treurnis die ons zo’n goed gevoel geeft.

En we denken dat het nu allemaal achter de rug is, maar het ergste moet nog komen. Want we gaan, angstig slikkend vanwege ons Srebrenicasyndroom, Nederlandse politieagenten en militairen naar het rampgebied sturen. De voorbereidingen daartoe zijn nu in volle gang. Ik denk dat dat een goede stap is, al was het maar omdat die onvermijdelijk is. En dat kan natuurlijk goed gaan. Dat zou onze nationale trots een enorme boost geven. Maar die dronken boeren daar in dat weiland zijn geen lieverdjes. Er zijn allerlei scenario’s denkbaar waarbij er opnieuw Nederlandse doden te betreuren zullen zijn.

En natuurlijk hebben we haast. Elke dag dat de berging en het onderzoek wordt uitgesteld, is er één te veel. Maar als we te haastig opereren, zou de boel weleens heel lelijk kunnen escaleren, omdat we de nationalistische gevoelens kwetsen van de separatisten en hun grote Russische buurman.

Ik wens onszelf en de hele wereld de komende tijd, en eigenlijk voor altijd, zo min mogelijk nationalisme toe.