Vervolging van de daders van MH17 maakt weinig kans

Als er al verdachten zijn, is bewijs tegen hen moeilijk te leveren, zegt Gerard Spong.

De lichamen van de slachtoffers van de ramp met vlucht MH17 komen eindelijk bij de nabestaanden. Nu is het tijd voor een strafrechtelijk onderzoek naar de mogelijke daders, maar dat zal niet eenvoudig zijn.

Nederland heeft, op basis van ons Wetboek van Strafrecht, rechtsmacht. Een officier van justitie is ter plaatse om het onderzoek te coördineren. Moord, oorlogsmisdrijven en dood door schuld zijn onder andere de delicten waarop dit onderzoek zich richt. Voor zover het echter de eventuele betrokkenheid van Rusland of president Vladimir Poetin betreft, zal strafrechtelijke vervolging een heikele en vrijwel kansloze operatie zijn.

Staten kunnen geen rechtsmacht over ander staten uitoefenen en de Staat Rusland is in ons land dan ook niet vervolgbaar. De presidentiële status van Poetin verschaft hem immuniteit voor moord en dood door schuld, maar niet voor oorlogsmisdrijven. Daarnaast zullen traditionele, dogmatische strafrechtleerstukken - zoals voorwaardelijk opzet en causaliteit – de persoonlijke strafbaarheid van Poetin zeer kwestieus maken.

Bewijs tegen Poetin

Want ook al zou bewezen kunnen worden dat met zijn instemming de dodelijke raketinstallaties waarmee vlucht MH17 is neergehaald aan de separatisten zijn geleverd, dan nog is het niet zo eenvoudig te zeggen dat hij daarmee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de separatisten een civiel vliegtuig zouden neerschieten. Dit betekent dat het bewijs van het voorwaardelijk opzet van Poetin buitengewoon moeilijk is.

Ook wat betreft de causaliteit zijn er hobbels. Hoe valt aan te nemen dat de levering van zo’n installatie, in de reeks van alle gebeurtenissen in een oorlog, de onmisbare schakel vormt voor het neerschieten van een civiel vliegtuig?

Moskou is al begonnen met het creëren van een bewijsrechtelijk alternatief scenario. Volgens de Russen zouden twee Oekraïense militaire vliegtuigen in de buurt van de route van MH17 gesignaleerd zijn, terwijl ook nog Oekraïens luchtafweergeschut kort voor en tijdens de ramp op de plek des onheils zou zijn waargenomen en direct daarna verwijderd. Als dat inderdaad zo is, rijst de vraag naar het waarom daarvan. Voor een strafrechter is een dergelijk opgeworpen alternatief scenario, bekend onder de naam ‘Meer en Vaart-verweer’, vaak lastig te weerleggen.

Het is verder nog maar de vraag of het hier om een oorlogsmisdrijf gaat. Van oorlogsmisdrijven kan in beginsel alleen sprake zijn als er oorlog is, hetgeen Rusland ontkent. Er is volgens Poetin ‘slechts’ sprake van een intern Oekraïens conflict. Daarnaast zal niet iedere gevechtshandeling die een ongewenst effect heeft als oorlogsmisdaad kunnen worden aangemerkt, hoe vreselijk dat effect ook is.

De verstoring van de crash-site die de afgelopen dagen heeft plaatsgehad, vormt een verder beletsel voor een eventuele strafzaak. In de rechtszaal zal ongetwijfeld worden opgeworpen dat de plaats delict niet direct is veiliggesteld. Er hebben allerlei mensen rondgelopen.

Recht op een eerlijk proces

‘Contaminatie’ van de plek, of het wegmaken van bewijs, is dan ook op geen enkele wijze meer uit te sluiten. Met andere woorden: als er al ‘overtuigend’ bewijs wordt gevonden, zal de overtuigingskracht daarvan ter discussie staan.

Zo er al verdachten kunnen worden aangewezen, moeten we ons dus niet al te veel illusies maken over de mogelijkheden van het strafrecht om het vreselijke leed van de nabestaanden te verzachten. Het recht op een eerlijk proces kan niet terzijde worden geschoven, omdat we collectief de behoefte voelen een schuldige aan te wijzen. Hoewel in ons huidige tijdsgewricht door politici steeds vaker een beroep wordt gedaan op het strafrecht moeten we ons blijven realiseren dat het strafrecht hoge eisen stelt aan de bewijsvoering.